vrijdag 3 april 2015

Intussen in Hummelo



Openingswoorden Martin Pragt uitgesproken door Bert Scheuter | 
Hummelo 02-04-2015


Dag Kunstvrienden,

Toen ik een jaar of 16 was, ik ben de details vergeten, ging ik twee keer per jaar met de klas van de middelbare school op excursie. Midden in het dorp stond het gebouw dat bekend stond als Domeinkantoor. Een indrukwekkend gebouw met een grote hal. In deze hal werd twee keer per jaar een grote publieke expositie georganiseerd, waar wij als pubers verplicht naar toe werden gestuurd.

Het was telkens een verzoeking om te moeten kijken naar al die schilderijen en beelden, die vooral niets met ons te maken hadden. Tot het moment dat een collectieve verontwaardiging in de groep leerlingen plaatsnam. Dit was het toppunt van belachelijkheid. Hoe kon je kunst noemen wat deze man op een paneel had laten ontstaan. Het grensde aan het einde van idiotie om zoiets op te hangen en dat er dan nog geld voor moest worden betaald!!!! Nee, deze kunstenaar moest ernstig worden opgenomen in een zwaar bewaakte psychiatrische inrichting!

Ik keek naar een paneel van 2 x 2 meter. Het hele vlak was zwart. De enige verf die de kunstenaar gebruikt had was diep zwart. Voordat hij het zwart had aangebracht had hij het vlak, op verschillende manieren bewerkt. Delen waren ruw, delen waren zacht, delen waren strak, kortom het vlak had verschillende ondergronden. Het licht liet daardoor een merkwaardig palet van kleuren ontstaan, die telkens als je je positie veranderde, mee veranderde. Ik was meteen gefascineerd door het doek en heb ongeveer een half uur ademloos staan en lopen kijken. Ik was 16 jaar en kan me alles van dat werk herinneren. Veel ander werk ben ik vergeten.

De essentie van het werk in Emmeloord lag in het kijken. De kunstenaar had de kijker aan het werk gezet. Ik kon het werk als het ware zelf maken, terwijl ik alleen maar hoefde te kijken. Kijken is dan ook een vaardigheid die ik in de loop van de jaren ben gaan koesteren.

In Silvolde ligt, aan de oever van de Oude IJssel een kunstwerk, bestaande uit grote metalen vormen, geconstrueerd uit cortenstaal. Prachtig werk dat een nieuwe betekenis geeft aan de plek waar het zich bevindt. Ik hoorde twee dorpsbewoners ernstig verontwaardigd spreken over dit werk. De verontwaardiging liep hoog op tot de uitspraak: “Dat dut mie niks…..gar niks!” Toen ik dat hoorde dacht ik : “wat een fantastisch kunstwerk, dat zoveel verontwaardiging had uitgelokt en mensen zo ontroerde! Alleen jammer dat ze er zelf niet zo naar kunnen kijken!”

Als we kijken hebben we de neiging om twee dingen te onderscheiden. Mooi en lelijk. We hebben daarbij sterk de neiging om het mooie aantrekkelijk te vinden en ons van het  lelijke af te wenden en snel door te lopen. Mooie mensen hebben meer succes en lelijke mensen moeten harder werken om datzelfde succes te krijgen blijkt uit veel studies. Ik begrijp dat zelf nooit zo goed. Ik ken de koppeling tussen mooi en aantrekkelijk niet. Mensen die mooi worden gevonden ervaar ik vaak als afstotelijk en oninteressant. Ik ben vaak gefascineerd door mensen bij wie schoonheid geen rol speelt. De rimpels, de littekens, de pijn, de ervaringen de mens tekenen en betekenis geven. Ik merk dat ik dat met kunst ook heb. Ik sta het meest stil bij kunstwerken die me niet aanspreken. Die ik niet mooi vind. Waar ik vandaan wil lopen. Maar, ze zetten me het meest aan om na te denken, om mijn gevoel te ondergaan, om mijn visie te toetsen en om mijn verlangens te onderhouden.

Deze manier van kijken leert me erg veel over mij als persoon, maar ook over mij als kunstenaar. Ik leer erbarmen te hebben met het onvolmaakte, ik leer woorden te geven aan mijn gedachten, ik leer mijn verlangens om te zetten in handelen, ik leer beter kijken, ik leer……….van lelijkheid.

We gaan zo meteen wandelen en we zien weer ongeveer 30 kunstwerken waar we uitleg over krijgen. Ik wil jullie uitdagen om, voordat de uitleg komt, eerst te kijken en te ervaren wat het werk met je doet. Dan te luisteren naar de uitleg. Ik vind niets zo erg dan een kunstwerk te kunnen bewonderen omdat ik het uitgelegd heb gekregen. Kijken wordt dan taal en ik ben beelddenker!

Toen ik 16 was heeft het beeld me geleerd wat de kracht van kunst is. Het doek is me nooit uitgelegd.
Veel kijkplezier!

Hummelo
2 april 2015
Martin Pragt.

Moeven, schoeven in Hummelo

 Hans Mellendijk  en Jack Weijkamp



Na de eerste officiële rondgang over de 16e Kunstwandelroute Hummelo, de nazit. In het karakteristieke café van De Gouden Karper, zag de iPhone van Mellendijk -beurtelings bediend door Aggie Post-Daniëls en door de eigenaar zelf- twee genomineerde Dichters des Achterhoeks, genoeglijk achter een Bronckhorster Angus Tripel, in gesprek; hun toekomstperspectieven doornemen.

O, hoofd vol bloed en wonden | Mattheus Passie | Jan Rot

O, hoofd vol bloed en wonden | hertaling Jan Rot

maandag 30 maart 2015

Gerrit Komrij 71

De Zwijgzaamheid

Saluut aan Gerrit Komrij door Hermi Hartjes met medewerking van Bennie Amting en Wouter ten Pas, montage.

meer Gerrit Komrij op 'sMelssleMs'>

HiPP bijeen bij de schilderijen van een tentoonstelling




Gisterenmiddag trad HiPP (Louis en Hans) op bij de KunstKring Ruurlo in het Kulturhus bij een concert van het ensemble Hexagon. Tot en met 28 mei zijn de kunstwerken en bovenstaande gedichten te zien op een speciale expositie rondom Modest Moessorgski's werk in het Kulturhus.

Het concert op 29 maart 2015 was wel een heel bijzonder evenement omdat het Hexagon Ensemble klassieke muziek en beeldende kunst samenbracht. Amateur-kunstenaars uit de omgeving lieten zich inspireren door het meesterwerk ‘De schilderijen van een tentoonstelling’. Een selectie van werken van deze kunstenaars werd tijdens het concert op een groot scherm getoond. HiPP declameerde vooraf de drie gedichten die ook voorbij kwamen in de projectie.


Bert was ondertussen en de avond en nacht ervoor en ook die erop volgend, drukdoende met de catalogus van de 16e Kunstwandelroute Hummelo en de Enghuizer dialogen VI. 

zaterdag 28 maart 2015

Door Achterhoekse Ogen | Lexicologie




OER #15 | vierde jaargang | maart 2015

Lexicologie | Hans Mellendijk | de Gelderlander, editie Achterhoek 28-03-2015

‘n Joar eleden zal ‘t wean ewest da’k zat te mieren en te massen met ‘t aoverzetten van -in ‘t Algemeen Beschaafd Nederlands geschreven verhalen- naor Achterhoeks Butengewoon Nederlands. Doar was naor evraogd deur de Feestfabriek en wel deur ‘n enthousiaste ‘jongeling uut Barle (Barlo) den in zien enthousiasme mi-j wies wol maken dat e feitelek uut Lechenveurde kwam. ‘kMos lachen want doar ha’k nog nooit van eheurd.  ’t Lek mi-j ’n typisch geval van hypercorrectie. Zoas –andersumme dat dan wel weer- mien moder as klein blaag ‘zouder’ zei as zie zolder bedoelen. Umdat zie dacht dat ‘zolder’ dialect was en dat mocht i-j toch neet sprekken op de laegere school. Ik mag dan wel uut Varsseveld kommen moar wet moar al te good dat eurluu in Lichtenvoorde Lechtenvoorde zegt. Um neet direkt in een klank- en spellingsoorlog terech te kommen wier af esprokken dat ik dat op mien eigen wieze moch doon, wat mi-j good aflek mos ik doon en dan ko’w doarnao wal zeen hoe’t wieter mos. Dus dat wier ‘n angepaste spellingswieze van ’t deur Lex Schaars ontwikkelde systeem veur zien laevenswark ‘t WALD: Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten.

Mien variant van de spelling erkent de verschillende klanken in bi-jveurbeeld ‘t woord schoarpaol. In ‘t WALD wier dat altied als ‘schaorpaol’ eschreven. Ik probeeren ’t tig maol uut te leggen, maor ‘t wier neet begreppen. Zoas in’t Veurweurd  (ok al zo’n hypercorrecte aoverzetting umda’j in ‘t meervoud ‘weurde’ schrieft en in enkelvoud ‘woord’. Toch?) van ‘Tante Rikie’s onmundig mooie verhalenboek’ dudelijk wier. 

't Blik ‘n probleem van alle tieden, laes ik in de ni-je OER, ‘t kwartaalblad van ‘t Erfgoedcentrum Achterhoek-Liemers. In ‘n artikel van archivaris Meerdink en dialectkundige Schaars geet ‘t aover ‘n breefwisseling van Hendrik Odink met G.A. van der Lugt, de schoolmeister uut Etten dee in Gelselaar woon’n en in ’t  dialect van ‘t Achterhoekse noordoosten schreef.  Odink vroog um advies. Van der Lugt ontdekken dat doar de r nao ’n oo en de r nao ’n ee as ’n a-achtige klank wier gerealiseerd. Deurum stellen hie veur dee klanken te spellen as oa bi-j veurbeeld in joar (jaar), schoar (schoor) en als ea in peard (paard) en kearl (kerel). En doarmet stempelt Lex Schaars, Van der Lugt as ’n revolutionair, want d’r bunt moar weineg streektaalschrievers dee ’t verschil onderkent tussen de ao klank in praoten, de oa klank in doar, de ae in laeven en de ea in peard!

Goh wat ’n ontdekking. Doarmet zet Lex mi-j in ’n traditie, want dan bun ik met mien eigenwieze toepassing van ‘t WALD ’n Vanderlugtenaar. Neet dat de adviezen van van der Lugt toendertied eholpen hebt. Bi-j controle kwam Lex d’r achter dat Odink zien eigen gang moar ging. Net as bi-j dat jong uut Barle. Alle meujte veur niks.

Lex’ bi-jdragen in ‘t ni-je  book ‘Achterhoeks veur beginners’ zol ‘n anraoder können waen, veur dee kinder dee enthousiast bunt eworden deur Tante Rikie’s  zendingswerk in het inmiddels bekroonde boek. En wieter wilt leern. Dat wol’k feitelek zeggen.