Manges 49 jaor eleden stònden ze d’r veur ‘t eerst. Hierbaoven ‘n ode an de betreurde mede-oprichter en drummer van ‘t eerste uur Jan Manschot met zijn nummer De show is edaon. Willem Tannemaat appte me dinsdag j.l. met enige regelmaat enkele fragmenten daar ik onfortuinlijk
werd getroffen deur aoververmoeidheid. Manges mangs better.
Datum van opname: 21-12-1993
Bron: Pal vhsBoh Foi Toch
Boh Foi Toch is een Achterhoekse band, ontstaan in augustus 1989. De naam betekent zoiets als: "Tjongejonge, 't is me wat!" De band maakt tex-mex, cajun en zydeco-achtige muziek. Cajun is een volksmuziek van de oorsprong Franse bewoners van de Amerikaanse staat Louisiana, zydeco leunt meer op een zwarte oorsprong. De voertaal werd Nedersaksisch.
Jan Manschot en Hans Keuper startten met Boh Foi Toch en vroegen gitarist Ferdi Joly en bassist Willem te Molder er bij. Het eerste optreden was op 1 januari 1990 in de zaal Concordia in het Gelderse Hengelo. Nog voor dat optreden werd de band gevraagd voor drie andere optredens in de Achterhoek. Vanaf dat moment speelde Boh Foi Toch in vele zalen en feesttenten, meestal in Midden- en Oost-Nederland. In 1992 werd de eerste cd uitgebracht: Zeet de Jongs.
In 1997 stapte drummer Jan Manschot uit de band. Hij werd vervangen door Han Mali, afkomstig van de zojuist opgeheven Tim Disney Band. Aan het eind van 2005 verliet Ferdi Joly de band om weer bij zijn oude groep Normaal te gaan spelen. Hij werd opgevolgd door de (eveneens ex-Normaal) gitarist Paul 'Mealmoes' Kemper.
In 2015 vierde Boh Foi Toch zijn 25-jarig jubileum met speciale concerten en een nieuw album.
In 2020 vierde Boh Foi Toch zijn 30-jarig jubileum met speciale concerten en een DVD.
In oktober 2021 werd Hans Keuper winnaar van de Willem Sluiter Prijs 2021. Met de prijs wint Keuper 5000 euro en een penning. De prijs, die in dat jaar voor het eerst werd uitgereikt, is bedoeld voor personen, verenigingen, stichtingen, organisaties of bedrijven die de Achterhoek op een positieve manier voor het voetlicht hebben gebracht. De Willem Sluiter Prijs wordt eens in de vijf jaar uitgereikt.
Omroep Gelderland | BOH FOI TOCH | al 30 jaor met völle wille
25 februari 2020 | Dertig jaar lang zijn ze al wereldberoemd in het oosten van het land: Boh Foi Toch, wat betekent, ‘tjonge-jonge, het is me wat’. En dat is het zeker! De mix van zydeco, Cajun, walsen en polka’s heeft na al die jaren nog niets van haar glans verloren. 30 Jaar is aanleiding voor een feestje en voor Omroep Gelderland reden genoeg om in de documentaire terug te kijken op wat Boh Foi Toch al die tijd al betekent voor de Achterhoek.
Wacht effe. De bel geet,’ zegt Rita Keuper, manager van de Achterhoekse popgroep Boh Foi Toch (BFT) midden in ons telefoongesprek. Even later is ze terug aan de lijn. ‘D’r stond iemand veur de deur met hooi veur de buurman. Zonder sleutel.’ Daarna vervolgt ze haar verhaal over de documentaire over de band die zingt in het streekdialect. ‘Kom maar eens kiek’n.’ Dat beloof ik.
Dus ga ik de decemberavond waarop half Nederland op televisie ziet hoe Rico Verhoeven en Badr Hari elkaar proberen te verbouwen naar Café-Cafetaria Old Dutch Dinxperlo in de gelijknamige Gelderse grensplaats. Buiten staan de rokers, binnen is het met ongeveer 450 bezoekers afgeladen, mannen en vrouwen van alle leeftijden. Iedereen drinkt bier uit plastic bekers of beugelflessen Grolsch. In het cafégedeelte heeft popgroep Onwies hun instrumentarium vast opgesteld.
Onwies verzorgt het naprogramma, de after. Ik koop vier drankmuntjes. De verkoopster laat haar vinger over de prijslijst gaan, stopt bij vier en zegt: een tientje. Een kwartier later eindigt DJ Dylan zijn warming-up en komen vier mannen van bovengemiddelde leeftijd in dezelfde bloemetjesoverhemden de kleedkamer uit. Een cameraploeg volgt ze naar het podium waarna zanger/accordeonist Hans Keuper in plat-Dinxperloos iedereen welkom heet en de band begint te spelen.
Alle bekers en beugels gaan zonder morsen de lucht in en vanaf het eerste nummer zingt iedereen uit volle borst mee. Behalve ik. Want als enige ken ik de tekst niet van nummers als ‘Beernd van Kuperi-j’, ‘Nen Amerikaan’ en ‘Vrouw Begeerdink’, al kan ik bij ‘Hee hee, hoo hoo’ makkelijk invallen. Met tex-mex en cajunmuziek die klinkt naar Rowwen Hèze wordt een feestje, pardon feest gebouwd.
Het 1173ste sinds het eerste optreden op 1 januari 1990. Dat is precies dertig jaar geleden en wordt dit jaar gevierd met onder meer een stijf uitverkocht jubileumconcert in Schouwburg Amphion in Doetinchem en een documentaire op Omroep Gelderland. Voor het dak eraf gaat en mijn trommelvliezen knappen, houd ik het voor gehoord. Sfeer geproefd, volgende keer oordopjes mee. De roker die ik buiten twee overgebleven muntjes in de hand druk kijkt enigszins verschrikt. Vermoedelijk niet vanwege mijn minidonatie, maar omdat iemand voortijdig vertrekt bij een concert van zijn favoriete band.
Tjongejonge
Een maand later bezoek ik het hoofdkwartier van de band. ‘Gewoon richting het stadion van De Graafschap,’ had Rita gezegd, ‘dan kom ie er vanzelf.’ Het hoofdkwartier ligt tegenover een uitspanning met de onheilspellende naam Het Onland en is naast repetitieruimte, managementkantoor en distributieruimte ook de woonboerderij van Rita en Hans Keuper. Er is koffie en zelfgebakken taart, en vanwege het bezoek van de VPRO Gids is ook bassist Willem te Molder aangeschoven.
Hans Keuper: ‘Dialect heeft niets met grenzen te maken en ook niet met afzetten tegen wat dan ook’
Samen met Keuper en voormalig Normaal-leden Ferdy Joly en wijlen Jan Manschot vormden zij de eerste bezetting van BFT. Omdat ook huidig gitarist Paul Kemper uit Normaal afkomstig is, wordt BFT soms het opvanghuis voor oud Normaal-leden genoemd. Overigens heeft drummer Han Mali geen geschiedenis bij de bekende boerenrockers.
Op de tafel ligt een stapel cd’s, waaronder de laatste: Sòh! Hardop lees ik: ‘So.’ Een slechte beurt. Ruim dertig jaar na mijn vertrek uit de Achterhoek blijk ik een andere taal te spreken. ‘Niet so,’ zegt Te Molder, ‘maar sòh!’, en hij slaat met zijn vlakke hand op het tafelblad. Ik schrik. ‘Als je in de Achterhoek bezoek hebt en je vindt dat het wel mooi is geweest, zeg je: sòh. Ofwel: wat duch ow?’[Wat dacht je ervan?, red.] Mijn conclusie dat de albumtitel preludeert op het einde van de band is voorbarig, legt zanger Keuper uit. ‘Het wordt ook gebruikt bij vergaderingen. Als iemand te lang over zijn vakantie praat zeg je ook: sòh. Kun je het daarna over belangrijke zaken hebben, zoals het jaarfeest.’
75 jaar is Keuper en dat is weliswaar jonger dan Mick Jagger, maar The Rolling Stones bestaan ook al meer dan een halve eeuw. De biologieleraar begon zijn band pas toen hij dik in de veertig was. ‘Daarvoor woonde ik een tijd in Kameroen waar ik veel traditionele Afrikaanse muziek heb gemaakt. Hier wilde ik ook zoiets gaan doen. Dus heb ik een trekharmonica gekocht en ben ik langs bejaardencentra gegaan. Van oude liedjes waarvan ik alleen de eerste regel wist vroeg ik aan de bewoners of ze rest kenden.’
Lang verhaal kort: niet veel later was er Boh Foi Toch. Die abnormale naam klinkt Chinees, maar het is dialect en staat voor: tjongejonge, het is me wat! Ik kende de uitdrukking niet en bassist Te Molder evenmin. ‘Heb ik in mijn familie nooit gehoord.’ Toch is het geen zelfverzonnen gezegde. Keuper: ‘Het is een bekende uitdrukking. Mijn tante Drikka woonde achteraf en als ik daar kwam op de fiets was het altijd: “Boh foi toch, daar komt Hans aan.”’ Bedankt Drikka.
Grenzen
Keuper dicht en schrijft in het plat, staat bekend als dialectdominee en bewaakt de taal van de band. Lastig en voer voor discussie want de spelling van Achterhoeks dialect of Nedersaksisch, dat tot boven Hamburg wordt gesproken, ligt niet muurvast. Dit in tegenstelling tot het Fries. ‘De Friezen hebben dat goed voor elkaar, al manifesteert zich daar steeds weer een verdachte vorm van regionalisme,’ zegt de zanger. ‘Eerlijk gezegd ben ik hartstikke blij dat dat hier minder is, al is er nu een Achterhoekse vlag.’ En die groene banier wappert tegenwoordig op heel veel plaatsen in Oost-Gelderland. ‘Verschrikkelijk. Dialect heeft niets met grenzen te maken en ook niet met afzetten tegen wat dan ook door de eigen identiteit te accentueren. Dat doet een vlag wel. Ik wil dat niet.’ ‘Ik wel,’ zegt Te Molder.
In die dertig jaar heeft de band altijd alles in eigen beheer gehouden. Of misschien kun je beter zeggen in Rita’s beheer. Zij zat bij de eerste optredens met een geldkistje bij de deur, doet nog altijd de pers en de boekingen en kiest zelfs de overhemden en de schoenen uit voor de mannen.
‘Bier moet je opdrinken’
WILLEM TE MOLDER
Toen Sony lucht kreeg van de succesvolle SRV-verkoop van de eerste cd, meer dan 50.000 stuks, belde de platenmaatschappij met het aanbod om te participeren in de tweede. ‘Hartstikke bedankt mijnheer Sony, maar dat kunnen we heel goed zelf,’ was volgens Te Molder Rita’s nuchtere antwoord. Misschien dat de Achterhoekers daardoor nooit een wereldwijde hit hebben gehad, maar een goede anekdote is ook wat waard.
Gehoorapparaatje
Muzikanten worden niet graag in een hokje gestopt, maar BFT heeft daar geen enkele moeite mee. ‘Stop ons maar in het hokje Achterhoek,’ zegt Te Molder. De eeuwige vergelijking met Normaal, niet onlogisch, wordt na al die jaren gelukkig steeds minder gemaakt. Keuper: ‘Tegen zaalhouders die een goedkopere variant van Normaal in huis dachten te halen, hebben we altijd gezegd: dat zijn we niet en willen we niet zijn. Ons publiek is ook heel anders, van nul tot 88. Bier gooien hebben we ook meteen ingedamd.’ ‘Bier moet je opdrinken,’ vult Te Molder aan.
Van slechthorendheid lijkt bij Keuper na al die jaren muziek maken geen sprake, maar schijn bedriegt. Want als ik hierover begin tovert hij twee gehoorapparaatjes onder zijn wilde haardos vandaan. De band mag dan nog springlevend zijn, de fanclub is een zachte dood gestorven en daar is men niet echt rouwig om. ‘Ooit hadden we als gimmick van die foute zwarte pakken aan, inclusief bretels en vlinderdasje. Net een showorkest. Kwam de fanclub ook helemaal in het zwart en werd iedereen bij wie de strik of lichters niet goed zaten daarop aangesproken. Het leken wel uniformen.’
Eén fan heeft de eerste noten van ‘Beernd van Kuperi-j’ op zijn arm laten tatoeëren. Dat betekent niet dat hij idolaat is van de band, wel van de Achterhoek. Want BFT moet zijn huid delen met onder andere De Graafschap en Normaal. Dan is het mooi geweest. Omdat ik mij weer helemaal thuis voel, roep ik ‘sòh!’ en sla op het tafelblad. Net naast het doosje eieren dat ik van Rita heb gekregen.
De documentaire BohFoi Toch, al 30 jaor met völle wille (’Boh Foi Toch, al 30 jaar met veel plezier’) is te zien bij Omroep Gelderland (KPN: kanaal 506, Ziggo: kanaal 750, T-Mobile: kanaal 510).
Alleen via You Tube kanaal direct te zien, klik op afbeelding.
NIET VOOR PUBLICATIE VIA ANDERE KANALEN
In 1975 maakten Siert van den Berg en Hans Mellendijk opnames van repetities opgerichte Achterhoekse band Normaal.
Er wordt gewerkt aan het nummer Smear as 'n jaghond, dat in 1976 zou uitkomen op hun eerste single onder de titel Hels al een jagdhond. Daarnaast werkte Normaal aan 't Is altied 'tzelfde' . Deze unieke zwart-wit opnames zijn gemaakt in een vormingscentrum te Doetinchem, waar Jan Manschot (de drummer) in die tijd werkte.
20 min. zwart-wit en kleur
Over Smear as 'n jaghond:
Onder druk van producer Peter Koelewijn werd de tekst aangepast: het begrip Smear (een pak slaag) was te veel dialect. Hij wilde de groep meer Nederlands laten zingen, als een nieuwe Peter en zijn Rockets.
Toen de single niet veel deed op de hitparade, zei Peter Koelewijn hierover dat hij toch gelijk had gekregen: te veel dialect. De groep dacht hier heel anders over: het was niet plat genoeg! Dit leidde tot een breuk met Koelewijn: Normaal stapte over naar Johnny Hoes, waar ze een regelrechte hit scoorden met Oerend Hard.
De rest is geschiedenis zie hieronder beelden uit de huiskamer van Paul van Druten. : - ).
Old Ni'js (met Hans Keuper als gast) met het Boh Foi Toch (Jan Manschot)-nummer 'Hee hee hoo hoo'
Een bijzonder theaterconcert voor de liefhebbers van oorspronkelijke werk in het dialect-genre. Oergitarist, toon-en tekstdichter van NormaalFerdi Joly en Hans Keuper trekzakpiloot en versjesmaker-troubadour, spelen in De Pol hun minder bekende langzamere stukken. Samen kennen we ze natuurlijk ook nog van Boh Foi Toch>. Weemoed en nog zo wat, maar ook nieuw werk, als ik Rita het enthousiaste 'deerntjen' van Hans, eergisteren aan de telefoon, mag geloven. Ook zullen ze het geheel op hun welbekende droogkomische wijze aan elkaar lullen. Ikzelf kan er helaas niet bij zijn, vanwege andere besognes, die avond. Aanbevelingswaardig ha'k jao haost 'ezegd : -).
Wanneer: zaterdag 16 januari, streektheater De Pol | Aalten | 20:00 uur (zaal open 19:30).
Er wordt gewerkt aan het nummer "Smear as 'n jaghond", dat in 1976 zou uitkomen op hun eerste single onder de titel "Hels al een jagdhond". Daarnaast werkte Normaal aan "Tis altied dezelfde melodie". Deze unieke zwart-wit opnames zijn gemaakt door Siert van den Berg en Hans Mellendijk in het vormingscentrum in Doetinchem, waar Jan Manschot (de drummer) in die tijd werkte.
Onder druk van producer Peter Koelewijn werd de tekst aangepast: het begrip "Smear" (een pak slaag) was te veel dialect. Hij wilde de groep meer Nederlands laten zingen, als een nieuwe Peter en zijn Rockets.
Toen de single niet veel deed op de hitparade, zei Peter Koelewijn hierover dat hij toch gelijk had gekregen: te veel dialect. De groep dacht hier heel anders over: het was niet plat genoeg! Dit leidde tot een breuk met Koelewijn: Normaal stapte over naar Johnnie Hoes, waar ze een regelrechte hit scoorden met "Oerend Hard".
In 1975 maakte Siert van den Berg en ondergetekende opnames van repetities van de net opgerichte Achterhoekse band "Normaal". Er wordt gewerkt aan het nummer "Smeer as 'n jaghond", dat in 1976 zou uitkomen op hun eerste single onder de titel "Hels al een jagdhond". Daarnaast werkte Normaal aan "T is altied 't zelfde met ow deerne" Deze unieke zwart-wit opnames zijn gemaakt in een vormingscentrum in Doetinchem, waar drummer Jan Manschot toen werkte.
20 min. zwart-wit en kleur (15:25 cameo)
Over "Smeer as 'n jaghond":
Onder druk van producer Peter Koelewijn werd de tekst aangepast: het begrip "Smeer" (een pak slaag) was te veel dialect. Hij wilde de groep meer Nederlands laten zingen, als een nieuwe Peter en zijn Rockets.
Toen de single niet veel deed op de hitparade, zei Peter Koelewijn hierover dat hij toch gelijk had gekregen: te veel dialect. De groep dacht hier heel anders over: het was niet plat genoeg! Dit leidde tot een breuk met Koelewijn: Normaal stapte over naar Johnnie Hoes, waar ze een regelrechte hit scoorden met "Oerend Hard".
En maondag lag 't Driemaondelijks tiedschrift van het Verbond van Nedersaksische Dialectkringen op de deurmat. Met daorin op'enommen Sóh de show is gedaon>'t in memoriam gedicht veur Jan Manschot.
Op Facebook kwam ik een mooi in memoriam van Rocco Ostermann 'integen':
Dit nummer hebben The Bruurkes ooit geschreven voor een klein kereltje dat veel te vroeg in z'n leven zijn vechtjas moest aantrekken om tegen de grote sloper ten strijde te trekken..Jannes,een winnaar die toch zijn hoofdje moest buigen, zoals helaas zovelen...Zo óók Jan Manschot, potten en pannenprins van Normaal, misschien niet de meest getalenteerde trommelaar die t agrarische orkest ooit in z'n gelederen had...,maar wel de beste. 'T gaat nl. om wilskracht én plezier, en Jan had beide....Ik weet zeker dattie binnen 48 uur, na aan gene zijde te zijn aangevlogen, op Jimi Hendrix is afgestapt met de woorden "Mooi Man!!!, band beginnen!!??
In warme herinnering Jan Manschot>: Omroep Gelderland [Hans Keuper, Willem te Molder en Dolf Ruesink vieren 't laeven van Jan, met toepasselijke muziek]
Dat geeft deze dag opeens een andere wending. Ik lees net bij Omroep Gelderland het nieuws dat we in onze kennissenkring al langer vreesden dat dat eraan zou komen. Godsammenan, Jan is niet meer, uit de tijd gegleden. Hij rust in vrede.
Hiekikowokan | Jan Manschot | 21 september 1947- 20 januari 2014
Het archief verpakt in een smoezelig wit plastic zak, waarop de rode letters van slager Rosendaal nog net doorschemeren, heeft de vele verhuizingen overleefd. Toch was het Pick-archief even kwijt. Gegeven aan een stagiaire voor een scriptie om uiteindelijk getraceerd te worden op een Arnhems adres. Het ligt al een aantal weken op mijn werkkamer te wachten om er een hoofdstuk uit te destilleren voor een eind dit jaar te verschijnen geschiedenis over de popcultuur in de voormalige gemeenten Lichtenvoorde en Groenlo. Of ik het jeugd-en jongerenwerk voor mijn rekening wilde nemen? Andere vrijwilligers gaan de andere aspecten behandelen. Na enige aarzeling weet de begeleidende werkgroep me enthousiast te maken. Het gaat een mooi boek worden. Maar nu eerst toch eens aan de slag. Bij opening van het pakket hoor ik de tonen van ‘In-A-Gadda-Da-Vida’ een zeventien minuten lang durend nummer van Iron Buterfly met ellenlang drumsolo -we schrijven eind jaren zestig- dat tot vervelends toe in hippiehonk de Pick door de nederwietrokers gedraaid werd. Het strijdt om de hoogst eer met de klanken van Pearls Before Swine, de groep die de lp-hoes van ’One Nation Underground’ versierde met een detail van ‘De tuin der lusten’. Een schilderij van Hiëronymus Jeroen Bosch. Dat voor surrealisme werd versleten. Een kunststroming die het goed deed bij de adolescente jeugd toentertijd. Althans bij mij. Voor een overzichtstentoonstelling van de Nederlandse surrealist Melle fietste ik op en neer naar het Rijksmuseum te Enschede. Enfin, de langspeelplaat had in morsetekens een boodschap verborgen. In het refrein van ‘Oh Dear Miss Morse’. Dit Dit Dah Dit / Dit Dit Dah / Dah Dit Dah Dit / Dah Dit Dah. De padvinder of dienstplichtige militair ontcijferde meteen het geheim en had geen joint nodig om in een lachbui te geraken. F.U.C.K. Dan voor de zoveelste keer ‘Suzanne’. Leonard Cohen door de bocht. Het duurde jaren voordat ik die meisjesmuziek weer aanhoren kon. Als de geluiden uit het verleden wegebben en de archiefstukken op het bureau liggen probeer ik orde te scheppenin de chaos. De vergeelde Eerste Lichtenvoordse Nieuws- en Advertentiebladen worden in de juiste volgorde gelegd. De verslagen op de ene en de correspondentie met de notabelen van kerke- en gemeenteraad op de andere hoop. Relikwieën als de beursberichten met de prijzen van cannabis, een blauwtje waar je de lucht van de vloeistofduplicator nog ruikt met revolutionaire actiepunten, het gestencilde tijdschriftje ’The Trippin’ Society!’, op een stapeltje.
Het gemarmerde cahier is gesloopt en bevat nog enkele knipsels. Een opvallende die ik herken. In mijn onbetrouwbare geheugen opgeslagen als een 1 april grap. Het krantebericht is echter gedateerd op 27 juni 1969. ‘Jongeren-aksiegroep’ Dolfi wil Dolfinarium in de Lichtenvoordse Schans. Jongeren ageren op wat toen ludieke wijze heette tegen toekomstplannen van de gemeente. Ze kondigen aan een invloedrijke positie te bemachtigen in het Motor Auto Club (MAC)-bestuur, waardoor in de toekomst de naar adem snakkende moto-cross niet meer zal worden georganiseerd. “De hierdoor vrijkomende gronden zullen worden aangewend ter ‘kreatie’ van een rekreatieterrein waarvoor de eerste schetsplannen reeds gereed zijn. De Leeuwenkuil zal worden ingericht als dolfinarium. Een gefrustreerde jongere uit Lievelde kan de grap niet waarderen en heeft het over de Pick-groep die niet veel meer doet dan een pilsje drinken en naar wat flikkerende lampen kijken. De aktiegroep reageert met “Ter verduidelijking: de bedoeling met de Pick is voor iedereen een leefruimte te ‘krejeren’ waarin men ‘zigzelf’ moet kunnen zijn. Dit althans binnen de grenzen van het ‘finansjeel’ en moreel toelaatbare.”
Ik glimlach om de loop van de geschiedenis als ik de naam van Jan Manschot tussen de ondertekenaars van Dolfi zie staan. Hoe het met de moto-cross is afgelopen weten we als we jaren later hem achter het drumstel de wereldhit ‘Oerend Hard’ naar gigantische hoogte zien opstuwen.
De
verzameling singles oogt als een omgevallen platenkast. Zoals ónze kleine óndog
op slóffen, in een onbewaakt ogenblik onze discotheek kan 'opruimen'. De
Selvera’s liggen in de buurt van Brel, waar ook Bonnie St. Claire is
neergeploft. The Amazing Stroopwafels naast de Bananen van André van Duin en
die van De Boswachters. Maar er zit systeem in! Een ordening van de
uitzondering bevestigt de regel, appels en peren en vooral die van curiosa. Met
m’n laatste snip, die ik vond in een reisportemonnee, kocht ik het. Als
surprise voor m’n naasten legde ik het onder de kerstboom. Het wordt
bijeengehouden door een als harmonicasingletjeskoffer vormgegeven boekwerk. Op
de omslag een dessin geïnspireerd op de Schotse ruit. In de fakekoffer vijf
cd’s met de eigenzinnige Nederlandstalige Cover top-100 van Victor van de
Reijt. Een vervolg op z’n top-100 van oorspronkelijk Nederlands werk. Het is
een Europees getinte verzameling geworden. Vertalingen uit het Duits, Engels,
Frans, Grieks, Italiaans, Spaans en het Zweeds. Maar ook Papiamento en
Mexicaans zijn vertegenwoordigd.
Wederom
heeft Victor een zwak voor de Nederlandse taalvarianten. Ook in zijn eerdere
bloemlezingen passeerden de diverse dialecten de revue. De officiële zangberg
zou zich zo’n selectie wensen. Nu bijvoorbeeld verrassend op 99 het
afscheidslied van en door Jan Manschot toen hij, als Brekken Jan Schampschot,
Normaal verliet met de single Hallo Ajouw. Op de muziek van Beachboy Brian
Wilson. Het klassieke Sloop John B. Typisch een notering volgens het regime van
de Reijt. Meisjes van zestien op 16 en een afscheidslied op het eind, net voor
numero 100: De hoogste tijd.
Voor
een etentje bij schoonmama rij ik met kerst richting Achterhoek. M’n lief en de
kleine pòtwortel op de achterbank. In de achterbak het cadeau in de
cd-wisselaar. De cd-speler op random. Liesbeth List voert voorbij Abcoude Amsterdam uit. Dat zich eigenlijk in de havens van d’Anvers afspeelt. Brel kwam
een lettergreep tekort. Vandaar. Een aardig weetje waar de bundel van barst en
het zo fantastisch maakt. Voorbij Ede horen we ‘Hallo hallo wij zijn de
Heidezangers / Eigenlijk behangers, maar als we vrij zijn zingen / We liedjes
die we zelf begeleiden / Op piano en gitaar’. We rijden dwangzingend op de
tonen van Manuela, Zevenaar voorbij.
Bij afslag Oud-Dijk klinkt het op twee
eindigende meesterwerk Je veux de l’ amour met de onvergetelijke opsomming
van Vlaamse plaatsnamen: ’k Heb gezongen in Aalst, Peutie / Zwevezele en
Genoelselderen …’ Altijd gedacht dat het een eigen nummer van Raymond van het
Groenewoud betrof. De Frans Canadese tekstschrijver Rejean Ducharme bracht
echter de gevoelens al eerder onder woorden. In de oorspronkelijke versie zingt
de naar liefde hunkerende artiest: ‘J’ai chanté à Longucuil, à Vaudreuil,
Repentigny, Lavaltrie…’ Het klink minder schoon dan het Vlaamse platteland.
Geen ‘Dan juicht mijn land, mijn vlakke land’. Overigens haalde deze regel van
Ernst van Altena, gezongen door de onsterfelijke zichzelf coverende Jacques
Brel, slechts de negende plaats. Schande!
Voorbij parkeerplaats Stille Wald
bedenk ik me een Oost-Gelders rijtje. Bij deze schenk ik het, aan een ieder die Je veux de l’ amour in het Achterhoeks wil gaan zingen. '’k Heb ‘ezòngen in
Aerdt, Corle / Zillewolde en Gendrings’ Sinderen…
Als
we aan het eind van de autobaan in het dorp, de leegstand van de middenstand
voorbijrijden, kweel ik mee met Sonneveld: ‘En langs het tuinpad van mijn vader
/ Zag ik de hoge bomen staan / Ik was een kind en wist niet beter / Dan dat het
nooit voorbij zou gaan’. Nog nooit werd de teloorgang van ons geboortedorp zo
hartverscheurend begeleid.
Helaas
zijn er covers die nooit op een single verschenen. In het nieuwe jaar op weg
naar Amsterdam, zet ik als eerbetoon aan die weeskinderen, Naoapen [Na-apen] op. Een in
het illegale circuit circulerende cd, waarop gerenommeerde wereldsterren Boh
Foi Toch coveren.
Hans Mellendijk, de Gelderlander edities Achterhoek, 12 januari 2002