Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht palace flophouse. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht palace flophouse. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 11 september 2024

Eerdaags in Bontebrug | Monumentendag




Bontebrug is vernoemd naar het geboortedorp van de band, een kleine buitenpost in de Achterhoek dicht bij de Duitse grens. Jarenlang reikte de roem van Palace Flophouse, verworven tijdens het spelen van Anglo-Amerikaanse muziek in bescheiden bars, niet verder dan deze regio die ook landelijke rockhelden Normaal voortbracht. Totdat plotseling de band met twee broers en een zus Hegman bij een opnamesessie kwamen met een zeer eclectische mix van trad en origineel, akoestisch en elektrisch, vocaal en instrumentaal materiaal waarbij Funguszanger Fred Piek als consultant optrad.

Zangeres Eline Harbers verliet de band voordat het album werd uitgebracht. Een tweede LP, getiteld Eigen Weg, duurde tot 1983 en werd duidelijk beïnvloed door de hedendaagse new wave. Dit album is opgenomen in de eigen Silvox-studio's van de band die de ondergang van Palace Flophouse hebben overleefd en nog steeds in bedrijf is.

I do not own the rights to this music. Ripped from the original record. More: https://www.discogs.com/release/20549...
MIENEKE Mieneke, Mieneke, da’s een durske Dat ik gèrne had verleid. Ze’v bovendien een goed vol beurske, Oh, wat is het een lekkere meid. Jopper de snijer wou d’r vrijen, Maar ik had het allang gezien. Jopper heeft magere kromme dijen, Als een ouwe naaimasjien. Geen oog blijft droog, Geen koon blijft schoon, Geen lip kijkt sip bij het zien van Mien. Toen kwam Bult die rijke stinker Met zenen tandelooze bek En zenen kop gelijk een klinker; Mieneke zette hem rap voor gek. Na dieën Bult kwam er weer een ander: Het was Juust, een dikke boer, Maar die Mien is een sallemander, Sprong met hem om als varkensvoer. Geen oog blijft droog, Geen koon blijft schoon, Geen kip lijkt sip bij het zien van Mien. En op een nacht greep ik mijn kansje, Kwam met een leêr vlak voor d’r raam, Smeekte haar om een ronde dansje; Ze gaf me een zwiep en ik viel drie vaâm. Ruggelings smakte ik in de put. Stinken deed het daar voor tien; Tot mijn nek in de vuile prut Doofde mijn liefdevuur voor Mien. Mijn gat was nat, Mijn nek vol drek, mijn pak vol kak, Door het zien van Mien. (tekst LP)

zaterdag 26 april 2014

Door Achterhoekse Ogen | Draai


Draai | Hans Mellendijk, de Gelderlander, 8 mei 2004 

Genietend van ‘t niet voorspelde oranjezonnetje, maar niet van de in mijn hand geduwde borrel. Ik ‘sloek’ meer vanwege de traditie dan omdat ik het zo lekker vind, het bittere oranje bocht door m’n keelgat. Het als ‘pleebekgebeuren’ aangekondigde kinderfestijn kan me ook al niet bekoren. Geen feest van herkenning, en het geluid verwaait en is slecht te horen. De door een bloemist versierde podiumwagen veroorzaakt bij mij vanwege anachronisme een glimlach. 

De avond ervoor had me de Varsseveldse Koninginnenacht ook al niet echt geboeid. Menig ‘aevenolder’ van mij keek elkaar vertwijfeld aan. In welke kakofonie waren we nu dan toch weer terechtgekomen? Op het tot dan toe gezellige en rustig keuvelende Kerkplein brak een pandemonium los van vette Vlaamse rock uit het ene café dat zich maar niet liet mengen met Jordaanese draaiorgel gezelligheid en andere Hazes ongein uit het andere dranklokaal. Ik besloot de avond, de avond te laten en verliet het strijdtoneel.
Zou dan dit het moment zijn dat ’t stamcafé, je stamcafé niet meer is? Dat heimelijk een ander jonger publiek de boel heeft over genomen? Ongemerkt een andere sfeer is ontstaan, de jaren tellen gaan?

Ik besluit het genieten te verplaatsen naar m’n achtertuin. Eenmaal lui gezeten gaan m’n gedachten naar het Silvoldse Pakhuus. Twee weken geleden was het gevoel daar, anders. Onder de funkende symfonische klanken van Epic Forest kocht ik daar de derde uitgave van het Poparchief Achterhoek Liemers. ‘Popmuziek in Dinxperlo, Gendringen en Wisch’. Nadat de werkgroep van het Staring Instituut het licht had laten schijnen over Doetinchem waren nu deze gemeenten aan de beurt met een greep uit vijftig jaar pophistorie. Het is weer een buitengewoon mooi boek geworden. Met prachtige verhalen en ontroerende foto’s. Om puur nostalgisch zwelgen haal ik het boek van de plank en blader het nog eens door. Af en toe wat op pikkend. Over hoe in Ulft kapelaan Steerneman aan de wieg heeft gestaan van jongerensociëteit ’t Hemeltje. Het brengt bij mij herinneringen naar boven aan mij roomse leerjaren (twee jaar katholieke middelbare technische school). Aan een andere kapelaan die bij het vak levensbeschouwing en maatschappijleer de lp Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band nummer na nummer analyseerde en er niet voor terugdeinsde het werk van Frank Zappa uitvoerig te bespreken. Het sterkte mij toen in mijn muzikale smaak, die bij mijn medeleerlingen beduidend anders lag.

Fraaie schets van de Dinxperlose jeugdcultuur in de zestiger jaren door de ex-zakelijk leider van Introdans. Het ontbreken van een popscene in de late jaren vijftig was er weer debet aan dat Hans Keuper zijn muzikale opvoeding bij Psalm 150 genoot. In een uitgebreid interview komen de onbekende jaren van Keuper tot leven. De tijd voordat hij doorbrak als troubadour en als zanger, tekstschrijver en trekzakpiloot bij Boh Foi Toch.
Interessant is het om te lezen hoe in de jaren zeventig rondom de groep Palace Flophouse allerlei andere activiteiten ontstonden. Een bedrijvigheid van heb ik jou daar. Onder andere de organisatie van muziekworkshops. Het deed de toenmalige directeur van de Doetinchemse muziekschool verzuchten: ”Dat zij liever zelf de cursussen wilden organiseren, maar dat zij nog niet zover waren.” Over ivoren torens gesproken, het ligt nu ver achter ons. Toch? Ook geweldig dat de redactie de periode voordat popmuziek, popmuziek was heeft aangepakt. Het leidt tot een indrukwekkend verhaal over de loopbaan van de drieënnegentig jarige Gradus Brugman. Onder andere in 1947 oprichter van de huidige Spitfires. Maar ook het Strijkjen Hofs komt uitvoerig aan de orde. Het geeft een fraai beeld van de amusementsmuziekpraktijk in de Achterhoek.

Ik krijg weer kippenvel op m’n rug als ik lees over het legendarische concert van Van Morrison in 1967, met Cuby’s Blizzards als begeleidingsband in sporthal de Paasberg in Terborg. Nee, een echte uithoek kon je de Achterhoek toen al niet meer noemen.
Dan word ik uit mijn heimwee wakker geschud door neerdalende geluidsgolven.
Het komt uit de richting van ‘t dorpscentrum. In de tuin klinkt het nogal monotoon. Ja, ik herken de kaboenkkaboenkklanken. Het vervelende is dat de herrie even snel weer wegzakt om dan onverwachts weer met een draai op te duiken uit een geheel andere hoek.

Ik vlucht verbitterd het huis in. Neen. In tegenstelling tot de muziek kan ik op deze Koninginnedag m’n draai niet vinden.

vrijdag 18 oktober 2013

Fotoarchief Stichting Eeuwig Erbarmen | 1986


6e Erbarmen Festival | o.a. Easy Eddie & Blues Brothers | Palace Flophouse | Onder voorbehoud | Alles streumt  (Hans Mellendijk en Bert Scheuter) toneelstuk in vier bedrijven door Jong Gelre

Stopera | Amsterdam

SEE YOU-tours 1986 | Tocht door de bebouwde omgeving | Rotterdam-Amsterdam

vrijdag 25 november 2016

Column | Hans Mellendijk | Bontebrug


Bontebrug | Hans Mellendijk | de Gelderlander | edities Achterhoek | 24 november 2016

In mijn atlas van topografische literaire fragmenten had ik al de lp Bontebrug van Palace Flophouse. Ook het gedicht ‘Gezicht op Bontebrug’ van de Zutphense dichter P.B. Kempe. Hij mijmert daarin als hij het dorp tijdens een wandeling ziet liggen: “had hier Vermeer toch ooit zijn oog op laten lichten, / was men op Bontebrug in plaats van Delft gaan dichten…”
Nu dan ook een heuse roman van de debutant Jonah Falke vol auto-biografische verwijzingen in een omgeving die ik ook goed ken. Daar liet ik me eerst door afleiden. Maar eenmaal op gang het boek toch in één ruk uitgelezen. Hij schildert letterlijk een tijdsbeeld vanuit het oog van de opgroeiende kunstschilder in spé. Ook in de voortschrijdende tijd, het volwassen worden van de hoofdpersoon en zijn maten. Over de cultuurverschillen van stad en platteland. Ik kan me zo snel niet een schrijver herinneren die zo goed de sfeer en strapatsen op de dansvloer beschrijft als Jonah dat doet. Knap of het nu een carnavalsbal in Bontebrug is of een hardcore dancefloor in London-town. Grote klasse. En dan heb ik het nog niet eens over de sexscénes die net niet dreigen te verzanden in harde klunzige porno. Al moet ik zeggen dat ik al heel lang dat soort natuurfilms niet heb gezien. Het beeldrijm op de hoofdstedelijke Dam met het Nationale monument en de opvliegende duiven zal me lang blijven heugen. Rijp om verfilmd te worden. Jammer dat Toots niet meer leeft hij zou er vast en zeker een passend melodie onder hebben gezet. Zijn de filmrechten al verkocht? De betreurde Wolkers heeft zijn opvolger gevonden. Ook benieuwd naar zijn vervolgstappen? Zondagmorgen wordt hij er door uw scribent van dienst en mijn collega columnist Bert over aan de tand gevoeld in de DRU-Cultuurfabriek.