dinsdag 9 april 2013

Enghuizen herbezocht



Gebke Westra & Dries Olthof - De Zwerm

De wind en het licht moeten het doen bij deze objecten van Gebke Westra en Dries Olthof die geïnspireerd zijn op de spreeuwenvluchten. Spannend werk. Zie ook Spräönevlòg> op Pinterest>

Onderweg naar 'nDrom Veertien



Langzaam begint het programma van 'nDrom Veertien ook vorm te krijgen. Op 6 juli zullen in ieder geval Maarten Buser (winnaar Aan het Woord, regio Achterhoek), folk-groep Carghan, dichter Pim te Bokkel, muziektheater Firma Irma, Damestrio Miss B-have en Almost Under, iets gaan doen. Waar, wat en wanneer in de route blijft een verrassing. Ook de Sirenenlaan zal weer bevolkt worden. Tot zover de ontwikkelingen. O ja, geruchten dat zij ook iets zouden doen worden hiermee> ontzenuwd.

maandag 8 april 2013

Denktanks | Hoogovens


Voorlopig werk genoeg bij CORUS>     
zie ook hier>

Jacques Brel 84

J'arrive

Hoe vliegt de tijd?





Bij het opschonen van het archief kwam ik deze gescande dia's tegen. Ontwerpen voor het 13e Erbarmen Festival (georganiseerd door Stichting Eeuwig Erbaremn [SEE]). En mijn dichtersdebuut op het SEE-shirt. Met weinig middelen organisseerden we daar (nog steeds maar dan in de vorm van 'nDrom en elders) een afwisselend festival op de eerste zaterdag van juli in muziekkoepel de Bettekamp te Varsseveld. Ik debuteerde onder schuilnaam van Anny Basterholt met Overtoomseveld, 30 april 1993 - Hans Mellendijk>

Ondertussen in Silvolde | Spräönevlòg


zondag 7 april 2013

Voorjaarsschoonmaak | Floribos


En uiteindelijk verdwijnen ook de nieuwste opslagsystemen in het oudste; de schoenendoos.

Zondagclip | Apache | The Shadows


Dankzij het citaat-refrein op Bowie's The Next Day in het nummer How Does The Grass Grow? hoor ik al weken niets anders in mijn oren. Zie ook Who sampled?
The second disc.

zaterdag 6 april 2013

Op naar Groningen!


Aangenaam verrast opende ik vanmorgen de e-mail van Dichters in de Prinsentuin, met de mededeling dat  de organisatie uit de 118 aanmeldingen een persoonlijke keuze gemaakt heeft, waarbij werd gestreefd naar variatie in vorm en inhoud. Het doet haar veel plezier mij te kunnen vertellen dat ik bij de deelnemers van dit jaar hoor. Ik sta in de Loofgang dit jaar. Hipperdepiep Hoera!

Uit de oude doos | Mottekoezen®


Mottekoezen®

Het was Peter Weenink’s wens om ooit eens golf te spelen op een echte golfbaan. Toen hij dan ook een keer, eind vorige eeuw, na het kaasmaken, want over hem hebben we het, de boer van de kaasmakerij uit Lievelde, de stoute schoenen aantrok en zich aanmeldde bij de dichtstbijzijnde golfgelegenheid ‘de Voortwis’ te Winterswijk was zijn teleurstelling groot dat, dat niet zo maar ging. 

Uit pure frustratie vond hij toen, het boerengolf uit. De benodigde grond was het probleem niet, want met een eigen boerderij immers weiland genoeg. Alleen met kleine golfballetjes tussen de koeien lopen, gaf problemen. Dat betekent de hele dag zoeken. Hij vond de oplossing in een grotere bal. Een hole was ook snel gemaakt, melkemmer in de grond en een vlag erbij. Het is een variatie op het reguliere golfspel waarbij een parcours met een aantal holes in zo min mogelijk slagen moet worden afgelegd. Inmiddels zes jaar later is Boerengolf®, de snelst groeiende buitensport van Nederland. Sinds die tijd is het spel verder geperfectioneerd, de ballen zijn verbeterd, de regels duidelijker, maar een ding is het zelfde gebleven de club, nog steeds een massief houten klompje aan een stok. 

Jammer! Dat klompje maakt het zo oubollig. Bij buurman ‘Erve Kots’ heet het zelfs klompengolf. Maar daar heerst dan ook de klompengekte. Men eet er zijn eten zelfs uit een klomp. Een zittend gat bedecht zich wat. Na de begin negentienhonderd uitgevonden klompendans -in de Achterhoek werden de werkklompen tot dan toe juist voor zondagse schoenen ingeruild bij het wagen van een dansje- is nu dus klompengolf en het eten uit de klomp geïntroduceerd. Schijnt een oud Lieveldse gewoonte te zijn. Onzin! Boereninnovatie op zijn slechtst. Maar dit terzijde.

En dat terwijl we bij boerengolf te maken hebben met een van oorsprong Saksisch spel. Wat wil het geval? Bladerend in het erfgoed, op zoek naar de historie van de Hessenwegen, vielen mijn ogen op iets wat ik niet zocht. Een studie van de Zelhemse schrijver G.J. Klokman (1864-1943) getiteld: ‘Oude Saksische spelen’. Nieuwsgierig lees ik verder. Klokman stelt dat de Saks in ’t algemeen en bij voorkeur bosrijke zand-en grindgronden bewoonde. Een kei en een stok waren dan ook de aangewezen voorwerpen voor de eerste spelen. De Saksen waren druk, op schrale grond, met de zorgen voor het dagelijkse brood, waardoor het spel in tegenstelling tot de Engelsen, zich niet cultiveerde. Toen in de vijfde eeuw Angelen en Saksen naar Engeland trokken, op de vlucht voor Attila de Hun, kwamen ze op vruchtbare grond terecht. De welvaart steeg, zo ook de tijd voor ontspanning. De Saksische spelen ontwikkelde zich tot de huidige Engelse sport. In het artikel schets hij de familietrekken die nog te vinden zijn in de spelvormen ‘sikken en mottekoezen’. Bij het Mottekoezen genoemd naar het drijven van het zware moedervarken met een dikke stok, een koeze. Als motte fungeerde een ronde kei en verder werd een stevige rechte boomtak, aan het dikke ondereinde enigszins krom gegroeid, van ruim een meter lang, evenredig aan de lengte van de speler gebruikt. De kei moest naar een kuiltje worden geschoven. Hockey en golf zijn de elegante nakomelingen van de oude Saksische spelen betoogt Klokman. Helaas, dan vervolgt de schrijver met het sikken. Een spel met wortels in de oertijd. De sik wordt aangevallen door rovers en wordt door de herder beschermd. De kudde wordt voorgesteld door een uit een boomtak, gesneden driepoot ter hoogte van ongeveer 50 cm. Voor deze sik plaats zich de herder met een stok gewapend, terwijl de aanvallers op ongeveer 15 m. afstand op één lijn geplaatst om de beurt met een stok werpen om de dier te treffen. Enfin, u raadt het al, Klokman weet met een stelligheid van heb ik jou daar te verklaren dat hieruit het cricket is ontstaan.

Als ik nu het verhaal over de Angelen en Saksen nog eens overlees schud ik lachend m’n hoofd. Heeft Klokman hier satire bedreven? Als ik ergens anders lees dat aan zijn meningen en inzichten niet mocht worden getornd, weet ik dat dit niet het geval kan zijn. Nee, hier is sprake van op hol geslagen wensdenken. Hoogstens dat we een aardige oplossing hebben gevonden voor de clubs bij het boerengolf en een betere naam. Mottekoezen klinkt als een Olympische sport. Registreren die handel!

Hans Mellendijk, de Gelderlander 21 mei 2005