Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht vreden. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht vreden. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

zaterdag 3 augustus 2024

Inmiddels in Vreden | grenSZweg

GrenSZweg | Museum KULT | Vreden



Vorige week woensdag in Vreden in KULT de expositie grenSZweg bezocht. Twaalf beeldende kunstenaars afkomstig uit de Achterhoek en Westmünsterland tonen er hun werk. Curator Gerri Grijsen 👉 heeft me verrast met de prachtige en bijzondere keuze; zowel qua kunstenaars, maar ook wat betreft de diverse beeldende technieken, zowel twee- als drie-dimensionaal, maar ook bijzonder de keur aan verschillende materialen en soms dat dan weer beeldrijmend bij elkaar gezet. In ieder geval zodanig dat er ondanks de verscheidenheid van werken er een eenheid is ontstaan. De werken communiceren met elkaar. Hulde voor de samenstellers. Nog tot 23 augustus te zien. 

zaterdag 16 september 2023

vrijdag 19 juli 2019

donderdag 18 juli 2019

Manges in Opstrop

Vreden | Kult: pot met zeven oren

Als men de waarheid wilde verzwijgen, antwoordde vroeger menig ouderpaar als een nieuwsgierig kind vroeg naar het hoe en waar, op bijvoorbeeld de vraag: ’Waor gao 'j hen?’ Met: “Wi-j gaot op Opstrop an, pispötjes bakken”. Dialectdeskundigen vermoeden dat het denkbeeldige Opstrop -plaatsen in de kop, in de belevingswereld, net als bijvoorbeeld Floribos- is  afgeleid van Ochtrup. Een dorp in Westmünsterland, ten oosten van de grensplaats Gronau. En daar werden inderdaad in een pottenbakkerij pispotten gebakken. En wel van een heel bijzonder soort. Pispotten met zeven oren, opdat men ’s nachts in het duister van de bedstee nooit misgreep. Als kleine kinderen bleven doordrammen was dan ook steevast het vervolg op het volksrijmpje: "En dan mag i’j daor morgen de oorne anplakken!"




Bert Scheuter gebruikte dit rijmpje in zijn gedicht:

Verloorn gedachtegoed

Ik wol zo geern’ op Opstrop an
want daor passiern zovölle.
Ik was kind, hoe kon ik wetten dan,
dat Opstrop zowat is as Hölle.
Plaatsen bunt dat in de kop,
dreiend as een wilde mölle.

Zuuken wol ik in de Floribos
tutda’k mien treintjen trugge von.
Now wil ik wel van al mien dingen los
en  wodden zoa’k wazze toe’k begon.
Maor ’n mense hecht zich an zien grei:
Floribos kan niet meer wat ‘e kon.

Ik bun dat kind veurbi-j ‘egaon,
Het kind, dat alles annemt.
De Hölle hef lange af’edaon,
maor in de Floribos bun’k verklemd.
Want ik wet da’k niet vinne,
tut de tied zelf mien zelf wegnemt.


Het gedicht sierde het  Seeshirt 'nDrom 4/22, Wisch, 2002.


woensdag 17 juli 2019

Manges in Vreden



In het verhaal over het gemaakte landschap aan weerszijden van de grens tussen Westfalen en de Achterhoek speelt de plakhakke een belangrijke rol. Louis Radstaak en ik moesten gisteren met een glimlach aan onze HiPP-compaan Bert Scheuter denken die dit gereedschap zo treffend heeft bezongen. Zie hier⇲ een kleine reportage van onze fietstocht naar Vreden vanaf station Winterswijk.

⇲
Bredevoort | Molen prins Maurits 

Zie meer Plakhakke in ’sMelssleMs’ hier⇲ en daar⇲
Zie eerdere bezoeken aan Vreden in ’sMelssleMs’ doornopper⇲

zie ook Zwaleman| Geheim in Vreden⇲

dinsdag 30 januari 2018

Poëzieweek | Sebastiaan Roes

Jannao | Sebastiaan Roes 

Sebastiaan Roes en Triooo

Eind vorig jaar schreef Bernhard Harfsterkamp in zijn 'Vanaf een bankje-serie' rondom Winterswijk in Aaltens Nieuws het volgende artikel. In deze versie is mijn naam goed gespeld, in de papieren versie zag ik Mellenkamp voorbij komen.

Vanaf een bankje 30 | Bij een vervallen boerderij

Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK – Op de ene plek die ik in gedachten had voor deze rubriek kon ik geen enkel bankje vinden. Op de andere plek waar ik al een tijdje over wilde schrijven stonden zelfs drie verschillende bankjes. Ik heb er al eens eerder gezeten en foto’s gemaakt, maar aangezien ik niet altijd alles snel op mijn computer kan terugvinden, ben ik nog maar eens naar Miste gefietst waar de bankjes staan. Vele mensen zullen de plek kennen, want die ligt langs de Misterweg. Het is een opvallend rustpunt, omdat die bij een vervallen boerderij staat. Of moet ik zeggen half afgebroken boerderij?

Deze picknickplaats is ontstaan in de laatste fase van de ruilverkaveling Winterswijk-west. Het perceel waarop de al vele jaren leegstaande boerderij Hemmink stond kwam in bezit van de Dienst Landinrichtingen en Beheer Landbouwgronden. Voor de hand had gelegen om het af te breken en de grond bij een weiland aan te trekken of er een bosje op te planten. Maar blijkbaar was er bij de dienst een creatieve geest die aan een andere bestemming dacht. Van de boerderij bleef een deel staan zonder dat dit nog gevaren kon opleveren voor mensen die even naar binnen liepen om daarna in een van de twee oudere picknickhoekjes te gaan zitten . Door sommige mensen werd deze plek sindsdien ook wel aangeduid als “het monument van de laatste boer”.  De houten picknicktafel onder de schuilhut is er meen ik een jaar of tien geleden gekomen op initiatief van Misters Belang.

De leegstaande en vervallen boerderij is ook vele fietsers opgevallen. Dagelijks gingen en gaan er scholieren van Aalten naar Winterswijk en andersom. Sommige van hen herinneren zich een vervelende, meerennende blaffende en bijtende hond die bij Hemmink hoorde. Hans Mellendijk, een Achterhoekse dialectschrijver, wees me op een gedicht van Sebastiaan Roes, een andere dialectschrijver, over de boerderij:

“'t Geet met Hemmink,
Esselink en Hesselink
as met de olde spraoke:
't gebont dat kraakt,
't dak dat lekt,
de pöste bunt varveloos...
En de roetn knapt kapot.”

Esselink in ’t Woold dat ook lang leeg heeft gestaan is inmiddels weer bewoond. Het in verval geraakte Hesselink in Ratum werd opgeknapt en werd een zorgboerderij. Enkele van de bewoners van Hemmink heetten overigens ook Esselink en Hesselink. Toeval? Hemmink wordt al genoemd in de 14de eeuw. Het was toen een hofgoed van het klooster in Vreden. Die hofgoederen werden later vaak voor het gemak aangeduid als scholtengoederen, maar dat is niet correct. Tegenwoordig lijken er heel veel scholtengoederen in Winterswijk te zijn, maar slechts enkele zijn er als je de geschiedenis bestudeert werkelijk scholte geweest. Momenteel wordt elk landgoed dat onder de Natuurschoonwet valt scholtengoed genoemd en elke grotere boerderij scholtenboerderij. De werkelijkheid is gecompliceerder.

Hemmink kreeg in 1903 wel de uitstraling van zo’n grote boerderij, toen er een voorhuis dwars voor werd gebouwd. Dat type is voor de meeste Winterswijkers van nu het voorbeeld van een scholtenboerderij. Zo’n voorhuis moest welstand aanduiden. Of die er werkelijk is geweest? Waarschijnlijk niet, want de bovenverdieping werd alleen als opslagruimte gebruikt. Dat voorhuis was er ook nog toen de boerderij in verval raakte. Bij de ombouw tot picknickplaats is het echter verdwenen. Wie nou het restant in loopt ziet alleen de verschillende ruimten van het oude boerderijgedeelte. Na de nendeur kom je op de deel met stallen aan de zijkant en daarna in het woonhuis. Er is ook een ruimte met mooie tegeltjes. Dat zal wel de keuken of de bijkeuken zijn geweest.

De boerderij raakte in 1963 onbewoond toen A.J. Esselink, de laatste boer op Hemmink, met zijn vrouw verongelukte. De erfgenamen verkochten de landbouwgrond, maar over de verkoop van de boerderij konden ze het niet eens worden. Een van de erfgenamen gebruikte het als zomerverblijf, maar bekommerde zich niet om het onderhoud. Ook werden lood, koper, gebintwerk en tegels uit de boerderij gehaald. Daardoor werd het langzamerhand een bouwval. Die was in september 1988 echter nog goed genoeg voor het verblijf van enkele krakers. Arjan Ligtenbarg noemde ze drugsverslaafden, Willem Peletier punkers. Wie het ook waren, ze hebben het niet lang volgehouden in de vervallen boerderij.

Het gedicht van Sebastiaan Roes is te vinden in Arfgood. Verzamelde gedichten. Het verscheen in 2009 bij uitgeverij Fagus.
Meer informatie over Hemmink is te vinden in Winterswijk een eeuw verandering deel 3a van Willem Peletier uit 2003 en Scholtengoederen rondom Aalten, Dinxperlo & Winterswijk van Arjan Ligtenbarg uit 2017.

vrijdag 17 november 2017

vrijdag 3 maart 2017

Column | Hans Mellendijk



Stamtafel | Hans Mellendijk, de Gelderlander, edities Achterhoek, 2 maart 2017

De lange stamtafel in d’Olde Mölle is totaal bezet. Stoelen van belendende tafeltjes dienen aangesleept. Het lijkt erop dat de voorjaarsvakantie de carnavalontwijkers in grote getale naar de warme stamkroeg heeft gelokt. De krimp lijkt hier nog ver weg. Onze man uit Bruxelles bezoekt morgen wel te vreden zijn kapper en polderman weet een einde aan zijn diaspora te melden. Almere wordt verlaten en er wordt een huis betrokken in zijn Achterhoekse geboorteplaats. De pensionado’s keren terug naar een werkzaam leven elders. Buiten raaskaalt de storm het gier. Het Hanska Duo poogt nog ietwat carnavalesk humeur op de achtergrond te brengen door ‘Twee Emmers Met Stront’. Maar weldra stroomt de mest uit de silo’s denkbeeldig over de tafel. Wormen in Naarden krioelen heen en weer door de kroeg.
“Effen dimmen, Hé ondernemer pleur op met je OP! Doe effe normaal. STOP de versplintering. Waar blijven de vrouwen? Achterhoek weer van ons. Het wordt tijd voor andere leuzen! Kom op samen door de vooruit.”
Maar het zou de stamtafel niet zijn om uiteindelijk te zoeken naar het evenwicht. Het gaat weer goed met de economie laten we dat niet vergeten en uiteindelijk droomt de tafel van een grote coalitie links van het midden. Desnoods met SGP en CDA dan voeren we in ruil voor de wietwet  de zondagrust weer in. En mag er alleen wiet verkocht op de vrijdag bij de visboeren. Er wordt nog een rondje besteld, een enkele roker zie ik via de spiegel achter de bar verdwijnen in de tegenoverliggende skihut die door de rode verlichting wat hoerig oogt. Ach ja, een tevreden roker is geen onruststoker.

zaterdag 21 juni 2014

Door Achterhoekse Ogen | Familiepost

Vreden - Altes Rathaus

Familiepost - Hans Mellendijk vandaag in de Gelderlander edities Achterhoek

Sinds het besef dat we wezen waren geworden, na het uit de tijd komen van onze ouders werd de traditie geboren. In mei, soms pas juni, rondom de trouwdag van vader en moeder komt de familie bijelkaar. Ik en mijn drie zussen. Daags na de overwinning op Spanje laten we ons het gebak bij de koffie lekker smaken. De stemming komt er al behoorlijk in als mijn jongste (tweeling)-zus mijn 'tussenzus' (die tussen de jongste en oudste in dus) een envelop aanreikt.' Zeg ben je niet wat vergeten?' 'Wat ik?' 'Ja kiek d'r moar 's in.' Ze graait er met haar vingers een vel postzegels uit. Allemaal prachtig gekalligrafeerde enen, uit de vorige eeuw. 'Hé die kö'j nog mooi gebruken. Tiggenwoordegs gift 't alleen maor enen op de zegels!', roep ik haar toe als mijn zwager tussen neus en lippen -doelend op haar zuinigheid met vlijt- weet te melden dat hij de briefjes van honderd er maar voor de zekerheid heeft uitgehaald. De toon is door de koude kant gezet. Mijn zus weet te melden dat ze de enveloppen, die ze met nieuwjaar aan ons had verstuurd, uit de floribos van haar schoonmoeder heeft weten te redden. Daarmee de vrek in haar bevestigend. Het gesprek waaiert alle kanten op. Maar vooral naar de veranderingen bij Tante Pos. Dat met die nieuwe tarieven ''t ok niks gif'. 'I-j jo neet meer wet wa'j feitelek betaalt.' Dat het postagentschap ok weer geet verhuzen.' Ho lang duurt' t nog da'w naor Dörkum mot um de brieven te bestellen?' oppert mijn oudste zus.  Ik herinner me de slotbeelden van "Die andere Heimat", het onverwachte vervolg op de serie van Edgar Reitz, nu tegen de achtergrond van de 19e eeuw als honderduizenden Europeanen vanwege armoede besluiten de oversteek naar Brazilië te maken. Aan het eind de zoekende postbode die ter paard het laatste nieuws overzee komt brengen in het fictieve dorp Schabbach. Zou dat ons toekomstbeeld zijn, nu we steeds meer digitaal communiceren? Dan meldt de oudste dat we in Vreden worden verwacht. Daar wikkelt zich het programma af. De ortopedische schoenwinkel Wessels blijkt een klein museum te herbergen over grote schoenmaten. De eigenaar weet in smeuïg Nederlands verhalen te vertellen over zijn reizen naar de grote reuzen die van hem schoenen krijgt aangemeten. Een collectie van minatuurschoenen illustreren de geschiedenis van de schoenfabricage door de eeuwen heen. Na een pick-nick langs de Berkel wacht de volgende surprise; Das Deutsche Scherenschnittmuseum. Een werkelijk pracht verzameling kunstknipwerk, met veel werk uit Nederland maar ook de rest van de wereld is vertegenwoordigd. Van Postiljontijdperk tot een minutieus knipwerk dat Christo's megalomane inpakactie van de Berlijns Reichstag verbeeldt, uit de moderne tijd.

Dan zie ik opeens dat het vanmorgen allemaal voorspeld is. Ik zie een knipwerk gecomponeerd uit een vel postzegels uit de Crouwel-periode. Blauwe zegels van 10 cent, doormidden geknipt in een wonderschone lijnvoering vormen een pracht landschap. De dag kan niet meer kapot, met zo'n overdreven toevalligheid.




maandag 16 juni 2014

Christo in Vreden


 Reichstagverhülling 1995 | Margarethe Brüssing

Op de Familiedag Mellendijk 👉 zag ik een mooi knipwerkje betreffende Christo's 'kunststukje' in Berlijn. Christo in Vreden.

maandag 2 april 2012

Tractor Tracks in Vreden

Foto's: Hans Mellendijk

Gewapend met verse Tractor Tracks bezochten we de tentoonstelling Muskel & Machinen Kraft. Louis Radstaak overhandigde tijdens het bezoek een exemplaar aan de strabante directrice Dr. Annette Menke.

zaterdag 31 maart 2012

Zwischenzeitlich Vreden

Foto: © Louis Radstaak | Rathaus Vreden

Gisterenmiddag een Ausflug gemaakt samen met Louis naar Vreden, net over de Nederlands-Duitse grens voorbij Winterswijk. Ik meende Conny Froboess te ontmoeten.
We bezochten het mooie Hamalandmuseum>  Louis zag nog iets anders>