zaterdag 22 maart 2014

Door Achterhoekse Ogen | Flonkergood (archief)



Flonkergood, Hans Mellendijk, de Gelderlander, 1 juni 2002 

In Halle wordt vandaag de ‘Waeke van het Achterhooks en Liemers Book’ afgesloten met een kruwagenactie. Vanuit de lastdrager worden huis-aan-huis beuke verkocht. Het ‘Flonkergood’,  dat de liefhebber ontvangt bij aankoop van streekboeken ter waarde van minimaal tien klinkende euro’s, is zeer de moeite waard. Dus Hallenaren waart ow! ‘Honderd jaar gedichten uut Achterhook en Liemers.’ De verzameling bevat zestien gedichten van Krebbers tot Roes. Als toegift vijf nieuwe gedichten. De bekroonde oogst van de poëzie-schrijfwedstrijd 2001/2002. Alleen al met het gedicht ‘Flonkergood’ heeft u, uw zuurverdiende geld snel terugverdiend. Een toepasselijk poëtisch kleinood van Jo ter Linde-Duenk, geschreven in het Winterswijks dialect: “Een waterdröppel / in ne hook / van ’t blad, / ongriepbaor / as kwikzilver / in euren glans; / enkelt de zonne / krig een kans, / as flonkergood / lig ze / in / euren ivoren toren.” Het kreeg van de jury een eervolle vermelding. Kun je nagaan wat de rest voor kwaliteit heeft. Mocht u niet aan de bron van de Halsche Vloed wonen, ren dan vandaag nog naar uw lokale boekverkoper.

Ik was bij de openingsmanifistatie in zaal Veldhoen te Langerak. De inleiding over ‘Poëzie in de streektaal’ knelde in tijd en ruimte. Gijs Jolink verdwaald. Of  begreep ik het verkeerd? Nam de Rock-‘n-lol held de als causerie aangekondigde lezing, letterlijk als gekeuvel? Niet gehinderd door enige kennis van het onderwerp volgde de ene platitude na de andere. Ik werd er niet wijzer van. De dapper voorgedragen songteksten bleven net als de bedoelingen in de gebakken lucht hangen. Een typisch niet te filmen geval van jammer. Want uit eigen ervaring weet ik, dat de ‘Pluk de dag’ -teksten in hedendaags regiolect, onder begeleiding van stuwende Rock-‘n-roll, donders mooi gedijen. Wel gloorde in de voortkabbelende voordracht ergens in de verte zijn bewondering voor het dialect. De taal van opa en oma. Ook de bekentenis dat hij dát dialect niet meer sprak en dat hij eigenlijk ook niet precies wist hoe het allemaal zat, ontroerde. Fronsende wenkbrauwen bi-j de ‘fien op de korreligen’. Een generatiekloof gaapte. De zaal schrok wakker toen de lezing aan een onverwachts einde kwam met de declamatie van ‘Groninger Blues’: “Ik wier vanmorgen wakker … en ik viel weer in slaop.’’

De strabante voorzitster bedankte de inleider en nam hem moederlijk in bescherming. “Dat e vanmeddag maor good most luusteren, dan kon e daor misschien nog wat van opstekken.”

Illustreerde het relaas onbedoeld de stelling, dat de renaissance van het dialect te vergelijken is met het opflakkeren van een kaars die op het punt staat uit te gaan? Mijn weeklacht wordt in de kiem gesmoord. Gijs’ aevenolders, Duo Weijland, bewijzen het tegendeel. Met taal, stem en muziek schilderen ze schitterende beelden. In een eigenwies klinkend dialect wordt ‘n dreum te drinken gegeven. Schitterend! Zo ook de daarna volgende poëten. Een staalkaart van drie streektalen. Het weemoedige Westmünsterlands van Aloys Terbille. “Wat’n Spill! Wat’n Spill! Uit het Land van Maas en Waal een temperamentvolle Rien van den Heuvel. “Streektaal is ‘n  olde boom dee prachteg bleui-jt.” Ik ruik en voel de vette klei en de dichter laat het water stromen. Derk Jan ten Hoope sluit de rij met rondzwevende rondelen in het Needse dialect. Hij steelt de harten met zijn gedichten vol verwondering.  “Ik kanne laeven, umdat ik dreumen kan.” Een vrijdagmiddag om nooit te vergeten. De volgende keer is een avond te overwegen zodat ook de studerende jeugd en de werkende mens van al het flonkergood kan genieten. Met boekenbal na!

Overigens vandaag op de 3e Smartlappendag op Sinderen treedt om halfvier, Duo Weijland op.  Dus nog genoeg flonkergood te beleven vandaag.


vrijdag 21 maart 2014

Manges in Lechtenvoorde




Ondertussen wordt er in Lichtenvoorde door Talie Wijlens en Willem te Voortwis hard gewerkt aan de eind montage van de gefilmde poëtische lassen in het programma van Plat Gespöld. De voorstelling aanstaande zondag is uitverkocht hoorde ik Willem vertellen. Mooi resultaat!

Plat Gespöld


donderdag 20 maart 2014

Mangs in Varsseveld | Plat Gespöld

De column Streektaal van Bert Scheuter (afgelopen zaterdag in de Gelderlander)

Wat en wie vliegt waar?




BOTER, KAAS EN EIEREN | Hans Mellendijk


Luchtwegen UB 1, UZ 703 - Varsseveld

Adembenemend
wijd in de verte, voorbij Laurentiuskerk,

huiverfietsend langs beemd, de wei
bebloemd vol met rustend voorjaarszin,

condensstrepen kruisen een X
boven Westendorp. ‘t Is niet niks.

Uitgewaaierd waterdamp
in een onwaarschijnlijk licht.

Een letterpiloot boven het IJ
herinner ik, boezemde kunstzin in.

Boter-kaas-en-eieren de wet?
Wie is er godsammenan aan zet?

En onheilspellend
hoefgekletter van vier ruiters onder het zwerk.


zondag 16 maart 2014

Reizen, ondertussen in Doetinchem

Ineke ter Haar 

Hans Mellendijk

Vanmiddag werd op 'tWEB te Doetinchem de tentoonstelling Beeld en dichter op reis geopend. Helma Snélooper onder begeleiding van violist Vincent van Dam en Ankh Gussinklo droegen enkele gedichten voor. De werken zijn ook verwerkt in posters, die voor 5 Euro bij 'tWEB te koop zijn. Ik heb een gedicht afgestaan bij een werk van Ineke ter Haar.



Zie hier meer>

Zondagclip | Toots Thielemans | Bluesette


zaterdag 15 maart 2014

Door Achterhoekse Ogen | Atlas



Atlas, Hans Mellendijk, de Gelderlander 10 mei 2003

Op 4 mei bladerend door ‘Die dag in mei vergeet ik niet’, een Ooievaar Pocket uitgegeven in 1995 met de mooiste Nederlandse bevrijdingspoëzie gekozen door Hans Warren, valt mijn oog op een fragment van het gedicht ‘De bevrijding van Dalfsen’ geschreven door Victor E. van Vriesland.
“Dit was wat aan berichten wij vernamen/Door radio of van bekenden: Bij/Dinxperlo kwam op achtentwintig maart/De strijd voor bevrijding van ons land/Op Nederlandse bodem. Megchelen,/Gendringen, Voorst en Ulft hadden al dagen/Tevoren onder vuur gelegen. In de/Laatre berichten doken toen al spoedig/De namen op van Zutphen en van Lochem,/Westervoort –de geboorteplaats van Dèr Mouw -,/Hengelo, Enschede, Aalten, Haaksbergen,/Delden, Groenlo. Men naderde ’t nabije/Ommen. Als een vloedgolf zwol de emotie.”

Een gedeelte uit een langer verhalend gedicht over de laatste oorlogshandelingen in Oost Nederland, 1945. Het hele gedicht roept associaties op met de verhalen in ‘Er Op of er onder’. Een boekwerk dat een jaar na de Tweede Wereldoorlog verscheen met als ondertitel: “Hoe Achterhoek en Lijmers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd.” Een boek dat in mijn herinnering in de jaren vijftig, zestig in elke Achterhoekse boekenkast stond –behalve bij de mensen die fout waren geweest, maar tja daar kwam je niet- en waarvan de foto’s me als kind het meest intrigeerden. Spannende oorlogsverhalen, die tijdens de met sigarenrookwalm bezwangerde verjaardagvisites werden opgedist en waar ik aandachtig met rode oortjes naar luisterde, versterkten het beeld. Beangstigende afbeeldingen van kapotgeschoten gebouwen. Gebombardeerde treinen, verwoeste straten. Als ik het erfstuk nu weer inkijk valt het allemaal nogal mee. We zijn momenteel ruim een halve eeuw verder en de wereld heeft daarna talloze gruwelijker beelden geproduceerd. Een ijzingwekkende gewenning is opgetreden.

Het gedicht was me nooit eerder opgevallen. Maar op een of andere manier zuigen de reeks Achterhoekse plaatsnamen me nu het gedicht in. Ik noteer het gedicht in mijn bescheiden atlas van literaire fragmenten. Een lullige boekhouding met letterkundige verwijzingen, geordend op plaatsnaam. De oogst deze maand is groot. Zo scoorde ik ter gelegenheid van de Waeke van het Achterhookse en Liemerse Book 2003 de nieuwe gedichtenbundel van Sebastiaan Roes. “Afscheid van Grolle”. Alleen al vanwege de vormgeving een juweeltje in de boekenkast. Prachtige gedichten, voornamelijk in het Groenlose dialect geschreven en met de broodnodige ironie geïllustreerd. Tekenend is een detail uit een schilderij van Hieronymus Bosch dat de afdeling ‘Grolse kwaolen’ begeleidt. Een schedeloperatie ter genezing van de vallende ziekte. De heelmeester zien we op het achterplat terug als zelfportret van de poëet. Ook in deze bundel is de oorlog aanwezig. Onder ander in een cyclus van vijf gedichten, indrukwekkend in hun eenvoud, wordt het onvermijdelijke verwoord. ‘Van Juichende stemmen. Kammeraodschap en jongen aovermood’ op weg naar het front tot een naam op ‘t oorlogsmonument. Aangevuld met een indringende foto van gewonde Amerikaanse soldaten, wachtend op transport op de stranden van Normandië, en een meelijwekkende afbeelding van een huilende veertien jarige Duitse soldaat, krijgsgevangen gemaakt bij diezelfde slag.

Een ander boek zeer de moeite waard en ook briljant qua grafische vormgeving is ‘Wachten op een brief’. Een historische roman geschreven door Martine Letterie. Een uitgave van de Stichting voor Kunst en Cultuur Gelderland, verschenen in de serie Gelderse Cahiers. De jeugdroman speelt zich grotendeels af in het Doetinchem van 1926. Alwaar de zestienjarige Mathilde uit Antwerpen na een hopeloze liefdesaffaire door haar ouders samen met haar tante Jeanne naar toe wordt gestuurd. Om haar op andere gedachten te brengen. In Doetinchem kan ze een opleiding volgen en haar grote liefde Marcel vergeten. Jeanne heeft romantische herinneringen aan Doetinchem vanwege haar gedwongen verblijf in de Grote Oorlog. De Eerste Wereldoorlog toen een miljoen Belgische vluchtelingen naar ons land gekomen zijn. De ontwikkelingsroman rolt zich af in en rondom het voormalige tramhotel Zutphen-Emmerik. Toen nog het knooppunt van openbaar vervoer in de Achterhoek. Ik smul van de beschrijvingen. Waarbij natuurlijk wel meespeelt dat ik in hetzelfde gebouw jaren gewerkt heb. Ook het lief en leed gedeeld heb. Nu is het afgebroken en heeft het plaats gemaakt voor het ‘aquarium’ van de Gruitpoort. Ook voor volwassenen die houden van een snufje nekhaartjesromantiek en af en toe een traan, een aanrader.


Eindelijk heeft Doetinchem dan nu ook een kloeke verwijzing in mijn atlas. Wat dat aangaat behaalt Winterswijk vooral dankzij Komrij, maar ook Krosenbrink een hogere score. Okay de dichter Dèr Mouw woonde in Doetinchem maar schreef pas zijn indrukwekkende oeuvre van vijfhonderd bladzijden sprankelende poëzie toen hij het provinciestadje na een conflict ontvluchtte.

vrijdag 14 maart 2014