Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht cuby. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht cuby. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 26 september 2011

In Memoriam Harry Muskee (1941 - 2011)

Harry 'Cuby' Muskee is vandaag in zijn woonplaats Rolde overleden. De al tijdens zijn leven legendarische zanger van bluesgroep Cuby + Blizzards is 70 jaar geworden en stierf aan de gevolgen van kanker. Muskee stond in juni nog op het podium van het festival Groeten uit Grolloo en trad bijna vijftig jaar op in binnen- en buitenland.
Harry Muskee is op 10 juni 1941 geboren in Assen. De muziek die hij hoort op Radio Luxemburg en The Voice of America bepaalt de richting van de Drentse jongen die voor deze muziek geboren is: de blues. Later verhuist hij naar een boerderij in Grolloo en daar maakt hij met Cuby+Blizzards, met Herman Brood en Eelco Gelling in de gelederen, ondermeer de legendarische platen 'Desolation' en 'Groeten uit Grolloo'. De groep toert daarna intensief en uitputtend in binnen- en buitenland en scoort hits met klassiekers als 'Window Of My Eyes', 'Somebody Will Know Someday', 'Another Day Another Road' en 'Appleknockers Flophouse'. Nummers die nog altijd in de Top 2000 staan.


Na wat bezettingswisselingen en zelfs het uiteenvallen van de band wordt in 1995 Cuby and the Blizzards nieuw leven in geblazen. Cuby komt terug met Helmig van der Vegt op toetsen, Herman Deinum op bas, Hans Lafaille achter de drums en Erwin Java als de beste opvolger van gitarist Eelco Gelling. In deze samenstelling zijn ze vijftien jaar on the road, veel langer dan de heftige eerste periode. De weg voert langs zalen, festivals en theaters. In 2009 verschijnt de laatste, door Daniël Lohues, geproduceerde CD 'Cats Lost'. Op het met goud bekroonde album, vol typische Blizzardsblues, zingt Muskee onder meer over de verhuftering van Nederland. Naast zanger is Harry Muskee vanaf 1991 presentator en samensteller van het programma 'Harry's Blues' op Radio Drenthe. In 1983 wordt zijn muzikale betekenis vervat in de film 'De Legende', gemaakt door Willem van der Linde en Bert Jansen.


Harry Muskee krijgt in 1968 een Edison voor de debuutlp 'Desolation' en ontvangt in 2007 een Gouden Harp voor zijn hele oeuvre. In 1990 wordt hij ereburger van zijn geboortestad Assen en in 1992 krijgt hij de Culturele Prijs van de Provincie Drenthe. Bovendien wordt hij onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje Nassau en benoemd tot cultureel ambassadeur van de Provincie Drenthe. Op 1 juni opent Harry Muskee het C+B Museum Grolloo. Bij deze gelegenheid ontvangt hij de erepenning van de Gemeente Aa en Hunze. Op zijn zeventigste verjaardag, 10 juni, krijgt hij een gouden plaat voor 'Groeten uit Grolloo' en het eerste exemplaar van het boek 'Back Home', een selectie van zijn liedteksten met foto's van Rudy Leukfeldt. Een dag later sluit Cuby and the Blizzards het eerste Groeten uit Grolloo-festival af. Het is het laatste optreden van de roemruchte groep. Muskee had al besloten om te stoppen met intensief toeren, maar wilde nog wel een plaat maken. Harry en Daniël Lohues hadden teksten en muziek al gereed van 'Dogs Found', zoals het album zou gaan heten.




woensdag 10 juni 2020

Harry Muskee voor eeuwig 70

Harry Muskee zou vandaag 79 geworden zijn als hij nog in de tijd was gebleven. Voor altijd eeuwig zeventig. 

En toen :  Somebody will know someday | Cuby blijft 70

Vriend en oud-AKI studiegenoot Siert van de Berg⇲ maakte me begin dit jaar attent op onderstaande Documentaire over het reilen en zeilen, het vallen en weer opstaan van de band Cuby And The Blizzards en consorten⇲ 

Als tiener heb ik menigmaal zwelgend in zijn blues mijn liefdesverdriet weggeblèrd. 


HET UUR VAN DE WOLF | Cuby & The Blizzards | 2011 | DOCU  | NED 2
118 min. 



zaterdag 8 oktober 2011

Door Achterhoekse Ogen | Altweibersommerblues


Altweibersommerblues


Eerst de ontkenning. Er is de laatste tijd al zoveel gehakt in het bos van mijn generatiegenoten. Het woud wordt telkens maar dunner. Vrienden, familie, oude bekenden en jeugdhelden ontvallen. Ik zie het bericht voorbijflitsen op mijn aaifoon. Ik veeg het weg, wil het nog niet geloven. Op het zes uur journaal dan toch de werkelijkheid onder ogen zien. Cuby is niet meer.

Een vloed van jeugdherinneringen golft over mij heen. Mijn eerste single was Just for fun. “I went to my old village, I did it just for fun.” Ik draaide het stuk in mijn eigen honk, een leegstaand kippenhok op het erf van mijn ouders. Meeschreeuwend Yes I went to my old village and I did it just for fun. And I also had another reason Lord, cause I had no way to run.” Het hoenderhok werd een lokale broedplaats. Muzikanten oefenden er. De eerste schreden van de latere Frederik Puntdraod op een zelfgemaakte gitaar. Meiden uit de regio via een advertentie in Hitweek bijelkaar geronseld tekenden op muziek van Pink Floyd primitieve balletten uit. Teksten werden geschreven, een zogenaamde totaaltejatersjo werd uitgedacht, waarmee onder de naam ‘Waar de wetenschap faalt, zegenviert de kunst’ de diverse jeugdhonken onveilig werden gemaakt. 

Het hok was ook aangesloten bij het zogenaamde Luistercorps. Tegenwoordig deelt men elkanders muziek via Facebook of andere social media op het internet. Toen gaf je je adres door via Hitweek en kon je zomaar bezoek ontvangen uit het Noord-Hollandse Heilloo of iemand uit Nijmegen om samen naar een LP van Dylan of Cuby te luisteren. Dan plots een sensationeel bericht in de Telegraaf. Het land zou overspoeld worden door hippies. In het bericht werd onze club ook genoemd. The summer of Love was twee jaar na dato ook in de Achterhoek aangebroken. Een oplettende ambtenaar las de krant en zag tot zijn schrik Varsseveld ook genoemd. De week erna nam hij contact op, de eerste kiemen voor een open jongerencentrum werden uitgezet.

Het einde van de totaalsjo kwam in zicht tijdens een manifestatie in de Doetinchemse Markthal waarbij Cuby ook speelde. Het leek de organisatie een goed idee om de lichtsjo behorende bij het totaal ook in te zetten bij de weerbarstige muzikanten uit Drenthe. Dat bleek achteraf niet zo’n goed plan. Het schaamrood staat nog op mijn kaken als bij de eerste tonen de muziek wordt stopgezet en ik door de hal de stem van Harry Muskee hoor galmen:“Kan dat geflikker met die lampen, afgelopen zijn?”

Herinneringen borrelen triest, dan weer langzaam dan weer in een vrolijk up-tempo de blues eigen, naar boven. “The sky is crying. Look at the tears, rolling down the street, …” De dichter in mij dicht: “Liepen//In de elend gaon zitten./Tiener traone laoten liepen./ ‘t Platteland, de heide/ ‘t hied, de melde lei d’r/opèns anders bi-j./De harfst leerden wi-j/kennen en eeuweg/’t verdreet.” Blijkbaar liet Petrus de deur van de hemelpoort op ‘n kier want prompt beleefden we een mooie oldewievenzommer ter afscheid van de zomer.

Hans Mellendijk in de Gelderlander van vandaag, edities Achterhoek

zaterdag 26 april 2014

Door Achterhoekse Ogen | Draai


Draai | Hans Mellendijk, de Gelderlander, 8 mei 2004 

Genietend van ‘t niet voorspelde oranjezonnetje, maar niet van de in mijn hand geduwde borrel. Ik ‘sloek’ meer vanwege de traditie dan omdat ik het zo lekker vind, het bittere oranje bocht door m’n keelgat. Het als ‘pleebekgebeuren’ aangekondigde kinderfestijn kan me ook al niet bekoren. Geen feest van herkenning, en het geluid verwaait en is slecht te horen. De door een bloemist versierde podiumwagen veroorzaakt bij mij vanwege anachronisme een glimlach. 

De avond ervoor had me de Varsseveldse Koninginnenacht ook al niet echt geboeid. Menig ‘aevenolder’ van mij keek elkaar vertwijfeld aan. In welke kakofonie waren we nu dan toch weer terechtgekomen? Op het tot dan toe gezellige en rustig keuvelende Kerkplein brak een pandemonium los van vette Vlaamse rock uit het ene café dat zich maar niet liet mengen met Jordaanese draaiorgel gezelligheid en andere Hazes ongein uit het andere dranklokaal. Ik besloot de avond, de avond te laten en verliet het strijdtoneel.
Zou dan dit het moment zijn dat ’t stamcafé, je stamcafé niet meer is? Dat heimelijk een ander jonger publiek de boel heeft over genomen? Ongemerkt een andere sfeer is ontstaan, de jaren tellen gaan?

Ik besluit het genieten te verplaatsen naar m’n achtertuin. Eenmaal lui gezeten gaan m’n gedachten naar het Silvoldse Pakhuus. Twee weken geleden was het gevoel daar, anders. Onder de funkende symfonische klanken van Epic Forest kocht ik daar de derde uitgave van het Poparchief Achterhoek Liemers. ‘Popmuziek in Dinxperlo, Gendringen en Wisch’. Nadat de werkgroep van het Staring Instituut het licht had laten schijnen over Doetinchem waren nu deze gemeenten aan de beurt met een greep uit vijftig jaar pophistorie. Het is weer een buitengewoon mooi boek geworden. Met prachtige verhalen en ontroerende foto’s. Om puur nostalgisch zwelgen haal ik het boek van de plank en blader het nog eens door. Af en toe wat op pikkend. Over hoe in Ulft kapelaan Steerneman aan de wieg heeft gestaan van jongerensociëteit ’t Hemeltje. Het brengt bij mij herinneringen naar boven aan mij roomse leerjaren (twee jaar katholieke middelbare technische school). Aan een andere kapelaan die bij het vak levensbeschouwing en maatschappijleer de lp Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band nummer na nummer analyseerde en er niet voor terugdeinsde het werk van Frank Zappa uitvoerig te bespreken. Het sterkte mij toen in mijn muzikale smaak, die bij mijn medeleerlingen beduidend anders lag.

Fraaie schets van de Dinxperlose jeugdcultuur in de zestiger jaren door de ex-zakelijk leider van Introdans. Het ontbreken van een popscene in de late jaren vijftig was er weer debet aan dat Hans Keuper zijn muzikale opvoeding bij Psalm 150 genoot. In een uitgebreid interview komen de onbekende jaren van Keuper tot leven. De tijd voordat hij doorbrak als troubadour en als zanger, tekstschrijver en trekzakpiloot bij Boh Foi Toch.
Interessant is het om te lezen hoe in de jaren zeventig rondom de groep Palace Flophouse allerlei andere activiteiten ontstonden. Een bedrijvigheid van heb ik jou daar. Onder andere de organisatie van muziekworkshops. Het deed de toenmalige directeur van de Doetinchemse muziekschool verzuchten: ”Dat zij liever zelf de cursussen wilden organiseren, maar dat zij nog niet zover waren.” Over ivoren torens gesproken, het ligt nu ver achter ons. Toch? Ook geweldig dat de redactie de periode voordat popmuziek, popmuziek was heeft aangepakt. Het leidt tot een indrukwekkend verhaal over de loopbaan van de drieënnegentig jarige Gradus Brugman. Onder andere in 1947 oprichter van de huidige Spitfires. Maar ook het Strijkjen Hofs komt uitvoerig aan de orde. Het geeft een fraai beeld van de amusementsmuziekpraktijk in de Achterhoek.

Ik krijg weer kippenvel op m’n rug als ik lees over het legendarische concert van Van Morrison in 1967, met Cuby’s Blizzards als begeleidingsband in sporthal de Paasberg in Terborg. Nee, een echte uithoek kon je de Achterhoek toen al niet meer noemen.
Dan word ik uit mijn heimwee wakker geschud door neerdalende geluidsgolven.
Het komt uit de richting van ‘t dorpscentrum. In de tuin klinkt het nogal monotoon. Ja, ik herken de kaboenkkaboenkklanken. Het vervelende is dat de herrie even snel weer wegzakt om dan onverwachts weer met een draai op te duiken uit een geheel andere hoek.

Ik vlucht verbitterd het huis in. Neen. In tegenstelling tot de muziek kan ik op deze Koninginnedag m’n draai niet vinden.

zaterdag 24 mei 2014

Door Achterhoekse Ogen | De Houtkamphal






De Houtkamphal | Hans Mellendijk | de Gelderlander, 19 mei 2007

Schuifelend over de vijftiende Huntenkunst in de Houtkamphal te Doetinchem stapelen de zoete herinneringen zich in mijn hoofd op. Aan vorig jaar toen de óndog voornamelijk langs de kunstwerken rende of op mijn schouders wenste te klimmen. Nu loopt de potwortel met moederlief op moederdag gedwee langs de stands en verzamelt middels kunstkaarten, folders, visitekaartjes, boekenleggers zijn eigen museum bijelkaar. Waarbij ons opvalt hoe zeker hij is bij de keuze van iets wat hij mooi - en iets anders weer lelijk vindt.

Dan glijden mijn gedachten af naar de vorige eeuw, naar eind december vijfennegentig, naar wat je achteraf zou kunnen zien als de opmaat voor de Achterhoek Spektakel Toer, de markthal werd door Paolo en Mayka en vele vrijwilligers omgetoverd in een feeëriek circusdecor. ’t Jaor UUTeindejaarsfestival, een oefening in millenniumviering. Of nog verder terug in de tijd, naar de titanenstrijd, november negentienzeuvenenzeuventig; Normaal aan de ene kopse kant opgesteld en Herman Brood aan de andere. Normaal in goede doen dankzij stripteasedanseres en ondanks haperende installatie. Geruchten dat Herman Brood in paniek zou zijn geraakt. Iets met naalden en spuiten. Die uitwassen van het hippiedom waren nog ver weg op de eerste Love-Inn eind jaren zestig en niet merkbaar tijdens het optreden van Cuby en de Blizards in zeventig. Die zaten toch meer aan de drank en hadden last van flikkerend lichtshowlicht. Ik was erbij. De herinneringen zullen vast nog wel even blijven, mag ik hopen. Maar met het monument zelf, fysiek gezien is het afgelopen. Vijftig jaar oud, heeft het industriële erfgoed afgedaan. De bestuurder zijn blind voor de architectonische schoonheid van het gebouw met zijn revolutionaire overspanning van houten bogen. Weg ermee. Huntenkunst lijkt zijn tentoonstellingsplek te verliezen.

Of ligt hier een oplossing voor boekenstad Bredevoort in het verschiet? Het bezoekersaantal loopt terug en ook dit culturele initiatief dreigt in de slop te geraken. De hal afbreken en aan de rand van het vestingstadje weer opbouwen? Wie had het er ook al weer over dat wij in de Achterhoek meer over elkaars gemeentegrenzen moesten kijken?

Trouwens is dat ook niet de oplossing voor de tanende belangstelling bij de kleurbepaling van de D-toren? Maak er een A-toren van! Betrek de hele Achterhoek  bij de ‘emotiemetingen’ van het interactieve kunstwerk.





vrijdag 30 september 2016

Column | Hans Mellendijk

Daniël Lohues & Louisiana Blues Club | Ja Boeh | 2006

Platzak | Hans Mellendijk | de Gelderlander | edities Achterhoek | 29 september 2016

Het onderzoek van de Tilburgse professor dat de dialectsprekend mens gemiddeld minder zou verdienen doet mij grimlachen. Toch sterk de indruk dat het over de klank van de taal gaat. Het accent. Het onderzoek refereert aan onderzoek in de U.S.A. waaruit blijkt dat iemand die ‘zwart’ klinkt gemiddeld minder verdient dan iemand die als een blanke klinkt. Opeens in een flits het inzicht. Nu begrijp ik de voorliefde van de Nedersaksische plattelander voor de blues. Beginnend met de betreurde nog in Drents-Amerikaans accent zingende Harry Muskee. Die als Cuby and the Blizzards in de jaren 60 de blues in ons bracht. Wat dacht je van ‘Drieteri-je blues’ waarmee Normaal het Nederlandstalige lied openbrak voor een bredere acceptatie van het dialect. Ook pecuniair gezien niet slecht geboerd al ging het door andere zaken langs de ravijnen van bankroet en platzak. Jaren later volgde het wonderkind Daniël Lohues met zijn Ericaanse blues in pure Drentse varianten. Lohues die met Skik zijn eerste cd opnam in de Achterhoekse Bontebrug. Bontebrug tevens de titel van Jonah Falke zijn zedenroman over het volwassen worden van een jonge kunstschilder zwalkend tussen Achterhoek en Amsterdam. Een debuut waarin de tweetaligheid hoogtij viert. De jonge schrijver schildert zijn hoofdpersonen afwisselend in de zogenaamd standaard Nederlandse klankkleur maar als het sentiment met zijn achterland erom vraagt in pure Nedersaksische accenten. Die bij mij als geoefende WALD-spelling lezer soms Twents overkwamen. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het gaat om de intentie en elke generatie vindt zijn eigen weg in het noteren van de streektaal dat immers niet op school wordt onderwezen. De weg vinden in het leven lijkt mij ook nu voor de dialect-sprekende generatie niet echt een probleem. Verrassend om te lezen dat de moerstaal nog lang niet platzak is.

zaterdag 18 oktober 2014

Met Achterhoekse Ogen | Loormuziek





Loormuziek 


Het is weer de muziek die mijn gedachten terugvoert naar de tweede helft van de vorige eeuw. Herinneringen tuimelen over me heen uit het reservoir, dat gelukkige jeugd heet. ‘k Zie lange slungels van kerels die de voorkamer op stelten zetten. Slungel Gert zit gehurkt bij een stapeltje singles. Hij zoekt en legt er één op ’t wiebelende draaiplateautje. Vrolijke muziek in up-tempo weerklinkt uit de luidsprekers. Een nasale stem zingt ‘Last Train To San Fernando’. Loormuziek. Uitgevoerd door, ik zou het niet meer weten, m’n geheugen laat me in de steek. De jongens pakken de dansklare dames bij de lurven en trekken een quickstep door de ‘mooie kamer’. Ik, de kleine potwortel op de divan, kijk verwonderd toe. M’n oudste zus geeft haar eerste verjaardagsfuif. 

 

Toastjes met ei en mayonaise, augurk gewikkeld in boterhamworst aan een prikkertje, Spoetnik en lauwe Groli. In mijn herinnering blijven me twee muziekgenres bij. Door mijn zuster gecategoriseerd als Loor- en Navismuziek. Vernoemd naar de twee jonge heren, die bepaalden wat er op de koffergrammofoon kwam te liggen. Een Achterhoekse variant op de Pleiners en Dijkers. Mijn eerste kennismaking met wat we tegenwoordig jeugdcultuur noemen. De Navisgroep draaide namaakjazz met een hoog Dutch Swing College gehalte. Jazz van het verkeerde soort. Chris, icecream, icecream, Barber is een naam die daar tot gisteren, in mijn onbetrouwbare lange termijnbeleving, ook bij hoorde. VVD-congresmuziek. Het andere kamp draaide Skiffle en Country en Western van het oorspronkelijke soort, maar niet de zoetgevooisde versie van Jim Reeves die begin jaren zestig de Hitparade teisterde. Later, luisterend naar radio Luxembourg ontwikkelde de smaak zich via Lonnie Donegan naar The Shadows. 

 

Op het schoolplein raakte ik terecht in de strijd Elvis contra Cliff. Veel en veel later, in mijn jong volwassenheid, moest ik ruiterlijk toegeven dat ik fout was in die oorlog. De platencollectie was toen inmiddels buitenproportioneel gegroeid van Abba tot Zappa. Dat was de tijd tussen dansles en de periode dat ik op mijn tienerkamer experimenteerde met lichteffecten, toen stoppen nog niet om de haverklap doorsloegen en vloeistofprojecties nog niet het behang sierden en toen aanstaande zwagers die in het geniep via ’t garagedak de slaapkamers van mijn zusters belaagden nog niet geschrokken van hun weg terugkeerden. Toen dus ongeveer, … was ik geobsedeerd geraakt door Them. Gloria schalde tot Here Comes The Night uit de bandrecorder. Baby Please Don’t Go begeleidde het eerste grote liefdesverdriet. Oh Annelies! Ze waren een mythe tijdens het leven zelf. In Hitweek, het vakblad voor langharig werkschuw tuig, ging al maanden het gerucht dat ‘hun’ naar Nederland kwamen. En wat was de clou? De tournee deed nota bene Terborg aan! 

 

Onder het mom van huiswerk maken bij een schoolkameraad op de Heelweg fietste ik die bewuste avond clandestien de andere kant op. In Sporthal De Paasberg bleek dat niet Them op het podium stond, maar wel een rossige verschijning uit Belfast. Van Morrison genaamd. Them was inmiddels opgeheven. Van werd voor deze gelegenheid begeleid door een andere levende legende: The Blizzards. Cuby was thuis gebleven. Verlegen en nog vol ludevedut, vergaapte ik me aan het optreden van de Ierse zanger. Het was een legendarisch concert. Rillingen lopen nu nog over mijn rug. Eind jaren zeventig verloor ik hem een beetje uit het oog na een apathisch concert in De Vereeniging. Tot gisteren echter. Toen viel dit alles op zijn plaats terwijl ik de cd The Skiffle Sessions, Live inBelfast beluisterde. Drie op het oog totaal verschillende genres vloeien daar meesterlijk ineen. Dixieland klinkt opeens prachtig, tranen vallen op het tapijt. Van Morrison, Lonnie Donegan en ene Chris Barber zijn de schuldigen. De Loormuziek is niet teloorgegaan. | Gelders Dagblad 04-03-2000

 

vrijdag 22 januari 2016

LIEPEN | Hans Mellendijk

Harry Muskee (Cuby) | 10 juni 1941 – 26 september 2011


Liepen


"The sky is crying. Look at the tears, rolling down the street, ..."

In de elend gaon zitten.
Tienertraone laoten liepen.
't Platteland, de heide
't hied, de melde lei d'r
opens ander bi-j.
De harfst leerden wi-j
kennen en eeuweg
't verdreet.

Liepen, liep, lep, 'eleppen.


Gepubliceerd in De Moespot No.: 232, 54e jaorgang December 2011



zaterdag 12 mei 2012

Uit de oude doos | De Houtkamphal


Foto: © Toon Tomberg 

De Houtkamphal

Schuifelend over de vijftiende Huntenkunst in de Houtkamphal te Doetinchem stapelen de zoete herinneringen zich in mijn hoofd op. Aan vorig jaar toen de óndog voornamelijk langs de kunstwerken rende of op mijn schouders wenste te klimmen. Nu loopt de potwortel met moederlief op moederdag gedwee langs de stands en verzamelt middels kunstkaarten, folders, visitekaartjes, boekenleggers zijn eigen museum bijelkaar. Waarbij ons opvalt hoe zeker hij is bij de keuze van iets wat hij mooi - en iets anders weer lelijk vindt.

Dan glijden mijn gedachten af naar de vorige eeuw, naar eind december vijfennegentig, naar wat je achteraf zou kunnen zien als de opmaat voor de Achterhoek Spektakel Toer, de markthal werd door Paolo en Mayka en vele vrijwilligers omgetoverd in een feeëriek circusdecor. ’t Jaor UUTeindejaarsfestival, een oefening in millenniumviering. Of nog verder terug in de tijd, naar de titanenstrijd, november negentienzeuvenenzeuventig; Normaal aan de ene kopse kant opgesteld en Herman Brood aan de andere. Normaal in goede doen dankzij stripteasedanseres en ondanks haperende installatie. Geruchten dat Herman Brood in paniek zou zijn geraakt. Iets met naalden en spuiten. Die uitwassen van het hippiedom waren nog ver weg op de eerste Love-Inn eind jaren zestig en niet merkbaar tijdens het optreden van Cuby en de Blizards in zeventig. Die zaten toch meer aan de drank en hadden last van flikkerend lichtshowlicht. Ik was erbij. De herinneringen zullen vast nog wel even blijven, mag ik hopen. Maar met het monument zelf, fysiek gezien is het afgelopen. Vijftig jaar oud, heeft het industriële erfgoed afgedaan. De bestuurder zijn blind voor de architectonische schoonheid van het gebouw met zijn revolutionaire overspanning van houten bogen. Weg ermee. Huntenkunst lijkt zijn tentoonstellingsplek te verliezen.

Of ligt hier een oplossing voor boekenstad Bredevoort in het verschiet? Het bezoekersaantal loopt terug en ook dit culturele initiatief dreigt in de slop te geraken. De hal afbreken en aan de rand van het vestingstadje weer opbouwen? Wie had het er ook al weer over dat wij in de Achterhoek meer over elkaars gemeentegrenzen moesten kijken?

Trouwens is dat ook niet de oplossing voor de tanende belangstelling bij de kleurbepaling van de D-toren? Maak er een A-toren van! Betrek de hele Achterhoek  bij de ‘emotiemetingen’ van het interactieve kunstwerk.

Hans Mellendijk, de Gelderlander, edities Achterhoek, 19 mei 2007

Dit weekend keert Huntenkunst terug naar Ulft.