Harry 'Cuby' Muskee is vandaag in zijn woonplaats Rolde overleden. De al tijdens zijn leven legendarische zanger van bluesgroep Cuby + Blizzards is 70 jaar geworden en stierf aan de gevolgen van kanker. Muskee stond in juni nog op het podium van het festival Groeten uit Grolloo en trad bijna vijftig jaar op in binnen- en buitenland.
Harry Muskee is op 10 juni 1941 geboren in Assen. De muziek die hij hoort op Radio Luxemburg en The Voice of America bepaalt de richting van de Drentse jongen die voor deze muziek geboren is: de blues. Later verhuist hij naar een boerderij in Grolloo en daar maakt hij met Cuby+Blizzards, met Herman Brood en Eelco Gelling in de gelederen, ondermeer de legendarische platen 'Desolation' en 'Groeten uit Grolloo'. De groep toert daarna intensief en uitputtend in binnen- en buitenland en scoort hits met klassiekers als 'Window Of My Eyes', 'Somebody Will Know Someday', 'Another Day Another Road' en 'Appleknockers Flophouse'. Nummers die nog altijd in de Top 2000 staan.
Na wat bezettingswisselingen en zelfs het uiteenvallen van de band wordt in 1995 Cuby and the Blizzards nieuw leven in geblazen. Cuby komt terug met Helmig van der Vegt op toetsen, Herman Deinum op bas, Hans Lafaille achter de drums en Erwin Java als de beste opvolger van gitarist Eelco Gelling. In deze samenstelling zijn ze vijftien jaar on the road, veel langer dan de heftige eerste periode. De weg voert langs zalen, festivals en theaters. In 2009 verschijnt de laatste, door Daniël Lohues, geproduceerde CD 'Cats Lost'. Op het met goud bekroonde album, vol typische Blizzardsblues, zingt Muskee onder meer over de verhuftering van Nederland. Naast zanger is Harry Muskee vanaf 1991 presentator en samensteller van het programma 'Harry's Blues' op Radio Drenthe. In 1983 wordt zijn muzikale betekenis vervat in de film 'De Legende', gemaakt door Willem van der Linde en Bert Jansen.
Harry Muskee krijgt in 1968 een Edison voor de debuutlp 'Desolation' en ontvangt in 2007 een Gouden Harp voor zijn hele oeuvre. In 1990 wordt hij ereburger van zijn geboortestad Assen en in 1992 krijgt hij de Culturele Prijs van de Provincie Drenthe. Bovendien wordt hij onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje Nassau en benoemd tot cultureel ambassadeur van de Provincie Drenthe. Op 1 juni opent Harry Muskee het C+B Museum Grolloo. Bij deze gelegenheid ontvangt hij de erepenning van de Gemeente Aa en Hunze. Op zijn zeventigste verjaardag, 10 juni, krijgt hij een gouden plaat voor 'Groeten uit Grolloo' en het eerste exemplaar van het boek 'Back Home', een selectie van zijn liedteksten met foto's van Rudy Leukfeldt. Een dag later sluit Cuby and the Blizzards het eerste Groeten uit Grolloo-festival af. Het is het laatste optreden van de roemruchte groep. Muskee had al besloten om te stoppen met intensief toeren, maar wilde nog wel een plaat maken. Harry en Daniël Lohues hadden teksten en muziek al gereed van 'Dogs Found', zoals het album zou gaan heten.
Eerst de ontkenning. Er is de laatste
tijd al zoveel gehakt in het bos van mijn generatiegenoten. Het woud wordt
telkens maar dunner. Vrienden, familie, oude bekenden en jeugdhelden ontvallen.
Ik zie het bericht voorbijflitsen op mijn aaifoon. Ik veeg het weg, wil het nog
niet geloven. Op het zes uur journaal dan toch de werkelijkheid onder ogen
zien. Cuby is niet meer.
Een vloed van jeugdherinneringen golft
over mij heen. Mijn
eerste single was Just for fun. “I went to my old
village, I did it just for fun.” Ik draaide het
stuk in mijn eigen honk, een leegstaand kippenhok op het erf van mijn ouders. Meeschreeuwend “Yes I went to my old village and I did it just for fun. And I also had
another reason Lord, cause I had no way to run.” Het hoenderhok werd
een lokale broedplaats. Muzikanten oefenden er. De
eerste schreden van de latere Frederik Puntdraod op een zelfgemaakte gitaar.
Meiden uit de regio via een advertentie in Hitweek bijelkaar geronseld tekenden
op muziek van Pink Floyd primitieve balletten uit. Teksten werden geschreven,
een zogenaamde totaaltejatersjo werd uitgedacht, waarmee onder de naam ‘Waar de
wetenschap faalt, zegenviert de kunst’ de diverse jeugdhonken onveilig werden gemaakt.
Het hok was ook aangesloten bij het zogenaamde Luistercorps.
Tegenwoordig deelt men elkanders muziek via Facebook of andere social media op
het internet. Toen gaf je je adres door via Hitweek en kon je zomaar bezoek
ontvangen uit het Noord-Hollandse Heilloo of iemand uit Nijmegen om samen naar
een LP van Dylan of Cuby te luisteren. Dan plots een sensationeel bericht in de
Telegraaf. Het land zou overspoeld worden door hippies. In het bericht werd
onze club ook genoemd. The summer of Love was twee jaar na dato ook in de
Achterhoek aangebroken. Een oplettende ambtenaar las de krant en zag tot zijn
schrik Varsseveld ook genoemd. De week erna nam hij contact op, de eerste
kiemen voor een open jongerencentrum werden uitgezet.
Het
einde van de totaalsjo kwam in zicht tijdens een manifestatie in de Doetinchemse
Markthal waarbij Cuby ook speelde. Het leek de organisatie een goed idee om de
lichtsjo behorende bij het totaal ook in te zetten bij de weerbarstige
muzikanten uit Drenthe. Dat bleek achteraf niet zo’n goed plan. Het schaamrood
staat nog op mijn kaken als bij de eerste tonen de muziek wordt stopgezet en ik
door de hal de stem van Harry Muskee hoor galmen:“Kan dat geflikker met die
lampen, afgelopen zijn?”
Herinneringen
borrelen triest, dan weer langzaam dan weer in een vrolijk up-tempo de blues
eigen, naar boven. “The sky is crying. Look at the tears, rolling down
the street, …” De
dichter in mij dicht: “Liepen//In de elend gaon zitten./Tiener traone laoten
liepen./ ‘t Platteland, de heide/ ‘t hied, de melde lei d’r/opèns anders
bi-j./De harfst leerden wi-j/kennen en eeuweg/’t verdreet.” Blijkbaar liet
Petrus de deur van de hemelpoort op ‘n kier want prompt beleefden we een mooie
oldewievenzommer ter afscheid van de zomer.
Hans Mellendijk in de Gelderlander van vandaag, edities Achterhoek
Draai | Hans Mellendijk, de Gelderlander, 8 mei 2004
Genietend
van ‘t niet voorspelde oranjezonnetje, maar niet van de in mijn hand geduwde
borrel. Ik ‘sloek’ meer vanwege de traditie dan omdat ik het zo lekker vind,
het bittere oranje bocht door m’n keelgat. Het als ‘pleebekgebeuren’
aangekondigde kinderfestijn kan me ook al niet bekoren. Geen feest van
herkenning, en het geluid verwaait en is slecht te horen. De door een bloemist
versierde podiumwagen veroorzaakt bij mij vanwege anachronisme een glimlach.
De
avond ervoor had me de Varsseveldse Koninginnenacht ook al niet echt geboeid.
Menig ‘aevenolder’ van mij keek elkaar vertwijfeld aan. In welke kakofonie
waren we nu dan toch weer terechtgekomen? Op het tot dan toe gezellige en
rustig keuvelende Kerkplein brak een pandemonium los van vette Vlaamse rock uit
het ene café dat zich maar niet liet mengen met Jordaanese draaiorgel
gezelligheid en andere Hazes ongein uit het andere dranklokaal. Ik besloot de
avond, de avond te laten en verliet het strijdtoneel.
Zou
dan dit het moment zijn dat ’t stamcafé, je stamcafé niet meer is? Dat
heimelijk een ander jonger publiek de boel heeft over genomen? Ongemerkt een
andere sfeer is ontstaan, de jaren tellen gaan?
Ik
besluit het genieten te verplaatsen naar m’n achtertuin. Eenmaal lui gezeten
gaan m’n gedachten naar het Silvoldse Pakhuus. Twee weken geleden was het
gevoel daar, anders. Onder de funkende symfonische klanken van Epic Forest
kocht ik daar de derde uitgave van het Poparchief Achterhoek Liemers.
‘Popmuziek in Dinxperlo, Gendringen en Wisch’. Nadat de werkgroep van het
Staring Instituut het licht had laten schijnen over Doetinchem waren nu deze
gemeenten aan de beurt met een greep uit vijftig jaar pophistorie. Het is weer
een buitengewoon mooi boek geworden. Met prachtige verhalen en ontroerende
foto’s. Om puur nostalgisch zwelgen haal ik het boek van de plank en blader het
nog eens door. Af en toe wat op pikkend. Over
hoe in Ulft kapelaan Steerneman aan de wieg heeft gestaan van jongerensociëteit
’t Hemeltje. Het brengt bij mij herinneringen naar boven aan mij roomse
leerjaren (twee jaar katholieke middelbare technische school). Aan een andere
kapelaan die bij het vak levensbeschouwing en maatschappijleer de lp Sergeant
Pepper’s Lonely Hearts Club Band nummer na nummer analyseerde en er niet voor
terugdeinsde het werk van Frank Zappa uitvoerig te bespreken. Het sterkte mij
toen in mijn muzikale smaak, die bij mijn medeleerlingen beduidend anders
lag.
Fraaie
schets van de Dinxperlose jeugdcultuur in de zestiger jaren door de ex-zakelijk
leider van Introdans. Het ontbreken van een popscene in de late jaren vijftig
was er weer debet aan dat Hans Keuper zijn muzikale opvoeding bij Psalm 150
genoot. In een uitgebreid interview komen de onbekende jaren van Keuper tot
leven. De tijd voordat hij doorbrak als troubadour en als zanger,
tekstschrijver en trekzakpiloot bij Boh Foi Toch.
Interessant is het om te lezen hoe in de jaren
zeventig rondom de groep Palace Flophouse allerlei andere activiteiten
ontstonden. Een bedrijvigheid van heb ik jou daar. Onder andere de organisatie
van muziekworkshops. Het deed de toenmalige directeur van de Doetinchemse
muziekschool verzuchten: ”Dat zij liever zelf de cursussen wilden organiseren,
maar dat zij nog niet zover waren.” Over ivoren torens gesproken, het ligt nu
ver achter ons. Toch? Ook geweldig dat de redactie de periode voordat
popmuziek, popmuziek was heeft aangepakt. Het leidt tot een indrukwekkend
verhaal over de loopbaan van de drieënnegentig jarige Gradus Brugman. Onder
andere in 1947 oprichter van de huidige Spitfires. Maar ook het Strijkjen Hofs
komt uitvoerig aan de orde. Het geeft een fraai beeld van de
amusementsmuziekpraktijk in de Achterhoek.
Ik krijg weer kippenvel op m’n rug als ik lees over
het legendarische concert van Van Morrison in 1967, met Cuby’s Blizzards als
begeleidingsband in sporthal de Paasberg in Terborg. Nee, een echte uithoek kon
je de Achterhoek toen al niet meer noemen.
Dan word ik uit mijn heimwee wakker geschud door
neerdalende geluidsgolven.
Het komt uit de richting van ‘t dorpscentrum. In de
tuin klinkt het nogal monotoon. Ja, ik herken de kaboenkkaboenkklanken. Het
vervelende is dat de herrie even snel weer wegzakt om dan onverwachts weer met
een draai op te duiken uit een geheel andere hoek.
Ik vlucht verbitterd het huis in. Neen. In tegenstelling
tot de muziek kan ik op deze Koninginnedag m’n draai niet vinden.
De Houtkamphal | Hans Mellendijk | de Gelderlander, 19 mei 2007
Schuifelend over de
vijftiende Huntenkunst in de Houtkamphal te Doetinchem stapelen de zoete herinneringen
zich in mijn hoofd op. Aan vorig jaar toen de óndog voornamelijk langs de
kunstwerken rende of op mijn schouders wenste te klimmen. Nu loopt de potwortel
met moederlief op moederdag gedwee langs de stands en verzamelt middels
kunstkaarten, folders, visitekaartjes, boekenleggers zijn eigen museum
bijelkaar. Waarbij ons opvalt hoe zeker hij is bij de keuze van iets wat hij
mooi - en iets anders weer lelijk vindt.
Dan glijden mijn
gedachten af naar de vorige eeuw, naar eind december vijfennegentig, naar wat
je achteraf zou kunnen zien als de opmaat voor de Achterhoek Spektakel Toer, de
markthal werd door Paolo en Mayka en vele vrijwilligers omgetoverd in een
feeëriek circusdecor.’t Jaor UUTeindejaarsfestival,
een oefening in millenniumviering. Of nog verder terug in de tijd, naar de
titanenstrijd, november negentienzeuvenenzeuventig; Normaal aan de ene kopse kant
opgesteld en Herman Brood aan de andere. Normaal in goede doen dankzij
stripteasedanseres en ondanks haperende installatie. Geruchten dat Herman Brood
in paniek zou zijn geraakt. Iets met naalden en spuiten. Die uitwassen van het
hippiedom waren nog ver weg op de eerste Love-Inn eind jaren zestig en niet
merkbaar tijdens het optreden van Cuby en de Blizards in zeventig. Die zaten
toch meer aan de drank en hadden last van flikkerend lichtshowlicht. Ik was
erbij. De herinneringen zullen vast nog wel even blijven, mag ik hopen.Maar met het monument zelf, fysiek gezien is het
afgelopen. Vijftig jaar oud, heeft het industriële erfgoed afgedaan. De
bestuurder zijn blind voor de architectonische schoonheid van het gebouw met
zijn revolutionaire overspanning van houten bogen. Weg ermee. Huntenkunst lijkt
zijn tentoonstellingsplek te verliezen.
Of ligt hier een
oplossing voor boekenstad Bredevoort in het verschiet? Het bezoekersaantal
loopt terug en ook dit culturele initiatief dreigt in de slop te geraken. De
hal afbreken en aan de rand van het vestingstadje weer opbouwen? Wie had het er
ook al weer over dat wij in de Achterhoek meer over elkaars gemeentegrenzen
moesten kijken?
Trouwens is dat ook
niet de oplossing voor de tanende belangstelling bij de kleurbepaling van de
D-toren? Maak er een A-toren van! Betrek de hele Achterhoekbij de ‘emotiemetingen’ van het
interactieve kunstwerk.
Daniël Lohues & Louisiana Blues Club | Ja Boeh | 2006
Platzak | Hans Mellendijk | de Gelderlander | edities Achterhoek | 29 september 2016
Het onderzoek van de Tilburgse professor dat de
dialectsprekend mens gemiddeld minder zou verdienen doet mij grimlachen. Toch
sterk de indruk dat het over de klank van de taal gaat. Het accent. Het
onderzoek refereert aan onderzoek in de U.S.A. waaruit blijkt dat iemand die
‘zwart’ klinkt gemiddeld minder verdient dan iemand die als een blanke klinkt.
Opeens in een flits het inzicht. Nu begrijp ik de voorliefde van de
Nedersaksische plattelander voor de blues. Beginnend met de betreurde nog in
Drents-Amerikaans accent zingende Harry Muskee. Die als Cuby and the Blizzards
in de jaren 60 de blues in ons bracht. Wat dacht je van ‘Drieteri-je blues’
waarmee Normaal het Nederlandstalige lied openbrak voor een bredere acceptatie
van het dialect. Ook pecuniair gezien niet slecht geboerd al ging het door
andere zaken langs de ravijnen van bankroet en platzak. Jaren later volgde het
wonderkind Daniël Lohues met zijn Ericaanse blues in pure Drentse varianten. Lohues
die met Skik zijn eerste cd opnam in de Achterhoekse Bontebrug. Bontebrug tevens
de titel van Jonah Falke zijnzedenroman over het volwassen worden van een jonge
kunstschilder zwalkend tussen Achterhoek en Amsterdam. Een debuut waarin de
tweetaligheid hoogtij viert. De jonge schrijver schildert zijn hoofdpersonen
afwisselend in de zogenaamd standaard Nederlandse klankkleur maar als het
sentiment met zijn achterland erom vraagt in pure Nedersaksische accenten. Die
bij mij als geoefende WALD-spelling lezer soms Twents overkwamen. Maar dat
mocht de pret niet drukken. Het gaat om de intentie en elke generatie vindt zijn
eigen weg in het noteren van de streektaal dat immers niet op school wordt
onderwezen. De weg vinden in het leven lijkt mij ook nu voor de dialect-sprekende
generatie niet echt een probleem. Verrassend om te lezen dat de moerstaal nog
lang niet platzak is.
Het is weer de muziek die mijn gedachten terugvoert naar de tweede helft van de vorige eeuw. Herinneringen tuimelen over me heen uit het reservoir, dat gelukkige jeugd heet. ‘k Zie lange slungels van kerels die de voorkamer op stelten zetten. Slungel Gert zit gehurkt bij een stapeltje singles. Hij zoekt en legt er één op ’t wiebelende draaiplateautje. Vrolijke muziek in up-tempo weerklinkt uit de luidsprekers. Een nasale stem zingt ‘Last Train To San Fernando’. Loormuziek. Uitgevoerd door, ik zou het niet meer weten, m’n geheugen laat me in de steek. De jongens pakken de dansklare dames bij de lurven en trekken een quickstep door de ‘mooie kamer’. Ik, de kleine potwortel op de divan, kijk verwonderd toe. M’n oudste zus geeft haar eerste verjaardagsfuif.
Toastjes met ei en mayonaise, augurk gewikkeld in boterhamworst aan een prikkertje, Spoetnik en lauwe Groli. In mijn herinnering blijven me twee muziekgenres bij. Door mijn zuster gecategoriseerd als Loor- en Navismuziek. Vernoemd naar de twee jonge heren, die bepaalden wat er op de koffergrammofoon kwam te liggen. Een Achterhoekse variant op de Pleiners en Dijkers. Mijn eerste kennismaking met wat we tegenwoordig jeugdcultuur noemen. De Navisgroep draaide namaakjazz met een hoog Dutch Swing College gehalte. Jazz van het verkeerde soort. Chris, icecream, icecream, Barber is een naam die daar tot gisteren, in mijn onbetrouwbare lange termijnbeleving, ook bij hoorde. VVD-congresmuziek. Het andere kamp draaide Skiffle en Country en Western van het oorspronkelijke soort, maar niet de zoetgevooisde versie van Jim Reeves die begin jaren zestig de Hitparade teisterde. Later, luisterend naar radio Luxembourg ontwikkelde de smaak zich via Lonnie Donegan naar The Shadows.
Op het schoolplein raakte ik terecht in de strijd Elvis contra Cliff. Veel en veel later, in mijn jong volwassenheid, moest ik ruiterlijk toegeven dat ik fout was in die oorlog. De platencollectie was toen inmiddels buitenproportioneel gegroeid van Abba tot Zappa. Dat was de tijd tussen dansles en de periode dat ik op mijn tienerkamer experimenteerde met lichteffecten, toen stoppen nog niet om de haverklap doorsloegen en vloeistofprojecties nog niet het behang sierden en toen aanstaande zwagers die in het geniep via ’t garagedak de slaapkamers van mijn zusters belaagden nog niet geschrokken van hun weg terugkeerden. Toen dus ongeveer, … was ik geobsedeerd geraakt door Them. Gloria schalde tot Here Comes The Night uit de bandrecorder. Baby Please Don’t Go begeleidde het eerste grote liefdesverdriet. Oh Annelies! Ze waren een mythe tijdens het leven zelf. In Hitweek, het vakblad voor langharig werkschuw tuig, ging al maanden het gerucht dat ‘hun’ naar Nederland kwamen. En wat was de clou? De tournee deed nota bene Terborg aan!
Onder het mom van huiswerk maken bij een schoolkameraad op de Heelweg fietste ik die bewuste avond clandestien de andere kant op. In Sporthal De Paasberg bleek dat niet Them op het podium stond, maar wel een rossige verschijning uit Belfast. Van Morrison genaamd. Them was inmiddels opgeheven. Van werd voor deze gelegenheid begeleid door een andere levende legende: The Blizzards. Cuby was thuis gebleven. Verlegen en nog vol ludevedut, vergaapte ik me aan het optreden van de Ierse zanger. Het was een legendarisch concert. Rillingen lopen nu nogover mijn rug. Eind jaren zeventig verloor ik hem een beetje uit het oog na een apathisch concert in De Vereeniging. Tot gisteren echter. Toen viel dit alles op zijn plaats terwijl ik de cd The Skiffle Sessions, Live inBelfast beluisterde. Drie op het oog totaal verschillende genres vloeien daar meesterlijk ineen. Dixieland klinkt opeens prachtig, tranen vallen op het tapijt. Van Morrison, Lonnie Donegan en ene Chris Barber zijn de schuldigen. De Loormuziek is niet teloorgegaan. | Gelders Dagblad 04-03-2000
Harry Muskee (Cuby) | 10 juni 1941 – 26 september 2011
Liepen
"The sky is crying. Look at the tears, rolling down the street, ..." In de elend gaon zitten. Tienertraone laoten liepen. 't Platteland, de heide 't hied, de melde lei d'r opens ander bi-j. De harfst leerden wi-j kennen en eeuweg 't verdreet.
Liepen, liep, lep, 'eleppen.
Gepubliceerd in De Moespot No.: 232, 54e jaorgang December 2011
Schuifelend over de
vijftiende Huntenkunst in de Houtkamphal te Doetinchem stapelen de zoete herinneringen
zich in mijn hoofd op. Aan vorig jaar toen de óndog voornamelijk langs de
kunstwerken rende of op mijn schouders wenste te klimmen. Nu loopt de potwortel
met moederlief op moederdag gedwee langs de stands en verzamelt middels
kunstkaarten, folders, visitekaartjes, boekenleggers zijn eigen museum
bijelkaar. Waarbij ons opvalt hoe zeker hij is bij de keuze van iets wat hij
mooi - en iets anders weer lelijk vindt.
Dan glijden mijn
gedachten af naar de vorige eeuw, naar eind december vijfennegentig, naar wat
je achteraf zou kunnen zien als de opmaat voor de Achterhoek Spektakel Toer, de
markthal werd door Paolo en Mayka en vele vrijwilligers omgetoverd in een
feeëriek circusdecor.’t Jaor UUTeindejaarsfestival,
een oefening in millenniumviering. Of nog verder terug in de tijd, naar de
titanenstrijd, november negentienzeuvenenzeuventig; Normaal aan de ene kopse kant
opgesteld en Herman Brood aan de andere. Normaal in goede doen dankzij
stripteasedanseres en ondanks haperende installatie. Geruchten dat Herman Brood
in paniek zou zijn geraakt. Iets met naalden en spuiten. Die uitwassen van het
hippiedom waren nog ver weg op de eerste Love-Inn eind jaren zestig en niet
merkbaar tijdens het optreden van Cuby en de Blizards in zeventig. Die zaten
toch meer aan de drank en hadden last van flikkerend lichtshowlicht. Ik was
erbij. De herinneringen zullen vast nog wel even blijven, mag ik hopen.Maar met het monument zelf, fysiek gezien is het
afgelopen. Vijftig jaar oud, heeft het industriële erfgoed afgedaan. De
bestuurder zijn blind voor de architectonische schoonheid van het gebouw met
zijn revolutionaire overspanning van houten bogen. Weg ermee. Huntenkunst lijkt
zijn tentoonstellingsplek te verliezen.
Of ligt hier een
oplossing voor boekenstad Bredevoort in het verschiet? Het bezoekersaantal
loopt terug en ook dit culturele initiatief dreigt in de slop te geraken. De
hal afbreken en aan de rand van het vestingstadje weer opbouwen? Wie had het er
ook al weer over dat wij in de Achterhoek meer over elkaars gemeentegrenzen
moesten kijken?
Trouwens is dat ook
niet de oplossing voor de tanende belangstelling bij de kleurbepaling van de
D-toren? Maak er een A-toren van! Betrek de hele Achterhoekbij de ‘emotiemetingen’ van het
interactieve kunstwerk.
Hans Mellendijk, de Gelderlander, edities Achterhoek, 19 mei 2007