zaterdag 18 januari 2020

Sandra van Riet | keramiek

Sandra van Riet 


Sandra van Riet | keramiek 13 januari – 28 februari 2020 | BREEKijzer | Giethal CIVON

over vorm en functie, schoonheid en ambacht, kennis en beschaving en ...

Sandra vindt vooral de simpele vorm interessant: “Vormen zonder overbodige toevoegingen, die zich lenen voor een functie: een schaal voor het eten, een beker om uit te drinken. Een pot met oor beschermt de hand van de gebruiker tegen de hitte van de hete thee. De deksel houdt de warmte in de pot. Af en toe krabt iemand zijn verhaal erin. Een versiering met betekenis.”
De simpele vorm die al eeuwen oud is en onverbeterbaar, waar geen trend of mode grip op heeft.
Sandra vervolgt: “Degene die ware schoonheid herkent wil niet meer in zijn leven dan de eenvoud die de menselijke maat bepaalt en die een moment van innerlijke rust schenkt.”
Schoonheid, eenvoud en functionaliteit zijn universeel en overal ter wereld te vinden waar het traditionele ambacht gekoesterd wordt.
Het vormgeven is niet alleen het draaien of monteren van een werkstuk. Het is een samensmelting van het vormgegeven klei-lichaam, het glazuur en het vuur. Zoals de pot zelfs uit aarde, water en vuur is gemaakt, zo is het ook met het glazuur: steen, aarde, metalen en assen van (ooit) levende organismen.
Deels baseren haar recepturen op oude tradities, deels ontwikkelt ze oppervlaktes die het object tastzinnig en optisch gezien, vervreemden: eenvoud en imperfectie. En dan het vuur waaraan ze uiteindelijk, zoals alle pottenbakkers ooit, haar schepsels moet overlaten. Tussen de 1240 en de 1280°C maakt de vlam het binnen 30 uur af. Na de lange stook en afkoelingsperiode gaat eindelijk de oven open. Ambacht is onbetaalbaar.
Sandra stelt: “Alles wat kennis, toewijding en tijd vraagt om door handwerk te kunnen ontstaan geeft ons echte waarde. Het doorgeven van eeuwenoude ambachten en eveneens het willen verzamelen van kunde en ervaring vind ik een heilige taak. Alleen hierdoor waarborgen wij diepgaande ontwikkeling, ideeën en een waardig voortbestaan. De mens wint daardoor zelfvertrouwen en zekerheid en wint en wordt een onmisbaar onderdeel van een hoogontwikkelde samenleving. Kennisuitwisseling en interesse in beschaving brengen alle mensen dichter bij elkaar.”

Sinds 2006 is Sandra met het keramische handwerk bezig. Na Communicatie- en mediawetenschap volgde ze een studie Interieurontwerp en uiteindelijk viel bij haar de focus op de niet weg te denken details in een interieur: de keramiek.

Hierbij hebben Rob Muylaert en Bep van Eijndhoven een cruciale rol gespeeld. Door hen werd zij aan de schijf en aan het eten gezet, gebombardeerd met kennis, weetjes en kneepjes van het vak. Zij namen haar mee naar de markten, workshops, bijeenkomsten en maakten haar bekend met collega’s. De weg was bereid. Er volgde een ambachtelijke opleiding tot pottenbakker. In 2016 heeft ze haar eigen werkplaats opgezet, www.sandravanriet.nl

De expositie toont werkstukken vanaf 2016 tot het heden.

vrijdag 17 januari 2020

Ondertussen in Vroomshoop


Dwalend door de webstee van Hans Ebeling Koning⇲ kwam ik deze twee werken tegen en ik zag meteen waar het was. Ik herkende het van een studiereis die ik met Louis Radstaak maakte naar Vroomshoop. De plek waar ooit Café Radstaak heeft gestaan. 





In goed Nederlands | welness

de Volkskrant  | 16 januari 2020




Tsja. Het woord welzijn is helaas al vergeven aan een ander maatschappelijk begrip, dus dat heb ik maar niet voorgesteld. Al mijn aangedragen alternatieven worden genoemd maar door een deel van de jury te tuttig gevonden en door het andere deel toch weer niet. Het winnende 'verwennerij' geldt niet specifiek voor de beoogde branche (het kuuroord en de afdeling weldadige smeersels bij de drogist) maar ook voor bijvoorbeeld smulpaleizen zoals daar zijn: de broodjeszaak, de bakker, de lunchroom, cafétaria of konditorei. Dan gebruik ik toch liever het nieuwe nederwoord: Jan Vissers' welheid.

Zie volledige verantwoording hier⇲

woensdag 15 januari 2020

Cijfers | 888


Met het zien van de schoonheid compenseert u het kwaad

Alvorens de oorkonde van Dank te overhandigen sprak Paul van der Lee de volgende inspirerende woorden uit: 

"Beste Eeuwig Erbarmelijke wandelaars; bravo!

Want u hebt reeds menig kilometer door woeste gronden in de benen. En wilt u ooit nog uit deze rimboe rond de Heidenhoekse Vloed wederkeren tot eigen huis en haard, dan hebt u nog een lange weg te gaan. In deze welverdiende pauze wilt u vast het hoofd houden bij het likken uwer blaren. En dus zit u niet per se te wachten op cultureel geleuter over het landschap dat u vandaag doorkruist. Maar dat is toevallig wel waarvoor uw overmoedige organisatie mij gevraagd heeft. En vanuit pathologische zendingsdrift heb ik nog ja gezegd ook. Maar het moest kort en pijnloos zijn. Dus, ziet u: nog geen twee kantjes. Ik lees het voor om niet uit te lopen en toch even precies mijn ding te zeggen. Zie de website⇲ van Plan Radix voor verdere, ik mag wel zeggen oeverloze uitweidingen over dit prachtgebied.

Dus om precies te zijn:
Ik ben Paul van der Lee, zelfbenoemd en onbezoldigd projectleider van Plan Radix, dat al tien jaar kunstzinnig landschapsonderzoek doet langs de Heidenhoekse Vloed. En nu ben ik dus even uit de struiken gekropen om kort te duiden waar u nu eigenlijk bent. Daartoe heb ik ook een kaartje voor u gemaakt, waarop dit is samengevat. We lopen na wat daarop te zien is.

Als zelfbeheersing een deugd van mij was, had ik kunnen volstaan met het eerste woord: Dank! Dank u wel, hártelijk dank! Want uw komst naar dit gebied vandaag is van bijzonder belang.

In uw grote groep waande u zich onderweg ongetwijfeld veilig. U blikte niet schichtig rond of misschien iets gluiperigs u wilde bespringen en verslinden. U liep onbekommerd langs de watergangen, omdat het niet in u opkwam dat u daarin ten onder zou kunnen gaan.
De aangeharkte postzegel die Nederland heet, boezemt de passant immers weinig angst meer in.

Maar vergis u niet, u bent niet zomaar ergens. U bent in het rijk van de Boelekeerl – en de Boelekeerl staat voor het Kwaad. Hij is de broer van Boeman en Bullebak en woont in het water, wachtend om achteloze voorbijgangers al verzuipend op te vreten. Niet per se een gunstig lot. De oude mensen hier in de buurt kregen dan ook naast een christelijke opvoeding in hun jeugd nog ingepeperd dat de moerassen en bossen hier vol van duivelse dreiging zitten. En dat er nu overal wandelroutes zijn uitgezet, en u met velen bent, wil zeker niet zeggen dat de natuur zijn onbeschaamde streken verloren heeft.

Dus dat u hier veilig bent aangeland mag een wonder heten. De Boelekeerl heeft u gespaard. Hij heeft erbarmen getoond, maar het zijne duurt zeker niet zo eeuwig als het uwe.
En u moet nog terug… Als u straks weer naar buiten gaat, luistert u dan of u uit de watergangen een zacht huilen hoort, of ergens wat geknars van tanden. Want de natuur
is haar ongeremde verleden niet vergeten en ontrukt de mens nog altijd zonder enige scrupules aan diens gewaande veiligheid. En diep van binnen weten we dat ook. Wij weten – u weet het, ik weet het – dat de natuur onmatig is, zowel in haar schoonheid als in haar razernij.

Vandaar mijn dank voor uw komst. Want razernij behoeft balans. En uw wandelen hier langs het Boelekeerlspad, is precies dat: een balansdaad. 

Ziektes, rampen, in ultimo de dood, het zijn figuren der natuur.
Maar ook de schoonheid van een openbrekende lucht, het licht dat kleurt in het water, de tere maar taaie sierlijkheid van het riet, het schichtige dier – zij komen van dezelfde bron.
En ú bent hier juist voor die schoonheid. U komt om te genieten. U bent gekomen met tientallen open ogen voor de pracht die ons hier omgeeft.

Daarmee trekt uw Eeuwig Erbarmen door de streek zoals het in lied 164*  – uw aller lijflied neem ik aan – wordt bejubeld:

Dit is het eeuwige erbarmen,
dat al ons denken overtreft:
die in zijn open armen
de ongeremde natuur aan zijn hart verheft.

Dat uw verheffende harten vandaag balans brengen in de natuur van de Boelekeerl - die op de loer ligt om zich aan ons te vergrijpen – dat komt door uw oog voor de schoonheid der natuur, die zij evenzeer met ons deelt. Dit zou men uw esthetische blik kunnen noemen.

Ik heb mij gepermitteerd op het kaartje, onder de tekst bovenaan, het Radix-symbool voor de viervoudige blik te zetten. Het is een beetje vaag grijs, maar als u goed kijkt ziet u vier ogen vervat in vier oneindigheidstekens. Want de ware wandelaar loopt zo weinig mogelijk rond. Hij staat stil en kijkt viervoudig om zich heen.

Met een geschiedkundige blik gericht op de wording van het landschap.
Met een wetenschappelijke blik gericht op haar bewijsbare onderdelen.
Met een mythische blik gericht op het wonderbaarlijke van de natuur, en
met een esthetische blik op de schoonheid der schepping.

Plan Radix probeert die vier wijzen van kijken te verenigen. Eet u daarom nu vooral heel flink want ik wens u voor de tweede etappe niet één, niet twee, niet drie, maar alle vier die ogen om de kost te geven!

Plus geef ik u op het kaartje een hyperkort calendarium. Met, al zeg ik het zelf, een speelse verwijzing naar het getal van het Beest - dat ook het getal van de Boelekeerl is - niet met drie zessen, maar met drie achten (staande tekenen van oneindigheid), ziet u de komst van de mens in dit gebied. Drie historische symbolen van de wording van dit landschap.

Het eerste teken is de oudste vondst: 8000 jaar oud - een bijl. U komt straks nog langs de vindplaats. Het tweede teken is de eerste naam - Zelhem – geschreven in het jaar 801.
Het derde teken is het dijkenstelsel waarover u hier kon komen, Napoleons werk in uitvoering sinds 1800.

U loopt vandaag dus door de eeuwen heen. Een tijdreis met Nieuwjaar. Dat mag nog eens een  goed bestede, prachtige dag heten!

Graag wil ik ter herinnering aan uw bijzondere prestatie, aan de beide routeplanners - als pars pro toto van u allen - een oorkonde van verbondenheid aanbieden. Van verbondenheid tussen Plan Radix en Eeuwig Erbarmen. En daarmee van de loerende lust van de Boelekeerl met de opgewekte wandeldrift van uw Eeuwig Erbarmen!"

 (Henri Wijnroks en Erwin Eijkelkamp naar voren)


* i.c. van de Vergadering der Gelovigen


Pikethandeling 27 in de collectie van Plan RADIX⇲

dinsdag 14 januari 2020

Ondertussen in Hummelo

Jan Opdam presenteert de poëzieleesplek

Vorige week dinsdagavond werden de plannen gepresenteerd voor de 21ste editie van de Kunstwandelroute en de Enghuizer dialogen XI. Een geanimeerde avond met mooie gesprekken over kunst, cultuur en natuur. 

Het ziet ernaar uit dat tussen Pasen en Pinksteren op landgoed Enghuizen te Hummelo wederom een bijzondere exhibitie -zo u wilt- vertoning wordt neergezet.

maandag 13 januari 2020

Middewinterstappen 2019 herbezocht


Bestuurslid Theo Peppelman van Stichting Eeuwig Erbarmen (SEE) stuurde inmiddels de groepsfoto die gemaakt werd na de middagpauze bij Boldiek⇲. Tijdens de lunch aldaar had net daarvoor Paul van der Lee (zelfbenoemd en onbezoldigd projectleider van Plan RADIX⇲ ) een oorkonde van DANK overhandigd aan SEE. 

Deze gebeurtenis is inmiddels opgenomen als Pikethandeling 27 in de collectie van Plan RADIX⇲

Boldiek | overhandiging oorkonde van DANK | 30-12-2019

zondag 12 januari 2020

Zondagclips | Masters of War

Ed Sheeran | Masters Of War [acoustic cover]

How To Play Masters Of War (part one)

Bob Dylan | live recording | 8 februari 1963 

zaterdag 11 januari 2020

Ondertussen in Zutphen in Dat Bolwerck bij Kopwit


Poëziehoofdkwartier in Dat Bolwerck

Dichtersgroep Kopwit vestigt haar hoofdkwartier op woensdag 29 januari, tijdens de landelijke Gedichtenweek, met een poëzieavond in Dat Bolwerck, Zaadmarkt 112 te Zutphen. 

Hoofdkwartier: dat is ook de titel van de bundel waarmee Sabine Kars>, die sinds haar komst naar de stad in 2016 almaar zichtbaarder wordt, omstreeks de jaarwisseling debuteerde, en waaruit zij als een waarachtige hoofdvrouw voorlezen zal! 

De hoofden bijeen staken ondertussen vier dichters: los van elkander waren zij in de voorbije jaren in Zutphen te horen, maar nu begroet de hoofdstad van het historische graafschap Hans Mellendijk, Bert Scheuter, Eva Schuurman en Helma Snelooper in hun hoedanigheid van officiële Dichters des Achterhoeks… 

De muzikale opluistering is uit het eveneens Nedersaksische Deventer afkomstig, waar Mark Kornet en zijn accordéon thuis zijn: graag terugkerende, geziene gasten!

Presentator Pieter Bas Kempe biedt dit alles met zwier het hoofd en verwelkomt iedereen graag aan de kassa bij Dat Bolwerck op voornoemde avond. 

Aanvang 20 uur, de toegangsprijs bedraagt 3 euro: lees ook www.datbolwerck.nl en www.kopwitzutphen.nl


Fotografie: © Louis Radstaak | Mark Kornet | 15-05-2019 | Zutphen

vrijdag 10 januari 2020

10 januari 1934



Bezoeker Gertjan Tuenter draagt op het festival HoetchieKoe van 2018 een fragment voor uit het hekeldicht Aan Van der Lubbe van Willem Elsschot⇲ in 1934 geschreven n.a.v. de onthoofding van Marinus van der Lubbe⇲ op 10 januari 1934. Jongen, met je wankel hoofd aan den beul vooruit beloofd, toen je daar je lot verbeidde stond ik wenend aan je zijde. De operette duurde lang: van het wraakhof naar ’t gevang, van ’t gevang weer naar het hof in de boeien van den mof. Veertig haarden dorst je ontsteken, duizend haarden zou men wreken, maar je beulen stonden paf toen je zweeg tot in je graf. Dokters, rechters, procureuren, allen zijn je komen keuren, allen vonden je perfect, en toen heeft men je genekt. ’t Had de Koningin behaagd dat je gratie werd gevraagd, maar voor zulk een viezen jongen wordt meestal niet aangedrongen. Lang heeft men geprakkezeerd wat een mens het meest onteert, hangen, branden, vierendelen of gewoon als varken kelen. Toen heeft men het mes gekozen om je toch eens te doen blozen, want zo’n gala met wat bloed doet een hakenkruizer goed. Jongenlief, zoals je ziet. Leiden krijgt je resten niet Hitler laat zich niets ontrukken want hij houdt van die twee stukken. Holland vraagt nu onverdroten of je niets werd ingespoten, maar die vuige, laffe moord vindt het minder ongehoord. Laat het stikken in zijn centen, in zijn kaas en in zijn krenten, in zijn helden, als daar zijn: Tromp, De Ruyter en Piet Hein. Moog je geest in Leipzig spoken tot die gruwel wordt gewroken, tot je beulen, groot en klein, door den Rus vernietigd zijn.


zie ook hier op 'sMelssleMs'⇲

donderdag 9 januari 2020

Kurt Tucholsky | 130




De Mens
(Uit: Die Weltbühne 24, 16-6-1931 onder het pseudoniem Kaspar Hauser)

De mens heeft twee benen en twee overtuigingen: een voor als het goed en een voor als het slecht met hem gaat. De laatste heet religie.

De mens is een gewerveld dier en heeft een onsterfelijke ziel en, om hem niet overmoedig te maken, ook een vaderland.

De mens wordt op een natuurlijke manier gemaakt, maar hij vindt dat onnatuurlijk en praat daar niet graag over. Hij wordt gemaakt, maar hem wordt niet gevraagd of hij wel gemaakt wil worden.

De mens is een nuttig wezen, want door te sneuvelen op het slagveld zorgt hij ervoor dat de olieprijs stijgt en door als mijnwerker de dood te vinden dat de winst van de mijnbazen toeneemt en cultuur, kunst en wetenschap bevorderd wordt. Naast de voortplantingsdrift en het instinct om te eten en te drinken, heeft de mens twee hartstochten: herrie schoppen en niet luisteren. Je zou de mens eigenlijk kunnen definiëren als een wezen dat nooit luistert. Als hij verstandig is, doet hij daar goed aan, want iets zinnigs krijgt hij toch maar zelden te horen. Mensen horen heel graag beloften, vleiende en waarderende woorden en complimenten. Bij het vlijen is het raadzaam het er altijd meer dan driedubbeldik, dan je voor mogelijk houdt, bovenop te leggen. De mens gunt zijn soort niets, daarom heeft hij wetten uitgevonden. Hij mag niets, dus mogen de anderen ook niets.

Wil je iemand kunnen vertrouwen, dan doe je er goed aan boven op hem te gaan zitten; dan ben je er tenminste zeker van dat hij niet wegloopt, althans voor zolang het duurt. Sommigen vertrouwen op het karakter.

De mens valt in twee delen uiteen: een mannelijk deel, dat niet denken wil en een vrouwelijk deel dat niet denken kan. Beiden hebben zogenaamde gevoelens: de beste manier om die op te roepen, is door bepaalde zenuwbanen van het organisme te prikkelen. In dat soort gevallen scheiden sommige mensen lyrische poëzie af.

De mens is een planten- en vleesetend wezen; op noordpoolexpedities vreet hij hier en daar ook exemplaren van zijn eigen soort op, maar dat wordt door het fascisme weer goedgemaakt.

De mens is een politiek wezen, dat het liefst samengeklonterd zijn leven doorbrengt. Elke klont haat de andere klonten, omdat ze de andere zijn en haat zijn eigen klonten, omdat ze eigen zijn. Die laatste haat wordt vaderlandsliefde genoemd. Ieder mens heeft een lever, een milt, een stel longen en een vlag; samen zijn die vier organen van levensbelang. Er zijn vast mensen zonder lever, zonder milt en met één long, maar mensen zonder vlag bestaan niet.
Graag pept de mens zijn armzalige voortplantingsgedoe wat op en daarvoor heeft hij allerlei manieren: het stierengevecht, de misdaad en de rechtspraak. Eendrachtige mensen zijn er niet. Er zijn alleen mensen die heersen en mensen die overheerst worden. Maar toch heeft nog nooit iemand zichzelf beheerst, omdat de zich verzettende slaaf altijd machtiger is dan de heerszuchtige meester. De mens doet onder voor zichzelf.

Als de mens voelt dat hij geen kant meer op kan, wordt hij vroom en wijs; hij ziet dan af van de zure druiven der wereld. Dat wordt inkeer genoemd. De verschillende leeftijdsgroepen beschouwen elkaar als verschillende rassen: oude mensen zijn gewoonlijk vergeten dat ze jong geweest zijn, of ze vergeten dat ze oud zijn en jonge mensen begrijpen niet dat ze oud kunnen worden.

De mens wil niet graag doodgaan, omdat hij niet weet wat daarna komt. Denkt hij het wel te weten, dat wil hij het ook niet graag, want als hij oud is wil hij nog een tijdje mee. Een tijdje betekent hier, eeuwig.

Voor de rest is de mens een organisme, dat klopt, slechte muziek maakt en zijn hond laat blaffen. Af en toe is hij ook rustgevend, maar dan is hij dood.

Naast mensen zijn er ook nog Saksen en Amerikanen, maar die hebben we nog niet gehad, want dierkunde krijgen we pas in de volgende klas.

* * *


woensdag 8 januari 2020

Beeldreligie

Peter Lohr | 1963


[op zoek naar andere informatie ten behoeve van onderzoek voor een nieuw werk voor de 21ste editie van Kunstwandelroute Hummelo⇲ kwam ik bovenstaande registratie tegen]

Ophef | Op 4 januari 1964 zorgde een uitzending van “Zo is het…” voor grote ophef. Aanleiding was een sketch van de dertigjarige rechtenstudent Peter Lohr, getiteld Beeldreligie. In dit fragment, gebaseerd op een Engelse versie waarin het commerciële Hilton-concern op de hak werd genomen, werd de ogenschijnlijke verering van de televisie op satirische wijze aan de orde gesteld. De manier waarop dat gebeurde stuitte miljoenen televisiekijkers tegen de borst. Flohr sprak een soort gebed uit en richtte zich daarbij tot de televisie, als ware dit de nieuwe God. Het gebed was overduidelijk gebaseerd op het christelijke Onze Vader. Na een algemene uiteenzetting over de nieuwe religie boog Flohr het hoofd en bad:


“Geef ons heden ons dagelijks programma.

Wees met ons, oh Beeld.

Want wij weten niet wat wij zonder U zouden moeten doen.”

dinsdag 7 januari 2020

Woody about Trump





Woody’s landlord was none other than Fred Trump, father of Donald J. Trump, and the subject matter could have been pulled directly from the campaign of 2016.

Now, in partnership with the Guthrie archives and the Guthrie family, Woody’s words have been put to music by California rock band U.S. Elevator; fronted by Johnny Irion who is married to Sarah Lee Guthrie, Woody’s granddaughter.