Bij toeval hoorde ik eergisteren van de studiobaas Caspar Falke dat de auteur
Hugo Hoes⇲ daags erna ook voor een andere klus op Bontebrug zou vertoeven. Prompt hem geappt en gestrikt voor een fragment uit zijn verhalenbundel Fijne familie⇲dat ik sowieso in mijn kop had zitten als geschikt verhaal voor een Verhalenbankje⇲ in het centrum van Silvolde. Maar ik was er nog niet aan toe gekomen hem daar voor te benaderen. Gisteren was het dan zo ver.
De Achterhoekse Amsterdammer Hugo Hoes is per 1 april 2016 voor een jaar benoemd tot stadsdeeldichter Nieuw-West>De dichter heeft inmiddels een bankje toegedicht gekregen op de door mij onderhouden webstee Dichtersbankje>. Een nieuw bankje aldus Hoes, hij zelf zit er nooit, woont er dichtbij. Geliefd bij duiven en alcoholisten weet hij verder te melden.
Het ziet er naar uit dat de lezing in de tipi op de Zwarte Cross over de happy hippie sixties in de Achterhoek door de HiPP-heren Bert Scheuter en Hans Mellendijk doorgang vindt en wel met muzikale begeleiding van niemand minder dan Ferdi Jolij. Waarschijnlijk op de vrijdag als dat allemaal past i.v.m optreden van Ferdi met het oude Normaal op dezelfde dag. Er wordt aan gewerkt.
Met meer dan 450 voorstellingen in drie dagen, meer dan 800 artiesten, 3 speciale theaterpodia, veel maatwerk en veel verschillende disciplines (waaronder poëzie, literatuur, muziek, dans, cabaret, straattheater, beeldende kunst en stand up comedy) is de Theaterweide op de Zwarte Cross één van de grootste theaterfestivals van Nederland.
Een vreemde combinatie met motoren en rockmuziek? Ben je gek! Volgens ons is dit juist een prachtige combinatie!
Op eerste kerstdag FIJNE FAMILIE tussen de kerstgebeurtenissen door met veel plezier tot mij genomen. Genoten van de door Hugo Hoes mooi neergezette tijdsbeelden. Na GEBAKKEN LUCHT het tweede boek dit jaar waar buurtdorp Silvolde een belangrijke rol speelt. Daarmee houdt ook elke gelijkenis op. Als je het bij Eric Schuurmans GEBAKKEN LUCHT vooral kunt hebben over een ik-zit-mezelf-in-de-weg-boek dan is FIJNE FAMILIE een 'ik-voel-me-goed-boek'. Jeugdsentiment uit de jaren zestig en zeventig. Trixie en Klop-Klop, openen een smaakwereld van jewelste. Bij Wijze Uil over het Sizoka (Silvolds Zomerkamp) kreeg ik een dia van de bij mij als voormalig wethouder jeugdzaken (en indirekt mijn broodheer) bekend staande vader Jacques Hoes -maar dan als indiaan- weer voor het geestesoog.
Tropisch Oosten zag ik nog nooit zo treffend beschreven, idem dito de gymnastiek les, het bordspel Monopoly chaotisch op de grond gespeeld door acht kinderen in ingewikkelde houdingen. En wat je allemaal met het namaak geld kon doen. Het schoolplein met het voor mij totaal onbekende 'piemeltikkertje' (-in ieder geval niet ruim tien jaar daarvoor- in het protestante preutsere Varsseveld). Verder elk hoofdstuk een feest van herkenning.
Met als onovertroffen hoogtepunt de slap-stick in De Kappenbulten. Hoes' vader suggereert door eerst via allerlei omwegen uren door de Achterhoek te rijden een reis naar het buitenland, om in werkelijkheid 13,6 kilometer verderop in Halle op camping de Kappenbulten te eindigen ('Voilà, la Belgique', zegt vader, die ook Frans gaf.) Het vakantieverhaal dat al eerder in de VPRO-gids van 2011 verscheen zoals ook het verhaal Kerst in het Kerstnummer van vorig jaar.
Schitterende nieuwe neologismen las ik; troostsoep, troostsnoep, familieuitdrukkingen: Bernts was ernst. Geweldig hoe een enkel woord wonderlijke herinneringen naar boven laat komen die ik echt vergeten was; 'grijs grot papier', 'blokjes voetbal', 'visvormige schalen', 'ventielwonden', ... Hulde!
Wel vroeg ik me af waarom Stef Kaak in Silvolde opeens Fred genoemd wordt? Maar nog meer of de stukken soms eerder als column verschenen zijn? Daar een aantal maal situaties en personen herhalend opnieuw geïntroduceerd worden (Elly Kolks, Guus Hiddink, het balkonpodium van het café op de Markt, het voorzitterschap van de voetbalclub). Of heeft de schrijver weinig vertrouwen in het kortetermijngeheugen van de lezer? Ik hoop het boek in januari te kunnen bezegelen met een handtekening als Hugo bij ons in Varsseveld komt voorlezen.
Ook opmerkelijk dat het karakteristieke woord 'krang' uitgelegd wordt omdat het om lokaal dialect zou gaan. Krang staat gewoon in de dikke van Dale, niet typisch een dialectwoord. Is in het Nedersaksische gewest wellicht beter bewaard gebleven.
Zowel Gebakken lucht als Fijne familie zouden overigens mooie fragmenten voor een eventuele uitbreiding en/of aanvulling van de Verhalenbankjesroute> kunnen leveren. Zo ook het nog helemaal niet echt ter sprake gekomen De Boer op van collega columnist Irene van der Aart>. Ook al zo'n schitterend debuut in de ik-voel-me-goed-klasse. Maar dan wel in-het-beste-van-twee werelden in het hier-en-elders.
Hilarisch is het verhaal Groeten uit camping de Kappenbulten dat ik meen ik vorig jaar zomer in de VPRO-gids las (of is het al weer twee jaar geleden?) het smaakte naar meer. 'k Kan niet wachten tot het in mijn brievenbus ligt. Fijne familie, het debuut van VPRO Gids-redacteur Hugo Hoes met verhalen uit een groot gezin, is vanaf overmorgen verkrijgbaar. Het begon met een ideetje op de redactievloer van de VPRO Gids: een zomerserie waarin een aantal redacteuren een verhaal schrijft over de herinneringen aan hun vakanties van vroeger. De eerste aflevering, ‘Groeten uit camping de Kappenbulten’ geschreven door Hoes, bleek een schot in de roos en leidde onder meer tot aanbiedingen van een paar uitgeverijen. Uiteindelijk resulterend in dit eerste boek van zijn hand.
Als jongste uit een gezin met acht kinderen heeft Hugo Hoes de continue stroom komische en bijzondere familieperikelen tijdens zijn jeugd nauwlettend gadegeslagen én onthouden. Hun drukke vader – behalve pater familias ook leraar, raadslid en voorzitter van de lokale voetbalclub in Silvolde – zorgt ervoor dat het thuis nooit saai is. De kinderen Hoes worden als campagnemedewerkers ingezet wanneer vader de politiek in wil, winkelen met Monopoly-geld en gaan met oude rapporten langs hun oma. Moeder ziet het allemaal hoofdschuddend gebeuren.
De vakanties, dorpsfeesten, Kerstmis en andere familiebijeenkomsten zijn een vrolijk feest der herkenning voor iedereen die is opgegroeid in een gezin uit de jaren zestig, zeventig, tachtig of negentig. Hoes vertelt op een geestige, ironische en liefdevolle manier over de gemakken en ongemakken van het leven in een grote familie. In de eerste zeventien verhalen is Hoes steeds rond de zeven jaar oud. Het achttiende en laatste verhaal is een terugblik.