Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht gerrit komrij. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht gerrit komrij. Sorteren op datum Alle posts tonen

vrijdag 13 juli 2012

'nDrom Dertien | Herdenking Gerrit Komrij

Hermi Hartjes :
"Graag even aandacht voor een gebeurtenis van afgelopen week."

Foto's: © Jan Duitshof | 'nDrom Dertien | 07-07-2012

                                             Geboren op de plek waar
                                             de winter van geen wijken weet.
                                            
                                            Gestorven in de plaats waar
                                            men de lakens wit maakt met inkt.

                                            Brengen wij een saluut aan de zoon
                                            van onze Achterhoekse 'ploddenwever'.
                                                
                                                Aan Gerrit Komrij.



[1 minuut stilte - muziek Last Post]




"Applaus voor GERRIT KOMRIJ."


ONDERTUSSEN OP YOU TUBE

Saluut aan Gerrit Komrij | De zwijgzaamheid


Hermi Hartjes met medewerking van
boer Bennie Amting en Wouter ten Pas.



woensdag 9 november 2022

DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 45


Bert Scheuter 👉

Vanwege een hemelse trap in bijpassende kleuren vraagt de dichter des Achterhoeks zich uiteraard af wat Gerrit Komrij ervan zou vinden. Hij zou er om gniffelen en opmerken dat de petitieouders kennelijk geen probleem hebben dat de school zijn naam draagt: verlicht dichter, atheïst, vrije geest, Nietscheaan, anti-morele beschouwer van het leven.

Aldus sprak Komrij

Wat ik dat stupide ouderdom nog wilde vragen,
dat onlangs een regenboog de oorlog verklaarde,
is of ze al langer slaven zijn van hun puberblagen
of pas sinds Gerrit Komrij hen ontaardde?

Want wat zou de dichter fier zijn op zo’n legaat,
licht fronsend over die jeugdige vooroordelen,
maar blij dat de wereld nog in domheid vergaat,
toch een verlichte karaktertrek der amorelen.

Wat zou Komrij zich dan hooglijk amuseren:
dat die zedelijk opgedoften der kerkbanken
onwetend hun kroost doen encanailleren
met zijn vrije geest en moralinevrije klanken.

Tenslotte vraagt hij of de trappen kleur blijven
bekennen en of zijn naam nog wel jarenlang
op de gevel van die mooie school zal staan.

Of gaat de vrome koopmansgeest beklijven,
die omwille van een valse vrede doodsbang
Gerrit Komrij weg zal hakken uit het dorp,
als winter weer eens van geen wijken weet.

vrijdag 9 september 2016

Mongs in Wenters

Rijks Hoogere Burgerschool | Winterswijk

Vanaf 9 september 2016 is de tentoonstelling Kunst van Komrij te zien bij Villa Mondriaan. In de tentoonstelling wordt een brug geslagen tussen de beeldende kunst en de literatuur, zoals Gerrit Komrij dat zelf ook deed. In de villa waar Piet Mondriaan zijn kunstenaarstalent ontdekte worden schilderijen, tekeningen en etsen uit de privécollectie van Gerrit Komrij en zijn partner Charles Hofman getoond. Daarnaast zijn er werken van onder andere Jan Toorop, Jan Sluijters, Charley Toorop, Carel Willink en Kees Verwey te zien, kunstenaars waarover Komrij geschreven heeft. Komrij was van mening dat mensen kansen lieten liggen bij het kijken naar kunst, in een tijd waarin men gewend is geraakt aan een overvloed van prikkels, bijvoorbeeld op televisie en in andere media. Hij vond schoonheid in de dieptes van het statische. Hij geeft de voorkeur aan realistische werken, met in de hoofdrol portretten, dubbelportretten en zelfportretten. Komrij is daarbij vooral gefascineerd door het spiegeleffect tussen maker, afbeelding en beschouwer. De werken voor deze tentoonstelling zijn afkomstig uit de collecties van Museum MORE, Museum Arnhem en de Verwey Stichting.


Villa Mondriaan | Louis Nijhuis

Speciaal voor deze tentoonstelling zijn hedendaagse auteurs uit het Nederlandse literaire veld uitgenodigd om te reageren op de kunstwerken. Deze auteurs, waaronder Jan Mulder, Maarten Inghels, Joke van Leeuwen en Hélène Gelèns, leveren een bijdrage in prozavorm of poëzie en hebben allen een bijzondere band met Komrij. De verhalen zijn te beluisteren op de audiotour en worden daarnaast uitgebracht als ansichtkaartenserie. Naast de permanente tentoonstelling met het vroege werk van Mondriaan biedt Villa Mondriaan altijd een podium aan vernieuwers van deze tijd. In het Paviljoen voor Moderne Kunst zullen de werken van Irakese fotograaf Rehaab Al Khazraji tentoongesteld worden, die met zwart-wit portretten van voornamelijk familieleden en bekenden de ware aard van mensen poogt te laten zien. Ook zullen hier de werken van Achterhoekse kunstenaar Erik Klein Wolterink worden laten zien. Met zijn fotoserie ‘Terug Thuus’ (2010) en zijn filminstallatie ‘Gemengd Bedrief’ (2015) blikt hij terug op zijn herinneringen op de boerderij. Hij speelt in zijn fotografie met het verstrijken van de tijd en de veranderende omgeving. Klein Wolterink heeft zich laten inspireren door de nieuwe tentoonstelling en speciaal voor Villa Mondriaan een nieuwe film gemaakt, genaamd ‘Weg van Wenters’ (2016), waar ook een beperkte oplage kunstenaarsboekjes (leporello’s) van verkocht zullen worden. 

Zie ook: 


donderdag 30 maart 2023

De klas van Gerrit

De klas van Gerrit Komrij 👉

zie ook de Wereld van Wenters | Gerrit Komrij 👉

maandag 30 maart 2015

Gerrit Komrij 71

De Zwijgzaamheid

Saluut aan Gerrit Komrij door Hermi Hartjes met medewerking van Bennie Amting en Wouter ten Pas, montage.

meer Gerrit Komrij op 'sMelssleMs'>

dinsdag 14 mei 2019

Saluut aan Komrij

Saluut aan Gerrit Komrij door Hermi Hartjes met medewerking van Bennie Amting en Wouter ten Pas, montage.

Donderdagavond in de reeks Komrij-lezingen⇲ zal Hans Keuper ingaan op  de literatuur, lectuur en liedkunst in het Nedersaksisch vanaf de middeleeuwen tot het heden. Hij zal ook teksten laten horen en balladen en liedjes zingen, waarbij hij zich begeleidt op gitaar, trekharmonika of kromhoorn. Hans Keuper werd in 1944 in Dinxperlo geboren. Hij studeerde biologie in Utrecht en verbleef na zijn doctoraal geruime tijd in Kameroen. Hij was werkzaam als biologieleraar in Rotterdam, Utrecht en Doetinchem. Voor Boh Foi Toch – de band viert dit jaar het dertigjarig bestaan – schreef hij  alle nummers in het Nedersaksisch. Daarnaast was hij jaren redacteur van De Moespot en werkte hij mee aan verschillende in het dialect geschreven verhalen-bundels. Hij werd al snel geroemd als de man die de streektaal tot ware kunst heeft verheven.

De Komrijlezing 2019 wordt gehouden op donderdag 16 mei in de theaterzaal van het Gerrit Komrij College en begint om 20.00 uur. De toegangsprijs is € 10,-. Kaarten zijn te koop aan de infobalie van de school, bij boekhandel Kramer en de openbare bibliotheek.

zaterdag 21 juli 2012

Uit de oude doos | Getetter voor de muziek uit



Getetter voor de muziek uit

Een week voordat BOEM PAUKESLAG alles bij mijn letterendealer plat legt ten faveure van de andere muzikale boeken tettert “Komrij's Kakafonie -oftewel- Encyclopedie van de stront” nadrukkelijk om mijn aandacht. ‘Een machtig drukwerk’ zoals het in een advertentie werd aangekondigd. Het grote grijnzen was bij het lezen van deze aanbeveling reeds begonnen. Eenmaal bij mijn boekhandelaar doe ik het in mijn broek van het lachen als ik het drekboek in levende lijve zie liggen. Niet het naslagwerk gekaft in een onbestemd bruine omslag, een nep stofstructuren ondergrond met roodpaarse nagloed. Glasvliesbehang. Niet de hoofdtitel in glanzend sanitair wit, de ondertitel en merknaam in lichtbruine melkchocolade kleur gedrukt. Niet de houten wc-bril, met een heus gat uitgestanst, met daarachter de diepte scheppende omgevouwen flap. Niet het kijkje langs de schone schotel, de peilloze afgrond in. Niet de vlakspoeler met glanzend plateautje -m’n lief zou trots zijn als ik hem zo zou achterlaten. Maar het welbekende “De Bezige Bij”- logo, het gestileerde bijtje, op de plek waar bij sommige wc-potten een nepstrontvlieg siert, om de naast de pot piesdwang bij heren te beteugelen, is het, dat mijn kringspier doet trillen. Als sublimatie van de lachspier? En waarom eigenlijk lachen? Een uiting van verlegenheid om het aangebodene? De schaamte nog steeds niet voorbij? In ieder geval wekt het mijn kooplust op nog voordat ik recht heb op het boekenweekgeschenk.

Kakafonie. Het hoort wat mij betreft nu al tot de best vormgegeven boeken van dit jaar. Die veer mag Piet Schreuders alvast in zijn kont steken. Het binnenwerk is al even mooi opgemaakt, alsof het  een kookboek betrof. Wat het feitelijk ook is maar dan een omgekeerd. Zoals de schepper van al dit moois, Gerrit Komrij, op de achterflap zo treffend omschrijft. ‘Het maakt onafscheidelijk deel uit van een tweedelig gastronomisch hoofdwerk. Het toont het ware gezicht van de mens.’

Is er dan niets mis aan het boek?  Tja, wat extra onbeschreven vellen papier om zelf te bevuilen. Bijvoorbeeld met al het geurige dat bij Normaal is afgescheden over dit tot nu toe onontgonnen gebied in de Nederlandse cultuur. 

Ik weet niet of het te maken heeft met het feit dat de heren van Normaal net als Gerrit Komrij de jeugd doorbrachten op het Achterhoekse platteland, in een tijd toen de reuk van mest en gier, van stront en pies de gewoonste zaak van de wereld was. Maar zeker is dat ook zij, de nachtspiegelende tegenpolen van Komrij, de nodige drekverzen bij elkaar hebben geschreven. Dun op d’n mest, Ik mos pissen, om maar een paar voorbeelden te noemen, maar bovenal, Drieteri-je Blues. ‘Ik zat laatst te schijten op de plee / En ik persen as een idioot / Maor ’t duren wel een uur of twee / Eindelijk kwam d’r een grote köttel stront / En die stonk zo afschuwelijk / Ik sodemieterde bi-jnao, bi-jnao op de grond / Yeah, yeah, da’s pas, da’s pas blues.’ Allemaal niet te vinden. Wel een Amerikaans equivalent. Constipation Blues. Een tot gisteren voor mij onbekend nummer van eveneens onbekende artiest. Screamin’ Jay Hawkins. Live bracht hij in 1969 de blues ten gehore. ‘UMM-UMMMH, aeoh / UMM-UOOMH / OOH! / OH! / UH-UH / Aaah / UOH, aah / Let it go!  Let it go! Let it go! /I don't believe I can take much more  (...) SPLASH!!! SPSHHH .... / Feel, ah, I feel alright / Yeah, I feel alright / SPLASH!!! Shpsh ... / Yeah / I feel alright / SPLASH! / Flush  // Phew / Phew / Phew... / Feel alright’

Of Jolink en consorten het ooit al eens gehoord hadden toen zij met hun verstoppingsklaagzang op Lochem Popmeeting 1975 hun duizelingwekkende loopbaan in de amusementsindustrie startten. Ik denk het niet. Pas in 1983 volgde van Constipation Blues een uitgebreidere studioversie op de plaat. Gisteren via een mp3-jacht op het wereld wijde web kreeg ik het nummer te pakken.  U heeft vast wel een donkerbruin vermoeden hoe de altsax intro in dit nummer door de nakende lentenacht klonk.


Hans Mellendijk | de Gelderlander | 25 maart 2006

zaterdag 14 januari 2012

Uit de oude doos | Veel heil & 9! En 1 bruin ja


Veel heil & 9! En 1 bruin ja

Völ heil en zegen, a’j mi’j niks geeft val i’j mi’j tegen. ’n Gelukkeg Ni’jjaor, steet de toete al klaor? De poëzie viert hoogtij deze dagen, bemerk ik aan de binnenglijdende gelukwensen. Binnenkort begint de nieuwe zittingsperiode voor de Dichter des Vaderlands. Twaalf december werd de shortlist, zoals dat in goed Nederlands heet, vervroegd bekend gemaakt daar de geruchtenstroom lekte. 

Vanaf nu kan men op de kandidaten stemmen via www.dichterdesvaderlands.nl. Tsead Bruinja, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr of Hagar Peeters. Ik vond het een nogal moeilijke keuze. Allemaal kwaliteit. Ik kreeg de neiging om voor de vrouwen te gaan. Dan zou ik slechts behoeven te kiezen tussen Hagar of  Joke. Totdat ik me begon af te vragen wat ik mag verwachten van de Dichter des Vaderlands. Een titel die we sinds 2000 kennen. Gerrit Komrij, werd toen gekozen. In een column destijds, tsja, het blijft een tijd van terugkijken en vooruitzien, vroeg ik me af of de kersverse Dichter des Vaderlands na vijf jaar bewind de dichtkunst op gelijke wijze zou hebben weten te huisvesten als Vic van de Reijt dat had gedaan met de Nederlandse liederen uit de vorige eeuw. En gezegd kan worden dat Gerrit Komrij naast het schrijven van spraakmakende gedichten bij onder andere het jubileum van Koningin Beatrix, de vuurwerkramp in Enschede, de verloving van Prins Willem Alexander en Máxima, de moord op Pim Fortuyn en het overlijden van Prins Claus, de betrokkenheid van het publiek bij poëzie heeft vergroot. Komrij werd hét gezicht van de Nederlandse poëzie. Een merknaam. 

In 2005 volgde Driek van Wissen hem op. Met qua vorm knappe, maar inhoudelijk saaie verzen. Goed dat allemaal indachtig vroeg ik me af welke kandidaten deze eigenschappen het beste uitstralen. Surfend naar de webstees van betrokken dichters kwam ik er niet uit. 

Nergens zag ik aansprekende plannen, totdat ik op iets stuitte dat oogde als een vooroorlogs Antirevolutionair affiche. Bruin JA! in kapitale letters boven de foto van mannenbroeder Tsead Bruinja. Nieuwsgierig klikte ik verder en kwam terecht in een heus strijdplan. Met grote meeslepende plannen waarbij de poëzie in al haar breedte gepromoot wordt. En, aandacht voor de streektalen, het dialect. Dat had ik bij zijn voorgangers nog nooit gezien. Toen was mijn keus snel gemaakt. Eén Bruin JA! Of eh …. aarzeling, toch maar Hagar?

Hans Mellendijk in de Gelderlander, edities Achterhoek, 03 januari 2009

woensdag 5 juli 2017

En de boer hij ploegde voort | Saluut Gerrit Komrij

Saluut aan Gerrit Komrij | De zwijgzaamheid 
Hermi Hartjes | Bennie Amting | Wouter ten Pas


Vandaag is Gerrit alweer vijf jaar uit de tijd gekomen. 

dinsdag 13 december 2011

Gerrit Komrij naamgever De Driemark?



Leuk nieuws in de Gelderlander van zonet. Wordt Gerrit Komrij de naamgever van het nieuwe gebouw voor school De Driemark te Winterswijk? Vanaf morgen kan er gestemd worden.


maandag 12 oktober 2015

1e Gerrit Komrij-week

Het verraad door de generatie 68 | Ruigoord 30 jaar lezing | Gerrit Komrij

In gesprek met van Zanten | Komkommer TV

vrijdag 14 juli 2023

Op het nachtkastje | Gerrit Komrij


Ruim 25 jaar woonde Gerrit Komrij in de afgelegen heuvels van Portugal. Omringd door niets meer dan uitzicht, boeken, zijn partner Charles en de honden, blijkt hij een virtuoos in uitstellen. Eerst de post.

dinsdag 11 juni 2013

Ondertussen in Ventoux


Peter Seegers | 'Wie?' 'Gerrit Komrij! Jezus man, je weet toch wel wie Gerrit Komrij is? Komt ook uit de Achterhoek. Als die zegt dat je een groot talent bent, dan ben je het ook. Ga daar nou maar van uit.'

woensdag 30 maart 2016

Gerrit Komrij 72


Saluut aan Gerrit Komrij door Hermi Hartjes 
met medewerking van Bennie Amting en Wouter ten Pas, montage.

donderdag 1 oktober 2015

Column Hans Mellendijk | Pàng



Pàng | Hans Mellendijk, de Gelderlander, edities Achterhoek, 1 oktober 2015.
Elke aandacht voor poëzie is meegenomen. Op de Markt te Bredevoort zag ik het project ZiePoëZie van De Kunstrijders staan. Het reist momenteel door de Achterhoek. Via Terborg, Bredevoort, Didam om uiteindelijk in de Komrij-week (12-17 oktober) in Winterswijk te landen. Mooi object door een kijkgaatje lees je een door een lampje verlicht gedicht. Waarom is er een kijkdoos van gemaakt? Waarom niet gewoon bij daglicht een poster, of is het vooral voor de dolende slaapwandelaar in de nacht bedoeld? De wekelijks wisselende gedichten hebben mij nog geen antwoord kunnen geven. Vorm en inhoud hebben niets met elkaar te maken wisten de makers me deze zomer te melden. Misschien weet men in Winterswijk er wel raad mee. Een toepasselijke tekst van Gerrit Komrij kan het project redden. In ‘Alles onecht’ een keuze uit de gedichten, verhaalt de dichter over het moment dat hij doordrongen raakte van zijn dichterschap:“‘De seconde van de Jachthuisweg’: Het was op de Jachthuisweg. Daar werd ik, op mijn negentiende, dichter. In een handomdraai was het gebeurd. Anderen mogen het een goddelijke ingeving noemen, een moment van waarheid, een mystieke blikseminslag - mij kwam het op dat moment alleen voor of er een knop werd omgedraaid. Ik kreeg er niets bij, ik werd er niet rijker of vollediger door - het licht ging aan in een kamer, meer niet. De kamer zelf was er al. Pàng. Van het ene moment op het andere wist ik wat poëzie betekende." (…) “ Nog altijd zit er voor mij iets van dezelfde elektriciteit in de lucht. Zomaar tussen de weilanden, op die doodgewone weg. Het komt me voor dat de  hemel er ruimer is. Er zit daar een gaatje in het heelal en niemand die het ziet, behalve ik.”
In de ZiePoëZie kijkdoos zou bij het aanflitsen van de verlichting,  eventueel versterkt door een fluoriserende tekst de ervaring herhaald kunnen worden.
Gerrit hield wel van dat soort circusnummers.



zaterdag 30 maart 2013

Uit de oude doos | Dichter


Ies kan liehn

Dichter

Gerrit Komrij loofde begin jaren zeventig vorige eeuw in een interview de dichter Staring vanwege zijn moderne methodes en technieken. “Dat hij daarbij Gelderlander is, is puur toeval. Nu achteraf blijkt dat ik zelf zulke ‘goede gedichten’ schrijf, is het helemaal niet verwonderlijk dat Staring en ik allebei uit Gelderland komen, maar nogmaals, dat is redenering achteraf.” voegde hij er niet van ironie gespeend aan toe. Je kunt inderdaad redetwisten of je kunt spreken van Gelderse dichtkunst. Maar een feit is dat er sinds september 2003 een driemaandelijks tijdschrift over Gelderse dichtkunst existeert.

Het kwartaalblad poëziepuntgl presenteert Gelderse dichters, gevestigde en aanstormende talenten. En er wordt wat afgedicht in Gelderland! Meer dan honderdvijftien dichters publiceerden tot nu toe één of meerdere gedichten. Zowel gevestigde namen als aanstormende talenten en alles wat zich daartussen beweegt. Elk kwartaal duiken nieuwe dichters op. ‘De inktvlek breidt zich over Gelderland uit.’, constateerde de hoofdredacteur tevreden bij het verschijnen van het zesde nummer eind vorig jaar. Inmiddels drie nummers verder lijkt de vlek niet te stelpen door welk vloeipapier dan ook. Wat ook gezegd kan worden is dat het tijdschrift zich onderscheidt van de Nederlandse zeg maar Hollandse poëziebladen door zijn geheel eigen Gelderse klank. Er is ruime aandacht voor dialectdichtkunst. De in Algemeen Beschaafd Nederlands dichtende poëten staan broederlijk naast de Nedersaksische en Nederfrankische dichters. De periodiek wordt gelardeerd met zeer leesbare rubrieken over de dichtkunst. Mijn afwijking, het in een atlas noteren van literaire fragmenten en locaties, liet op een onbewaakt moment mijn ogen op de achterzijde van het orgaan steken bij het onderwerp ‘Poëzie en omgeving.’ De rubriek beschrijft bekende maar vooral minder bekende poëtische plekken in Gelderland die als inspiratie dienden voor een gedicht. Sindsdien lees ik het blad. In elk nummer ook een interview over die poëzie en over mensen die daar op een bijzondere manier een band mee hebben. Bennie Jolink herhaalt er z’n, van zijn theaterprogramma bekende, stellingname over poëzie. Geheel volgens de wet van Willem Wilmink, dat je een songtekst nooit mag oplezen als gedicht staat hij op en declameert cabaretesk, met een serieus gezicht en weidse gebaren: ‘Mama, waor is mien pils?’ Maar eindigt nu genuanceerder en weet nu toch een song van zichzelf tot vers te bombarderen. 

 “ies kan liehn//op een kolde winteraovond, as ’t vries as ’t bast/op de vievers en de bekken glimt ’t ies as glas/op de bulten van de Hummelse hei ligt een dik pak snee/op de losse plekken in het bos loopt sporen van een ree//d’n onbewolkten winterloch, die lik meer peers dan blauw/a-j buuten iets te doene hebt, dan doe je ’t bliksemgauw/de kniens en de fazanten die scharrelt deur ’t kruppelholt/de streupers die blieft binnen, ’t is eur völs te kold//ies kan liehn, ies kan liehn/margen gaot wi’j schaatsen riehn/ies kan liehn, ies kan liehn/ik heb der lange naor uutgezien//’t holt dat knetterd in de kachel, ’t is der lekker heit/nao de koffie kump de foezel, i’j krupt dichter bi’j ow meid/en as der goed gezoppen wurt, de verhalen die gaot in het rond/bi’j ’t fornuus, bunt ’t helden, allenig met den mond”
Ik herken hergebruik van ’n Huulende waakhond’ het prachtig geschetste winterlandschap op de tweede lp. Breugheliaans van schoonheid. Waarbij Normaal wonderwel aansloot bij de traditie van meester Heuvel en co. 

Vorige week vrijdag gleed het septembernummer van Poëziepuntgl in mijn brievenbus. Vol spanning bekijk ik het achterplat. Toch nog verrast zie ik mijn naam daar staan. Het dichtersdeel in mij debuteert erin met een drietal gedichten. Ik was gewaarschuwd, u nu ook! Tevreden bekijk ik resultaat. Niet gek. De volgende dag op het Doetinchemse Simonsplein lees ik in een ootmoedige bui  ‘De dichter’ ernog eens op na. Het gedicht dat Komrij in al zijn bescheidenheid tot en met de twaalfde druk, als enige gedicht van hemzelf, opnam in zijn spraakmakende bloemlezing der Nederlandse poëzie. De dichter// Toen het letterkundig tijdschrift/Hem een briefje toe deed komen,/Waarin stond: ‘Mijnheer, uw verzen/Waren lang niet slecht, we zullen/Er eerdaags een paar van plaatsen,’/Zwol zijn borst tot slagschiphoogte./Heel zijn leven werd nu anders./Hij ging doen alsof hij grote/Mensen hoogstpersoonlijk kende./Hij zei stad wanneer jij blad zei./Hij zei held wanneer jij speld zei./Hij zei ach waneer jij dag zei./En daarvan wilde hij leven! Tja, hij wel.


Hans Mellendijk, de Gelderlander 8 oktober 2005

zaterdag 26 mei 2012

Uit de oude doos | Dichter




Dichter

Gerrit Komrij loofde begin jaren zeventig vorige eeuw in een interview de dichter Staring vanwege zijn moderne methodes en technieken. “Dat hij daarbij Gelderlander is, is puur toeval. Nu achteraf blijkt dat ik zelf zulke ‘goede gedichten’ schrijf, is het helemaal niet verwonderlijk dat Staring en ik allebei uit Gelderland komen, maar nogmaals, dat is redenering achteraf.” voegde hij er niet van ironie gespeend aan toe. Je kunt inderdaad redetwisten of je kunt spreken van Gelderse dichtkunst. Maar een feit is dat er sinds september 2003 een driemaandelijks tijdschrift over Gelderse dichtkunst existeert.


Het kwartaalblad Poëziepuntgl presenteert Gelderse dichters, gevestigde en aanstormende talenten. En er wordt wat afgedicht in Gelderland! Meer dan honderdvijftien dichters publiceerden tot nu toe één of meerdere gedichten. Zowel gevestigde namen als aanstormende talenten en alles wat zich daartussen beweegt. Elk kwartaal duiken nieuwe dichters op. ‘De inktvlek breidt zich over Gelderland uit.’, constateerde de hoofdredacteur tevreden bij het verschijnen van het zesde nummer eind vorig jaar. Inmiddels drie nummers verder lijkt de vlek niet te stelpen door welk vloeipapier dan ook. Wat ook gezegd kan worden is dat het tijdschrift zich onderscheidt van de Nederlandse zeg maar Hollandse poëziebladen door zijn geheel eigen Gelderse klank. Er is ruime aandacht voor dialectdichtkunst. De in Algemeen Beschaafd Nederlands dichtende poëten staan broederlijk naast de Nedersaksische en Nederfrankische dichters. De periodiek wordt gelardeerd met zeer leesbare rubrieken over de dichtkunst. Mijn afwijking, het in een atlas noteren van literaire fragmenten en locaties, liet op een onbewaakt moment mijn ogen op de achterzijde van het orgaan steken bij het onderwerp ‘Poëzie en omgeving.’ De rubriek beschrijft bekende maar vooral minder bekende poëtische plekken in Gelderland die als inspiratie dienden voor een gedicht. Sindsdien lees ik het blad. 


In elk nummer ook een interview over die poëzie en over mensen die daar op een bijzondere manier een band mee hebben. Bennie Jolink herhaalt er z’n, van zijn theaterprogramma bekende, stellingname over poëzie. Geheel volgens de wet van Willem Wilmink, dat je een songtekst nooit mag oplezen als gedicht staat hij op en declameert cabaretesk, met een serieus gezicht en weidse gebaren: ‘Mama, waor is mien pils?’ Maar eindigt nu genuanceerder en weet nu toch een song van zichzelf tot vers te bombarderen. “ies kan liehn//op een kolde winteraovond, as ’t vries as ’t bast/op de vievers en de bekken glimt ’t ies as glas/op de bulten van de Hummelse hei ligt een dik pak snee/op de losse plekken in het bos loopt sporen van een ree//d’n onbewolkten winterloch, die lik meer peers dan blauw/a-j buuten iets te doene hebt, dan doe je ’t bliksemgauw/de kniens en de fazanten die scharrelt deur ’t kruppelholt/de streupers die blieft binnen, ’t is eur völs te kold//ies kan liehn, ies kan liehn/margen gaot wi’j schaatsen riehn/ies kan liehn, ies kan liehn/ik heb der lange naor uutgezien//’t holt dat knetterd in de kachel, ’t is der lekker heit/nao de koffie kump de foezel, i’j krupt dichter bi’j ow meid/en as der goed gezoppen wurt, de verhalen die gaot in het rond/bi’j ’t fornuus, bunt ’t helden, allenig met den mond”


Ik herken hergebruik van ’n Huulenden waakhond’ het prachtig geschetste winterlandschap op de tweede lp. Breugheliaans van schoonheid. Waarbij Normaal wonderwel aansloot bij de traditie van meester Heuvel en co. 


Vorige week vrijdag gleed het septembernummer van Poëziepuntgl in mijn brievenbus. Vol spanning bekijk ik het achterplat. Toch nog verrast zie ik mijn naam daar staan. Het dichtersdeel in mij debuteert erin met een drietal gedichten. Ik was gewaarschuwd, u nu ook! Tevreden bekijk ik resultaat. Niet gek. De volgende dag op het Doetinchemse Simonsplein lees ik in een ootmoedige bui  ‘De dichter’ ernog eens op na. Het gedicht dat Komrij in al zijn bescheidenheid tot en met de twaalfde druk, als enige gedicht van hemzelf, opnam in zijn spraakmakende bloemlezing der Nederlandse poëzie. De dichter// Toen het letterkundig tijdschrift/Hem een briefje toe deed komen,/Waarin stond: ‘Mijnheer, uw verzen/Waren lang niet slecht, we zullen/Er eerdaags een paar van plaatsen,’/Zwol zijn borst tot slagschiphoogte./Heel zijn leven werd nu anders./Hij ging doen alsof hij grote/Mensen hoogstpersoonlijk kende./Hij zei stad wanneer jij blad zei./Hij zei held wanneer jij speld zei./Hij zei ach wanneer jij dag zei./En daarvan wilde hij leven! Tja, hij wel.

Hans Mellendijk, de Gelderlander, 9 oktober 2005, edities Achterhoek

maandag 5 december 2022

Ondertussen in PcN | Nijmegen




Het was zaterdagmiddag weer genieten van de diversiteit aan voordrachten uit de Eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie. Juist die dag stond in Het Parool de hierna volgende recensie.

Nederland kent een diversiteit aan talen en dialecten, maar in een bloemlezing tref je ze zelden. Tsead Bruinja besloot als (voormalig) Dichter des Vaderlands om een inclusieve bloemlezing samen te stellen: De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie.

‘(..) Als zoon van Antillen/Heb ik een boekenkast vol met Nederland/En ben ik het verzwegen bloed in het zand/Vervreemd van mijn eigen eiland,’ dicht Jörgen Gario (UNOM) in Mi Ta perdona. Hij voelt zich een buitenstaander, ook in de poëzie: Nederlandstalige bloemlezingen bevatten vooral geijkte namen als Remco Campert, Ilja Leonard Pfeijffer en M. Vasalis.

Bloemlezingen worden samengesteld op basis van het principe van uitsluiting. Bracht Nederlands bekendste bloemlezer Gerrit Komrij (1944-2012) een bloemlezing uit dan waren alle dichters in rep en roer: 1. Had je de selectie gehaald? 2. Met hoeveel gedichten? (statusbepalend!). Een echte opvolger van Komrij is er niet, althans geen opvolger met dezelfde statuur en gewicht, wat ook iets over de tijdsgeest zegt, waarin een dergelijke autoriteit niet past. De meeste bloemlezingen die de afgelopen jaren verschenen zijn thematisch (liefde, dood, natuur, spoken word, etc.) en zeggen weinig over de Nederlandse poëzie an sich.

Tsead Bruinja (48) keert het selectieprincipe om: dichters die vaak werden overgeslagen of buitengesloten, krijgen een plek in zijn bloemlezing, bestaande uit 101 gedichten uit het Koninkrijk der Nederlanden van 1945 tot nu.

Naast bekende (anderstalige) poëzie van dichters als Astrid Roemer, Michaël Slory, Tsjêbbe Hettinga, Albertina Soepboer en Willem Wilmink, bevat de bundel veel relatief onbekende namen van dichters uit de Antillen, Indonesië en Suriname, maar ook gedichten van Friezen, Drenten, Limburgers en ‘nieuwe Nederlanders’ uit het Midden-Oosten. De meeste gedichten zijn in het Nederlands vertaald.

Verrassende selectie

Het is goed dat Bruinja de oorspronkelijke gedichten naast de vertaling plaatst, want in vertaling wil nog wel eens rijm en metrum verloren gaan, zoals in het gedicht bro (rust) uit 1957 van de Surinaamse Trefossa, pseudoniem van Henri Frans de Ziel, die ook een belangrijke rol in de Surinaamse onafhankelijkheidsstrijd speelde.

Het eindrijm in het oorspronkelijke gedicht is in vertaling verdwenen: ‘(..) vandaag stuwt mijn hart mij om te gaan/tot aan een stille kreek, ver weg (..) als ik ben teruggekeerd zal ik wellicht geworden zijn/, een beetje beter mens,/die kan lachen, slaag kan dragen.’ Een verontrustende slotzin, die tevens uitnodigt om meer te achterhalen over de context waarin het gedicht is ontstaan.

Door de brede selectie is er niet echt sprake van een thematiek binnen de bloemlezing, hoewel huiselijke beslommeringen, arbeid en streekgebonden zaken of taal de boventoon lijken te voeren. Niet alle taal is voor alle lezers te doorgronden, maar dat hoeft geen belemmering te vormen: goede poëzie biedt wel vaker ruimte voor interpretatie.

Dat laat Esther Porcelijn mooi zien in Taal van Tilburg (2013): ‘Iemand ‘liked’ een filmpje op internet./Hamasleider als een natte dweil uit een auto gesleept./Ik trek mijn pèkske aan voor de carnaval, het is een bananenpèkske.’ Er volgt een carnavalstocht door de stad. Ze besluit: ‘Begin ik weer over Hamas. (..) En ik: “mwa, ik begrijp het niet”/En jij: “niet alles is te begrijpen, dènk”/Dan rommel ik in de nootjes/En terwijl jij toekijkt/Vinden we daar onze subtekst.’

De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie is naast een verrassende selectie ook een uitnodiging om opnieuw naar (de Nederlandse) taal te kijken.

De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie: 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu

Samengesteld door Tsead Bruinja 
Uitgeverij Querido, €22,99
279 blz.

null Beeld

Zie ook De Brug Nijmegen /nieuws algemeen/programma de eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie 👉