Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
zondag 23 maart 2014
zaterdag 22 maart 2014
Door Achterhoekse Ogen | Flonkergood (archief)
Flonkergood, Hans Mellendijk, de Gelderlander, 1 juni 2002
In
Halle wordt vandaag de ‘Waeke van het Achterhooks en Liemers Book’ afgesloten
met een kruwagenactie. Vanuit de lastdrager worden huis-aan-huis beuke
verkocht. Het ‘Flonkergood’, dat
de liefhebber ontvangt bij aankoop van streekboeken ter waarde van minimaal
tien klinkende euro’s, is zeer de moeite waard. Dus Hallenaren waart ow!
‘Honderd jaar gedichten uut Achterhook en Liemers.’ De verzameling bevat
zestien gedichten van Krebbers tot Roes. Als toegift vijf nieuwe gedichten. De
bekroonde oogst van de poëzie-schrijfwedstrijd 2001/2002. Alleen al met het
gedicht ‘Flonkergood’ heeft u, uw zuurverdiende geld snel terugverdiend. Een
toepasselijk poëtisch kleinood van Jo ter Linde-Duenk, geschreven in het
Winterswijks dialect: “Een waterdröppel / in ne hook / van ’t blad, /
ongriepbaor / as kwikzilver / in euren glans; / enkelt de zonne / krig een
kans, / as flonkergood / lig ze / in / euren ivoren toren.” Het kreeg van de
jury een eervolle vermelding. Kun je nagaan wat de rest voor kwaliteit heeft.
Mocht u niet aan de bron van de Halsche Vloed wonen, ren dan vandaag nog naar
uw lokale boekverkoper.
Ik
was bij de openingsmanifistatie in zaal Veldhoen te Langerak. De inleiding over
‘Poëzie in de streektaal’ knelde in tijd en ruimte. Gijs Jolink verdwaald.
Of begreep ik het verkeerd? Nam de
Rock-‘n-lol held de als causerie aangekondigde lezing, letterlijk als gekeuvel?
Niet gehinderd door enige kennis van het onderwerp volgde de ene platitude na
de andere. Ik werd er niet wijzer van. De dapper voorgedragen songteksten
bleven net als de bedoelingen in de gebakken lucht hangen. Een typisch niet te
filmen geval van jammer. Want uit eigen ervaring weet ik, dat de ‘Pluk de dag’
-teksten in hedendaags regiolect, onder begeleiding van stuwende Rock-‘n-roll,
donders mooi gedijen. Wel gloorde in de voortkabbelende voordracht ergens in de
verte zijn bewondering voor het dialect. De taal van opa en oma. Ook de
bekentenis dat hij dát dialect niet meer sprak en dat hij eigenlijk ook niet
precies wist hoe het allemaal zat, ontroerde. Fronsende wenkbrauwen bi-j de
‘fien op de korreligen’. Een generatiekloof gaapte. De zaal schrok wakker toen de lezing aan een
onverwachts einde kwam met de declamatie van ‘Groninger Blues’: “Ik wier
vanmorgen wakker … en ik viel weer in slaop.’’
De
strabante voorzitster bedankte de inleider en nam hem moederlijk in
bescherming. “Dat e vanmeddag maor good most luusteren, dan kon e daor
misschien nog wat van opstekken.”
Illustreerde
het relaas onbedoeld de stelling, dat de renaissance van het dialect te
vergelijken is met het opflakkeren van een kaars die op het punt staat uit te
gaan? Mijn weeklacht wordt in de kiem gesmoord. Gijs’ aevenolders, Duo
Weijland, bewijzen het tegendeel. Met taal, stem en muziek schilderen ze
schitterende beelden. In een eigenwies klinkend dialect wordt ‘n dreum te
drinken gegeven. Schitterend! Zo ook de daarna volgende poëten. Een staalkaart
van drie streektalen. Het weemoedige Westmünsterlands van Aloys Terbille.
“Wat’n Spill! Wat’n Spill! Uit het Land van Maas en Waal een temperamentvolle
Rien van den Heuvel. “Streektaal is ‘n
olde boom dee prachteg bleui-jt.” Ik ruik en voel de vette klei en de
dichter laat het water stromen. Derk Jan ten Hoope sluit de rij met
rondzwevende rondelen in het Needse dialect. Hij steelt de harten met zijn
gedichten vol verwondering. “Ik
kanne laeven, umdat ik dreumen kan.” Een vrijdagmiddag om nooit te vergeten. De
volgende keer is een avond te overwegen zodat ook de studerende jeugd en de
werkende mens van al het flonkergood kan genieten. Met boekenbal na!
Overigens
vandaag op de 3e Smartlappendag op Sinderen treedt om halfvier, Duo
Weijland op. Dus nog genoeg
flonkergood te beleven vandaag.
vrijdag 21 maart 2014
Manges in Lechtenvoorde
Ondertussen wordt er in Lichtenvoorde door Talie Wijlens en Willem te Voortwis hard gewerkt aan de eind montage van de gefilmde poëtische lassen in het programma van Plat Gespöld. De voorstelling aanstaande zondag is uitverkocht hoorde ik Willem vertellen. Mooi resultaat!
donderdag 20 maart 2014
Wat en wie vliegt waar?
BOTER, KAAS EN EIEREN | Hans Mellendijk
Adembenemend
wijd in de verte, voorbij Laurentiuskerk,
huiverfietsend langs beemd, de wei
bebloemd vol met rustend voorjaarszin,
condensstrepen kruisen een X
boven Westendorp. ‘t Is niet niks.
Uitgewaaierd waterdamp
in een onwaarschijnlijk licht.
Een letterpiloot boven het IJ
herinner ik, boezemde kunstzin in.
Boter-kaas-en-eieren de wet?
Wie is er godsammenan aan zet?
En onheilspellend
hoefgekletter van vier ruiters onder het zwerk.
woensdag 19 maart 2014
dinsdag 18 maart 2014
maandag 17 maart 2014
zondag 16 maart 2014
Reizen, ondertussen in Doetinchem
Ineke ter Haar
Hans Mellendijk
Zie hier meer>
zaterdag 15 maart 2014
Door Achterhoekse Ogen | Atlas
Atlas, Hans Mellendijk, de Gelderlander 10 mei 2003
Op 4 mei bladerend door
‘Die dag in mei vergeet ik niet’, een Ooievaar Pocket uitgegeven in 1995 met de
mooiste Nederlandse bevrijdingspoëzie gekozen door Hans Warren, valt mijn oog
op een fragment van het gedicht ‘De bevrijding van Dalfsen’ geschreven door
Victor E. van Vriesland.
“Dit was wat aan berichten wij vernamen/Door radio of van
bekenden: Bij/Dinxperlo kwam op achtentwintig maart/De strijd voor bevrijding
van ons land/Op Nederlandse bodem. Megchelen,/Gendringen, Voorst en Ulft hadden
al dagen/Tevoren onder vuur gelegen. In de/Laatre berichten doken toen al
spoedig/De namen op van Zutphen en van Lochem,/Westervoort –de geboorteplaats
van Dèr Mouw -,/Hengelo, Enschede, Aalten, Haaksbergen,/Delden, Groenlo. Men
naderde ’t nabije/Ommen. Als een vloedgolf zwol de emotie.”
Een gedeelte uit een langer verhalend gedicht over de laatste oorlogshandelingen in Oost Nederland, 1945. Het hele gedicht roept associaties op met de verhalen in ‘Er Op of er onder’. Een boekwerk dat een jaar na de Tweede Wereldoorlog verscheen met als ondertitel: “Hoe Achterhoek en Lijmers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd.” Een boek dat in mijn herinnering in de jaren vijftig, zestig in elke Achterhoekse boekenkast stond –behalve bij de mensen die fout waren geweest, maar tja daar kwam je niet- en waarvan de foto’s me als kind het meest intrigeerden. Spannende oorlogsverhalen, die tijdens de met sigarenrookwalm bezwangerde verjaardagvisites werden opgedist en waar ik aandachtig met rode oortjes naar luisterde, versterkten het beeld. Beangstigende afbeeldingen van kapotgeschoten gebouwen. Gebombardeerde treinen, verwoeste straten. Als ik het erfstuk nu weer inkijk valt het allemaal nogal mee. We zijn momenteel ruim een halve eeuw verder en de wereld heeft daarna talloze gruwelijker beelden geproduceerd. Een ijzingwekkende gewenning is opgetreden.
Het
gedicht was me nooit eerder opgevallen. Maar op een of andere manier zuigen de
reeks Achterhoekse plaatsnamen me nu het gedicht in. Ik noteer het gedicht in
mijn bescheiden atlas van literaire fragmenten. Een lullige boekhouding met
letterkundige verwijzingen, geordend op plaatsnaam. De oogst deze maand is
groot. Zo scoorde ik ter gelegenheid van de Waeke van het Achterhookse en
Liemerse Book 2003 de nieuwe gedichtenbundel van Sebastiaan Roes. “Afscheid van
Grolle”. Alleen al vanwege de vormgeving een juweeltje in de boekenkast.
Prachtige gedichten, voornamelijk in het Groenlose dialect geschreven en met de
broodnodige ironie geïllustreerd. Tekenend is een detail uit een schilderij van
Hieronymus Bosch dat de afdeling ‘Grolse kwaolen’ begeleidt. Een
schedeloperatie ter genezing van de vallende ziekte. De heelmeester zien we op
het achterplat terug als zelfportret van de poëet. Ook in deze bundel is de
oorlog aanwezig. Onder ander in een cyclus van vijf gedichten, indrukwekkend in
hun eenvoud, wordt het onvermijdelijke verwoord. ‘Van Juichende stemmen.
Kammeraodschap en jongen aovermood’ op weg naar het front tot een naam op ‘t
oorlogsmonument. Aangevuld met een indringende foto van gewonde Amerikaanse
soldaten, wachtend op transport op de stranden van Normandië, en een
meelijwekkende afbeelding van een huilende veertien jarige Duitse soldaat,
krijgsgevangen gemaakt bij diezelfde slag.
Een
ander boek zeer de moeite waard en ook briljant qua grafische vormgeving is
‘Wachten op een brief’. Een historische roman geschreven door Martine Letterie.
Een uitgave van de Stichting voor Kunst en Cultuur Gelderland, verschenen in de
serie Gelderse Cahiers. De jeugdroman speelt zich grotendeels af in het
Doetinchem van 1926. Alwaar de zestienjarige Mathilde uit Antwerpen na een
hopeloze liefdesaffaire door haar ouders samen met haar tante Jeanne naar toe
wordt gestuurd. Om haar op andere gedachten te brengen. In Doetinchem kan ze een
opleiding volgen en haar grote liefde Marcel vergeten. Jeanne heeft romantische
herinneringen aan Doetinchem vanwege haar gedwongen verblijf in de Grote
Oorlog. De Eerste Wereldoorlog toen een miljoen Belgische vluchtelingen naar
ons land gekomen zijn. De ontwikkelingsroman rolt zich af in en rondom het
voormalige tramhotel Zutphen-Emmerik. Toen nog het knooppunt van openbaar
vervoer in de Achterhoek. Ik smul van de beschrijvingen. Waarbij natuurlijk wel
meespeelt dat ik in hetzelfde gebouw jaren gewerkt heb. Ook het lief en leed
gedeeld heb. Nu is het afgebroken en heeft het plaats gemaakt voor het
‘aquarium’ van de Gruitpoort. Ook voor volwassenen die houden van een snufje
nekhaartjesromantiek en af en toe een traan, een aanrader.
Eindelijk
heeft Doetinchem dan nu ook een kloeke verwijzing in mijn atlas. Wat dat
aangaat behaalt Winterswijk vooral dankzij Komrij, maar ook Krosenbrink een hogere
score. Okay de dichter Dèr Mouw woonde in Doetinchem maar schreef pas zijn
indrukwekkende oeuvre van vijfhonderd bladzijden sprankelende poëzie toen hij
het provinciestadje na een conflict ontvluchtte.
Abonneren op:
Posts (Atom)





