Lovers' lane van Marijke Schellekens en Hans Mellendijk en de Eieren van Jan Opdam en De Omsmeders op het landgoed Hackfort te Vorden (tot 10 september a.s.) maken een onderdeel uit van de website STRAATPOËZIE.
Wegwijzer | Graafschap College (Leerlingen Sociaal Cultureel Werk o.l.v. Sabine Zwikker)
Hermetisch | Hans Mellendijk | de Gelderlander, edities Achterhoek | 06-07-2017
Voordat de zomer voorbij is, nogmaals het ei bewandeld. Niet
omdat het LKKR voelt maar vanwege de 20 beelden op een rei. Een treffender
actie om de Doetinchemse binnenstad in beeld te brengen ken ik niet. Geen
mislukte woordgrap maar ‘rei’ als het oude woord voor stadsgracht. Maar ook
koorzang, rondegang, kortom poëzie. En inderdaad het rijmt mooi op ei. Er zijn in
deze editie gedichten te ervaren. Lees bij de Hamburgerpoort hardop de 30 namen
die in het verleden voor Doetinchem stonden. In duet met je lief: Duetinghem,
Deutinkem, Duttichem, Duichingen, enz.
Ode aan de Oude IJssel | beeld: Ruud Kaper | gedicht: Harry Daudt (fragment)
Geniet aan de Handelskade van de ‘Ode aan de Oude IJssel’. Neem
de ongelukkige plaatsing eindje verderop van het beeld ‘Letterloop-Letterlauf’
voor lief en ontcijfer, als de zon goed staat en je de juiste invalshoek in
zowel letterlijke als overdrachtelijke zin hebt gevonden, het hermetische
gedicht. Kunst mag moeite kosten.
Letterloop - Letterlauf | beeld: Ingrid Dikschat-Lorenz en Arie Grevers
Gelukkig valt er ook te lachen, even
oversteken graag. Bekijk de twee verticalen; het dikke korte op de route
terugkerende basiselement en een slanke lange. Van achteren lijkt iets
sanitairs te lopen, iets ulliteitsachtigs. De titel van het werk Hup & Blo
is vormgegeven als een merknaam. Verwijzend naar de achternamen van de makers: Hupkes
& Blommestijn. Als statement valt te lezen: ‘Het raadselachtige beeld is
niet conventioneel maar vloeit op natuurlijke wijze voort uit de werkelijkheid
die daarin wordt verhuld. Het is dus zinloos te vragen welke kant van het
symbolisme als dwaalspoor is bedoeld, alles is dwaalspoor en onthult tegelijk.’
We worden in het ootje genomen. Verdwaasd vervolg ik mijn weg langs het ei.
Op zaterdag 12 augustus wordt Het Kunstgemaalomlijst met poëzie en muziek door de dichters Jet Rotmans, Herman Pelgrom, Anna Wiersma, Pieter Bas Kempe, Hans Mellendijk, Bert Scheuter, Louis Radstaak en Helma Snelooper, dichter/zanger/liedjesschrijver André van Gessel en muzikanten Kees Weitkamp (diverse snaarinstrumenten) en Jolieke van Osch (zang, gitaar).
De vrucht van vreemdelingrivieren: dit land. En onze tijd. En wij. Een ark zakt af naar zee. Geen tieren, gevloek of grofheid, scheldpartij of grote bek verhindert dat. We zitten met elkaar hier opgescheept. Dus waarom tegen elkaar opgezweept? We moeten schipperen op weg naar Ararat.
(13 mei 2009)
* Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal 12e druk: vreemdelingrivier (v.(m.)), allochtone rivier, rivier die in een ander land ontspringt: de Nijl is in Egypte een vreemdelingrivier.
-
In elk kind wordt iets van ons aller oergeschiedenis herhaald. Eerst enkel nog maar ban van lijflijkheid, van voer, poep, pis, van slaap, van heel veel slaap. Maar dan een sprong van duizend era’s in een lach. Zo lid van het gezin de mens. Wie anders immers kan er lachen zoals hij? Zo vrij in zijn verbondenheid? Oog. Oor! Naar binnen breekt een liefdestij van woordjes, naampjes, ouderkoor en baart daar onvatbaar banaal het blijvend wonder van de taal.
O, archeologisch is elk kind al groeve waar je antwoord vindt - of minstens zicht – op hoe je leeft vóórdat het zelf je antwoord geeft.
(10 april 2014)
- Tot mijn geluk nooit mijn gelijk gezocht. Geluk. Gelijk daarmee een hoger, dieper grond bereikt. Verrijkt. Verrukt. Want de portee - daar immers bovenop gedrukt – zo klaar: nooit dus verongelijkt verongelukt.
VRIJDAG 13 NOVEMBER 2015 Wie enkel spreekt uit een kalasjnikov, die liegt. Wie in de ander slechts een doelwit of zijn jachtbuit ziet, zal nooit iets proeven van het paradijs van zo maar praten met een vreemde op één van die stom toevallige terrasjes van Parijs.
(17 november 2015)
VERRE WENS
En Wilders wens ik toe dat aan zijn ziekbed straks een moslim staat die zorgzaam hem verschoont als hij verschoning vraagt (en als het moet ’t ook zonder vragen doet).
(25 augustus 2010)
-
Ik ging naar Novi Sad toe om de brug te zien.
Ik zag de brug: twee overzijden
weer van elkaar zoals vanouds gescheiden.
Wij zaten daar voor een minuut of tien
op een terras en hebben wat gedronken,
het hoofd en hart vervuld van bitterheid
in het besef van al die eindigheid
die men de stad van boven had geschonken.
Geen stem die tot ons kwam, geen schip dat voer
en wat wij dan al hoorden: psalmen waren
het zeker niet. Stad, opgelegd pandoer,
toen men besloten had je niet te sparen.
Zo, dacht ik, zó dus naar je mallemoer.
Goddomme: wij! Wie zal óns straks bewaren?
(2002)
FILOKTETES Steeds weer niet meer dan maar erbij: de Argo, Herakles zijn dood, de strijd om Helena. Hij steeds terzij, een figurant. Daarom geheid ook hij dus Trojewaarts. En kijk! dan door een anders stommiteit in ’t licht, want niet de dader bijt de slang, die daar als wreker blijkt te zijn, maar uitgerekend hem. De beet een wond die hem benart en - voor de gehardsten niet te harden - zo stinkt dat ’t iedereen beklemt. Ter plekke laat men hem dus barsten en trekt naar Troje op voor eigen roem. En hij blijft achter zonder artsen en zonder medicijn: verdoemd. Maar Troje blijkt ook na tien jaar van mollen, moorden niet te winnen. ’t Orakel maakt het zonneklaar: zìjn boog brengt je de stad pas binnen. Dus terug. Hij zit nog steeds te meuren. Maar wie de overwinning ruikt, gaat daarover niet langer zeuren. Als je je hersens goed gebruikt, zal je niet twee keer je vergissen. Dan weet je voluit overtuigd: in feite kun je niemand missen. (1 augustus 2011)
EEN VERMAKELIJK VOORVAL IN DE WOESTIJN VAN ENGEDI
Dat uitgerekend in de grot waar wij verscholen zaten, Saul poepen wou! ’t Leek wel of God ‘m in onze hand wou laten. Dus “David!”, zeiden wij, “hier is je kans! Sla toe! Het is Gods wil!” En hij sloop met zijn zwaard muisstil naar waar Saul hurkte, ongewis van wat hem overkomen zou. En David jaste met één houw - zo steels gewerkt, dat hij niets merkt! - een reep uit Saul zijn jas, net toen de majesteit aan ’t afgaan was. Ach, koning, keizer, kampioen zijn op hun tijd ook broos karkas en moeten hun behoefte doen. En kunnen dus, hoe soeverein, heel allermenselijk weerloos zijn. Wie daarvan misbruik maakt, snapt niet hoe koninklijk ook jij moet wezen door in Gods gratie expliciet behoeftigen te laten delen. Gena is hoe je met cachet de koningen te kakken zet.
(29 augustus – 17 september 2011)
Zie 1 Samuël 24: 1- 8 Saul en zijn leger achtervolgen David
-
Het meest misbruikte Nederlandse woord is zijn. Want tussen was en zal is maar één tel en hoe vaak ook een ongehoord subliem moment, toch maar slechts zelden waar. Ons leven is proces, is tijd die haast onmerkbaar langs ons glijdt; onmerkbaarheid die ons tot het idee verleidt, helaas, dat ons is langer is, ja eeuwigheid. Maar ook als wij verandering ervaren, ja lijfelijk als tsoenami ondergaan, dan grijpen we die boei om de gevaren die kennelijk ons bedreigen te doorstaan: de wereld moet toch overzichtelijk blijven! Te bont kan niemand aan. Daarom zwart-wit: wij hier, zij daar, goed scherp van kwaad gescheiden. Je ziet de trein niet waar je zelf in zit. De Nederlander van vandaag is niet van gisteren. En die van gisteren niet van vandaag. Wie even nadenkt, ziet dat ook wel in. Maar ja, dan dist er een politicus een sprookje op dat past bij alle onvree die al in mij gist en ik roep, mij geroepen voelend: barst! Mijn volk, mijn stem, dat wat ik voel beslist! Mijn recht! Ik ken het klappen van de zweep!
Het recht van spreken is gestold tot eis. Die winter heeft ons land vast in zijn greep: door elke scheve schaats meer van de wijs. Niet om het spreken. Ieder heeft het recht,
is nodig voor de voortgang van ’t debat. Maar ja, het meeste dat er wordt gezegd, dient meer een ander doel: sla anderen plat. In de discussie hoe we ’t moeten rooien, wordt het nooit lente, zal het nooit meer dooien.
De mens is niet zo veel. Hij weet dat hij noodzakelijkerwijs moet verder gaan, maar met een levensloop van egotripperij blijft hij toch liever op zijn standpunt staan. Echt, je zou willen dat het anders was. Wij zijn…Wij zijn op weg. Wij worden pas. (24 oktober 2011)
-
Nooit heb ik stilgestaan bij wat mij overkwam, die drang tot schrijven. O, eerst een spel, een grap, maar dat, zou het – bleek al heel snel – niet blijven. Behoefte kreeg een vorm. Droom vroor tot woord dat ingegeven werd, tot beeld dat stond, tot spiegel voor een puber die, verspoord, versperd, zichzelf vooral aan ’t zoeken is. Wanhopige geschiedenis -bij zo veel kansen toch geen vraag – van nederlaag tot nederlaag.
’t Gedicht geen antwoord, maar het was van mij. En dat een ander dat niet – althans in die mate – had, dat alibi, dat alias, kwam nooit goed door. Pas nu besef hoe veel genade er in schuilt van taal, voer voor mij ingekuild, muziek, troost, hoop, geluk, roes, lef.
Zo ga ik voet voor voet mijn pad. Rijm als mijn staf, nee: wichelroede naar verten die ik nimmer had -zelfs in de verste verte niet – kunnen vermoeden.
Achterhoek Nieuws Jaargang 82 | nr. 27 | 5 juli 2017
Gisteren in de Huis-aan-huisbladen van Achterhoek Nieuws de column die ik op verzoek van Johan Godschalk schreef voor de stichting Pak An!> | f>
Wenskei
Het zal
aan de stamtafel van ’t Veertje geweest zijn dat ik er met Hans Hiddink, de te
vroeg uit de tijd gegleden muzikant en inderdaad broer van … , filosofeerde
over de mogelijke herkomst van de naam whisky. Het had vast en zeker te maken met
de naamgevers van de voormalige gemeente Wisch. Ik schreef er een column over
waarin ik de streekhysterica Marja Wybenick ten tonele voerde die enthousiast
vertelde over haar zoektocht naar de Wischkei. De kei die een belangrijke rol gespeeld
zou hebben bij de bereiding van de goddelijke drank. Bij het kasteel Wisch achter de Paasberg zou de
kei begraven liggen.
De steen, die als stop diende voor de enige
bron met het allerzuiverste water dat zich in het stroomgebied van de Oude IJssel
bevond en beheerd werd door de heren Wisch.
Verder droegen de aanwezigheid van een bijzonder soort turf uit het
Aaltense Goor mede zorg voor het ontstaan
van de wonderlijke drank, dat we dus nu nog als whisky kennen.
Het zou in vele
tientallen kleine dorpsdistilleerderijtjes vervaardigd zijn en in de eigen omgeving gedronken. Men had tot dan toe
altijd gemeend dat de soortnaam van het Keltische 'uisge beatha' –hetgeen
levenswater betekent- zou komen. Via de verbasteringen 'uisge' (spreek uit:
wieske) en 'usky' zou de naam whisky ontstaan zijn. Als Marja de kei zou vinden
dan was het voor honderd procent zeker dat de naam uit onze contreien afkomstig
is. Waarom er van die nijverheid niks meer is overgebleven heeft te maken met het
rijpingsproces. Dat dient op eikenhouten vaten te gebeuren, waar ook sherry in
gerijpt is. Gedurende dat proces krijgt de whisky ook zijn houtkleur. De heren
Wisch droegen daar ook zorg voor.
Op een gegeven moment kwam er een eind aan de
import van de sherryvaten. Het schijnt dat toen iemand uit Etten
had gelezen dat aletonnen ook geschikt zouden zijn. Niet begrijpend dat hier
-op z’n Engels- biervaten bedoeld werden,
gebruikte men vanaf dat moment giervaten. Het liep toen snelbergafwaarts met de
afname en productie van het levenswater. Grote armoedeonder de
bevolking volgde, het oude volkrijm: ‘In Etten is niks te vretten, in Terborg wat, in Varsseveld zat!’ verhaalt daar nog over.
De naam Wischkei verbasterde vrij snel
via Ierland en Amerika in whiskey, om
uiteindelijk als whisky in Schotland en Canada terecht te komen. Het verhaal publiceerde ik begin deze
eeuw in de Gelderlander niet wetende dat ruim tien jaar later dankzij de
ondersteuning van Pak An in Zelhem Distilleerderij Bronckhorst deeerste Achterhoekse whisky zou gaan stoken.
Wie kon dat toen vermoeden?
Daarom alleen al is het mooi dat er zoiets als Pak
An bestaat dat deze vernieuwende activiteiten stimuleert en ondersteunt. Het oerrund
terug in het landschap en wie weet komt dat plan van een landschapsarchitect om
wilde duiven te houden in, in onbruik geraakte, graansilo’s ook nog wel eens
van de grond. Dan krijgen we samen met het oerrund, de eigen wijn en whisky een
nog gevarieerder Achterhoekse dis. Mmmmmmm smullen maar.
Marijke Schellekens is met haar Geert afgereisd naar Watou. Alwaar ze haar eerste impressies op Google-foto> zette. KUNSTENFESTIVAL WATOU 2017 | Over alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid Misschien is dit wel de 25ste keer dat ze naar het kunstenfestival Watou gaat. Geen zomer zonder Watou!
Dit Belgisch dorp op de grens van Frankrijk - waar al 32 jaar de maanden juli en augustus in het teken van kunst en poëzie staat. Bij het 'Onthaal' koop je je ticket en daar is meteen zoveel te zien - te lezen en te beleven, dat je moet besluiten er niet te blijven hangen! Dit keer ontmoette ze er Bart Moeyeart. Eindelijk kon ze kennis met hem maken! Naar aanleiding van de heruitgave van zijn succes-roman 'Broere' tekende hij de piano van 'thuis' vol met zijn broers. Lees de tekst op de eerste foto. Kijk op www.kunstenfestivalwatou.be of op facebook: Kunstenfestival Watou