Hermi Hartjes met medewerking vanboer Bennie Amting en Wouter ten Pas.
Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
vrijdag 13 juli 2012
'nDrom Dertien | Herdenking Gerrit Komrij
woensdag 9 november 2022
DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 45
Vanwege een hemelse trap in bijpassende kleuren vraagt de dichter des Achterhoeks zich uiteraard af wat Gerrit Komrij ervan zou vinden. Hij zou er om gniffelen en opmerken dat de petitieouders kennelijk geen probleem hebben dat de school zijn naam draagt: verlicht dichter, atheïst, vrije geest, Nietscheaan, anti-morele beschouwer van het leven.
Aldus sprak Komrij
Wat ik dat stupide ouderdom nog wilde vragen,
dat onlangs een regenboog de oorlog verklaarde,
is of ze al langer slaven zijn van hun puberblagen
of pas sinds Gerrit Komrij hen ontaardde?
Want wat zou de dichter fier zijn op zo’n legaat,
licht fronsend over die jeugdige vooroordelen,
maar blij dat de wereld nog in domheid vergaat,
toch een verlichte karaktertrek der amorelen.
Wat zou Komrij zich dan hooglijk amuseren:
dat die zedelijk opgedoften der kerkbanken
onwetend hun kroost doen encanailleren
met zijn vrije geest en moralinevrije klanken.
Tenslotte vraagt hij of de trappen kleur blijven
bekennen en of zijn naam nog wel jarenlang
op de gevel van die mooie school zal staan.
Of gaat de vrome koopmansgeest beklijven,
die omwille van een valse vrede doodsbang
Gerrit Komrij weg zal hakken uit het dorp,
als winter weer eens van geen wijken weet.
vrijdag 9 september 2016
Mongs in Wenters
Speciaal voor deze tentoonstelling zijn hedendaagse auteurs uit het Nederlandse literaire veld uitgenodigd om te reageren op de kunstwerken. Deze auteurs, waaronder Jan Mulder, Maarten Inghels, Joke van Leeuwen en Hélène Gelèns, leveren een bijdrage in prozavorm of poëzie en hebben allen een bijzondere band met Komrij. De verhalen zijn te beluisteren op de audiotour en worden daarnaast uitgebracht als ansichtkaartenserie. Naast de permanente tentoonstelling met het vroege werk van Mondriaan biedt Villa Mondriaan altijd een podium aan vernieuwers van deze tijd. In het Paviljoen voor Moderne Kunst zullen de werken van Irakese fotograaf Rehaab Al Khazraji tentoongesteld worden, die met zwart-wit portretten van voornamelijk familieleden en bekenden de ware aard van mensen poogt te laten zien. Ook zullen hier de werken van Achterhoekse kunstenaar Erik Klein Wolterink worden laten zien. Met zijn fotoserie ‘Terug Thuus’ (2010) en zijn filminstallatie ‘Gemengd Bedrief’ (2015) blikt hij terug op zijn herinneringen op de boerderij. Hij speelt in zijn fotografie met het verstrijken van de tijd en de veranderende omgeving. Klein Wolterink heeft zich laten inspireren door de nieuwe tentoonstelling en speciaal voor Villa Mondriaan een nieuwe film gemaakt, genaamd ‘Weg van Wenters’ (2016), waar ook een beperkte oplage kunstenaarsboekjes (leporello’s) van verkocht zullen worden.
Zie ook:
donderdag 30 maart 2023
De klas van Gerrit
De klas van Gerrit Komrij 👉
maandag 30 maart 2015
Gerrit Komrij 71
Saluut aan Gerrit Komrij door Hermi Hartjes met medewerking van Bennie Amting en Wouter ten Pas, montage.
zondag 5 juli 2026
dinsdag 14 mei 2019
Saluut aan Komrij
zaterdag 21 juli 2012
Uit de oude doos | Getetter voor de muziek uit
zaterdag 14 januari 2012
Uit de oude doos | Veel heil & 9! En 1 bruin ja
Vanaf nu kan men op de kandidaten stemmen via www.dichterdesvaderlands.nl. Tsead Bruinja, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr of Hagar Peeters. Ik vond het een nogal moeilijke keuze. Allemaal kwaliteit. Ik kreeg de neiging om voor de vrouwen te gaan. Dan zou ik slechts behoeven te kiezen tussen Hagar of Joke. Totdat ik me begon af te vragen wat ik mag verwachten van de Dichter des Vaderlands. Een titel die we sinds 2000 kennen. Gerrit Komrij, werd toen gekozen. In een column destijds, tsja, het blijft een tijd van terugkijken en vooruitzien, vroeg ik me af of de kersverse Dichter des Vaderlands na vijf jaar bewind de dichtkunst op gelijke wijze zou hebben weten te huisvesten als Vic van de Reijt dat had gedaan met de Nederlandse liederen uit de vorige eeuw. En gezegd kan worden dat Gerrit Komrij naast het schrijven van spraakmakende gedichten bij onder andere het jubileum van Koningin Beatrix, de vuurwerkramp in Enschede, de verloving van Prins Willem Alexander en Máxima, de moord op Pim Fortuyn en het overlijden van Prins Claus, de betrokkenheid van het publiek bij poëzie heeft vergroot. Komrij werd hét gezicht van de Nederlandse poëzie. Een merknaam.
In 2005 volgde Driek van Wissen hem op. Met qua vorm knappe, maar inhoudelijk saaie verzen. Goed dat allemaal indachtig vroeg ik me af welke kandidaten deze eigenschappen het beste uitstralen. Surfend naar de webstees van betrokken dichters kwam ik er niet uit.
Nergens zag ik aansprekende plannen, totdat ik op iets stuitte dat oogde als een vooroorlogs Antirevolutionair affiche. Bruin JA! in kapitale letters boven de foto van mannenbroeder Tsead Bruinja. Nieuwsgierig klikte ik verder en kwam terecht in een heus strijdplan. Met grote meeslepende plannen waarbij de poëzie in al haar breedte gepromoot wordt. En, aandacht voor de streektalen, het dialect. Dat had ik bij zijn voorgangers nog nooit gezien. Toen was mijn keus snel gemaakt. Eén Bruin JA! Of eh …. aarzeling, toch maar Hagar?
Hans Mellendijk in de Gelderlander, edities Achterhoek, 03 januari 2009
woensdag 5 juli 2017
En de boer hij ploegde voort | Saluut Gerrit Komrij
dinsdag 13 december 2011
Gerrit Komrij naamgever De Driemark?
Leuk nieuws in de Gelderlander van zonet. Wordt Gerrit Komrij de naamgever van het nieuwe gebouw voor school De Driemark te Winterswijk? Vanaf morgen kan er gestemd worden.
maandag 12 oktober 2015
1e Gerrit Komrij-week
vrijdag 14 juli 2023
Op het nachtkastje | Gerrit Komrij
dinsdag 11 juni 2013
Ondertussen in Ventoux
woensdag 30 maart 2016
Gerrit Komrij 72
donderdag 1 oktober 2015
Column Hans Mellendijk | Pàng
zaterdag 30 maart 2013
Uit de oude doos | Dichter
zaterdag 26 mei 2012
Uit de oude doos | Dichter
Het kwartaalblad Poëziepuntgl presenteert Gelderse dichters, gevestigde en aanstormende talenten. En er wordt wat afgedicht in Gelderland! Meer dan honderdvijftien dichters publiceerden tot nu toe één of meerdere gedichten. Zowel gevestigde namen als aanstormende talenten en alles wat zich daartussen beweegt. Elk kwartaal duiken nieuwe dichters op. ‘De inktvlek breidt zich over Gelderland uit.’, constateerde de hoofdredacteur tevreden bij het verschijnen van het zesde nummer eind vorig jaar. Inmiddels drie nummers verder lijkt de vlek niet te stelpen door welk vloeipapier dan ook. Wat ook gezegd kan worden is dat het tijdschrift zich onderscheidt van de Nederlandse zeg maar Hollandse poëziebladen door zijn geheel eigen Gelderse klank. Er is ruime aandacht voor dialectdichtkunst. De in Algemeen Beschaafd Nederlands dichtende poëten staan broederlijk naast de Nedersaksische en Nederfrankische dichters. De periodiek wordt gelardeerd met zeer leesbare rubrieken over de dichtkunst. Mijn afwijking, het in een atlas noteren van literaire fragmenten en locaties, liet op een onbewaakt moment mijn ogen op de achterzijde van het orgaan steken bij het onderwerp ‘Poëzie en omgeving.’ De rubriek beschrijft bekende maar vooral minder bekende poëtische plekken in Gelderland die als inspiratie dienden voor een gedicht. Sindsdien lees ik het blad.
In elk nummer ook een interview over die poëzie en over mensen die daar op een bijzondere manier een band mee hebben. Bennie Jolink herhaalt er z’n, van zijn theaterprogramma bekende, stellingname over poëzie. Geheel volgens de wet van Willem Wilmink, dat je een songtekst nooit mag oplezen als gedicht staat hij op en declameert cabaretesk, met een serieus gezicht en weidse gebaren: ‘Mama, waor is mien pils?’ Maar eindigt nu genuanceerder en weet nu toch een song van zichzelf tot vers te bombarderen. “ies kan liehn//op een kolde winteraovond, as ’t vries as ’t bast/op de vievers en de bekken glimt ’t ies as glas/op de bulten van de Hummelse hei ligt een dik pak snee/op de losse plekken in het bos loopt sporen van een ree//d’n onbewolkten winterloch, die lik meer peers dan blauw/a-j buuten iets te doene hebt, dan doe je ’t bliksemgauw/de kniens en de fazanten die scharrelt deur ’t kruppelholt/de streupers die blieft binnen, ’t is eur völs te kold//ies kan liehn, ies kan liehn/margen gaot wi’j schaatsen riehn/ies kan liehn, ies kan liehn/ik heb der lange naor uutgezien//’t holt dat knetterd in de kachel, ’t is der lekker heit/nao de koffie kump de foezel, i’j krupt dichter bi’j ow meid/en as der goed gezoppen wurt, de verhalen die gaot in het rond/bi’j ’t fornuus, bunt ’t helden, allenig met den mond”
Ik herken hergebruik van ’n Huulenden waakhond’ het prachtig geschetste winterlandschap op de tweede lp. Breugheliaans van schoonheid. Waarbij Normaal wonderwel aansloot bij de traditie van meester Heuvel en co.
Vorige week vrijdag gleed het septembernummer van Poëziepuntgl in mijn brievenbus. Vol spanning bekijk ik het achterplat. Toch nog verrast zie ik mijn naam daar staan. Het dichtersdeel in mij debuteert erin met een drietal gedichten. Ik was gewaarschuwd, u nu ook! Tevreden bekijk ik resultaat. Niet gek. De volgende dag op het Doetinchemse Simonsplein lees ik in een ootmoedige bui ‘De dichter’ ernog eens op na. Het gedicht dat Komrij in al zijn bescheidenheid tot en met de twaalfde druk, als enige gedicht van hemzelf, opnam in zijn spraakmakende bloemlezing der Nederlandse poëzie. De dichter// Toen het letterkundig tijdschrift/Hem een briefje toe deed komen,/Waarin stond: ‘Mijnheer, uw verzen/Waren lang niet slecht, we zullen/Er eerdaags een paar van plaatsen,’/Zwol zijn borst tot slagschiphoogte./Heel zijn leven werd nu anders./Hij ging doen alsof hij grote/Mensen hoogstpersoonlijk kende./Hij zei stad wanneer jij blad zei./Hij zei held wanneer jij speld zei./Hij zei ach wanneer jij dag zei./En daarvan wilde hij leven! Tja, hij wel.
maandag 5 december 2022
Ondertussen in PcN | Nijmegen
Nederland kent een diversiteit aan talen en dialecten, maar in een bloemlezing tref je ze zelden. Tsead Bruinja besloot als (voormalig) Dichter des Vaderlands om een inclusieve bloemlezing samen te stellen: De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie.
‘(..) Als zoon van Antillen/Heb ik een boekenkast vol met Nederland/En ben ik het verzwegen bloed in het zand/Vervreemd van mijn eigen eiland,’ dicht Jörgen Gario (UNOM) in Mi Ta perdona. Hij voelt zich een buitenstaander, ook in de poëzie: Nederlandstalige bloemlezingen bevatten vooral geijkte namen als Remco Campert, Ilja Leonard Pfeijffer en M. Vasalis.
Bloemlezingen worden samengesteld op basis van het principe van uitsluiting. Bracht Nederlands bekendste bloemlezer Gerrit Komrij (1944-2012) een bloemlezing uit dan waren alle dichters in rep en roer: 1. Had je de selectie gehaald? 2. Met hoeveel gedichten? (statusbepalend!). Een echte opvolger van Komrij is er niet, althans geen opvolger met dezelfde statuur en gewicht, wat ook iets over de tijdsgeest zegt, waarin een dergelijke autoriteit niet past. De meeste bloemlezingen die de afgelopen jaren verschenen zijn thematisch (liefde, dood, natuur, spoken word, etc.) en zeggen weinig over de Nederlandse poëzie an sich.
Tsead Bruinja (48) keert het selectieprincipe om: dichters die vaak werden overgeslagen of buitengesloten, krijgen een plek in zijn bloemlezing, bestaande uit 101 gedichten uit het Koninkrijk der Nederlanden van 1945 tot nu.
Naast bekende (anderstalige) poëzie van dichters als Astrid Roemer, Michaël Slory, Tsjêbbe Hettinga, Albertina Soepboer en Willem Wilmink, bevat de bundel veel relatief onbekende namen van dichters uit de Antillen, Indonesië en Suriname, maar ook gedichten van Friezen, Drenten, Limburgers en ‘nieuwe Nederlanders’ uit het Midden-Oosten. De meeste gedichten zijn in het Nederlands vertaald.
Verrassende selectie
Het is goed dat Bruinja de oorspronkelijke gedichten naast de vertaling plaatst, want in vertaling wil nog wel eens rijm en metrum verloren gaan, zoals in het gedicht bro (rust) uit 1957 van de Surinaamse Trefossa, pseudoniem van Henri Frans de Ziel, die ook een belangrijke rol in de Surinaamse onafhankelijkheidsstrijd speelde.
Het eindrijm in het oorspronkelijke gedicht is in vertaling verdwenen: ‘(..) vandaag stuwt mijn hart mij om te gaan/tot aan een stille kreek, ver weg (..) als ik ben teruggekeerd zal ik wellicht geworden zijn/, een beetje beter mens,/die kan lachen, slaag kan dragen.’ Een verontrustende slotzin, die tevens uitnodigt om meer te achterhalen over de context waarin het gedicht is ontstaan.
Door de brede selectie is er niet echt sprake van een thematiek binnen de bloemlezing, hoewel huiselijke beslommeringen, arbeid en streekgebonden zaken of taal de boventoon lijken te voeren. Niet alle taal is voor alle lezers te doorgronden, maar dat hoeft geen belemmering te vormen: goede poëzie biedt wel vaker ruimte voor interpretatie.
Dat laat Esther Porcelijn mooi zien in Taal van Tilburg (2013): ‘Iemand ‘liked’ een filmpje op internet./Hamasleider als een natte dweil uit een auto gesleept./Ik trek mijn pèkske aan voor de carnaval, het is een bananenpèkske.’ Er volgt een carnavalstocht door de stad. Ze besluit: ‘Begin ik weer over Hamas. (..) En ik: “mwa, ik begrijp het niet”/En jij: “niet alles is te begrijpen, dènk”/Dan rommel ik in de nootjes/En terwijl jij toekijkt/Vinden we daar onze subtekst.’
De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie is naast een verrassende selectie ook een uitnodiging om opnieuw naar (de Nederlandse) taal te kijken.
De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie: 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu
Samengesteld door Tsead Bruinja
Uitgeverij Querido, €22,99
279 blz.






