Gisterenmorgen nog twee opnames gemaakt in de Silvox-studio. Inmiddels is Caspar bezig met de afwerking. Daarna in Wals gecontroleerd of het beoogde bankje er nog wel staat. Niet dus. Maar wel een mooi alternatief kunnen vinden; een Picknickplaats. Vandaag in Klein-Dochteren met de webstee aan de slag.
Vroeger bij de verhalen van Winnetou en Old Shatterhand door Karl May wilde ik nog wel eens afhaken bij de ellenlange beschrijvingen van het landschap in het Wild-Westen. Niks van dit alles bij de keizer van de opsommingen, de Twentse schrijver Jaap Scholten⇲. Zijn door uitgeverij Pluim en AFdH uitgevers bezorgde laatste roman Suikerbastaard⇲ las als een denderende trein, een goed gesmeerde machine. Ik was bij de vooraankondiging al gefascineerd door het thema. Twentse jongemannen die door de Hengelose Machinefabriek Stork werden uitgezonden om in de jaren vijftig en zestig in Abessinië van keizer Haile Selassie suikerfabrieken uit de grond te stampen. Er zouden nog vele nazaten in de Hoorn van Afrika rondlopen met Twents bloed in de aderen. Tja wat wil je, Stork: What's in a name? Zodra hun driejarig contract afliep moesten ze terug naar de stempelklok en de draaibank in Hengelo. De hoofdpersoon Marinus Hilbrink lukte dat niet. Ondanks dat zijn geliefde in Hengelo op hem wachtte. Mooiste zin: "In de bloedhitte had hij de meeste zin om de kleren van zijn lijf te rukken, van de kade te springen de baai van Aden in en door de straat van Bab el Mandeb, de Rode Zee, het Suezkanaal, de Middellandse Zee, de straat van Gibraltar, de Atlantische oceaan, Het Kanaal, de Noordzee, de Maas, de Rijn, de IJssel en ten slotte het Twentekanaal helemaal terug naar Mirjam te zwemmen, als een bronstige steur die duizenden kilometers tegen de stroom in gaat om zijn nageslacht veilig te stellen." De Nederlandse literatuur in het algemeen en de Twentse in het bijzonder heeft er een klassieker bij. Zeg maar dat Mellendijk dat gezegd heeft.
Zaterdag na een voedzame maaltijd verzorgd door zoonlief Arend, met het appgroepje Floribos, Bert en Mirjam, het Nibbelinkbos verkend. Het pad dat ik al een hele poos niet bewandeld heb. Vanaf Toldijk-zijde rechts en dat eindigt bij het oer-dichtersbankje⇲
Bij toeval hoorde ik eergisteren van de studiobaas Caspar Falke dat de auteur
Hugo Hoes⇲ daags erna ook voor een andere klus op Bontebrug zou vertoeven. Prompt hem geappt en gestrikt voor een fragment uit zijn verhalenbundel Fijne familie⇲dat ik sowieso in mijn kop had zitten als geschikt verhaal voor een Verhalenbankje⇲ in het centrum van Silvolde. Maar ik was er nog niet aan toe gekomen hem daar voor te benaderen. Gisteren was het dan zo ver.
Coronapoëzie | 'nDrom XXI | op Sinderen | 4 juli 2020
opgenomen door Paul van Druten
Snotterbellenblues
Amböstig, hechtereg ammechteg
löp e zien gezóndheid integen.
Ok dan nog gemeten; koortsegheid.
Hie bekik de barkcodeteikens
machteg doar de snotterbellenkroon.
Daags doarnao; platgetraede bleujsels.
Amböstig, hechtereg ammechteg
löp e zien gezóndheid integen.
Ok dan nog gemeten; koortsegheid.
Barkenstof wei’jt ‘mi-j in de gaete
‘t brech mangs de neuze an ’t lopen.
Proestereg wa’k al zei; amböstig.
Amböstig, hechtereg ammechteg
loop ik mien gezóndheid integen.
Ok dan weer koortsegheid gemeten.
In geraniums en ellebaog
haal’k mi-j van alles in de kop.
Hypernöffeleg huusarts dan moar
op’ebeld. Niks anders dan een-
heu’jkoorts wier uutendelek de kroon.
De curve platter; jao geröstgesteld.
Aosembenemmend ’t vrogtiedeg
hemelen manges moar uut’estel.
Vandaag een groot deel van het nieuwe materiaal voor de Verhalenbankjes opgenomen. Een voortvarende dag, morgen ook nog een verrassing opnemen en dinsdag verder.