Bontebrug is vernoemd naar het geboortedorp van de band, een kleine buitenpost in de Achterhoek dicht bij de Duitse grens. Jarenlang reikte de roem van Palace Flophouse, verworven tijdens het spelen van Anglo-Amerikaanse muziek in bescheiden bars, niet verder dan deze regio die ook landelijke rockhelden Normaal voortbracht. Totdat plotseling de band met twee broers en een zus Hegman bij een opnamesessie kwamen met een zeer eclectische mix van trad en origineel, akoestisch en elektrisch, vocaal en instrumentaal materiaal waarbij Funguszanger Fred Piek als consultant optrad.
Zangeres Eline Harbers verliet de band voordat het album werd uitgebracht. Een tweede LP, getiteld Eigen Weg, duurde tot 1983 en werd duidelijk beïnvloed door de hedendaagse new wave. Dit album is opgenomen in de eigen Silvox-studio's van de band die de ondergang van Palace Flophouse hebben overleefd en nog steeds in bedrijf is.
MIENEKE
Mieneke, Mieneke, da’s een durske
Dat ik gèrne had verleid.
Ze’v bovendien een goed vol beurske,
Oh, wat is het een lekkere meid.
Jopper de snijer wou d’r vrijen,
Maar ik had het allang gezien.
Jopper heeft magere kromme dijen,
Als een ouwe naaimasjien.
Geen oog blijft droog,
Geen koon blijft schoon,
Geen lip kijkt sip bij het zien van Mien.
Toen kwam Bult die rijke stinker
Met zenen tandelooze bek
En zenen kop gelijk een klinker;
Mieneke zette hem rap voor gek.
Na dieën Bult kwam er weer een ander:
Het was Juust, een dikke boer,
Maar die Mien is een sallemander,
Sprong met hem om als varkensvoer.
Geen oog blijft droog,
Geen koon blijft schoon,
Geen kip lijkt sip bij het zien van Mien.
En op een nacht greep ik mijn kansje,
Kwam met een leêr vlak voor d’r raam,
Smeekte haar om een ronde dansje;
Ze gaf me een zwiep en ik viel drie vaâm.
Ruggelings smakte ik in de put.
Stinken deed het daar voor tien;
Tot mijn nek in de vuile prut
Doofde mijn liefdevuur voor Mien.
Mijn gat was nat,
Mijn nek vol drek, mijn pak vol kak,
Door het zien van Mien.
(tekst LP)
Draai | Hans Mellendijk, de Gelderlander, 8 mei 2004
Genietend
van ‘t niet voorspelde oranjezonnetje, maar niet van de in mijn hand geduwde
borrel. Ik ‘sloek’ meer vanwege de traditie dan omdat ik het zo lekker vind,
het bittere oranje bocht door m’n keelgat. Het als ‘pleebekgebeuren’
aangekondigde kinderfestijn kan me ook al niet bekoren. Geen feest van
herkenning, en het geluid verwaait en is slecht te horen. De door een bloemist
versierde podiumwagen veroorzaakt bij mij vanwege anachronisme een glimlach.
De
avond ervoor had me de Varsseveldse Koninginnenacht ook al niet echt geboeid.
Menig ‘aevenolder’ van mij keek elkaar vertwijfeld aan. In welke kakofonie
waren we nu dan toch weer terechtgekomen? Op het tot dan toe gezellige en
rustig keuvelende Kerkplein brak een pandemonium los van vette Vlaamse rock uit
het ene café dat zich maar niet liet mengen met Jordaanese draaiorgel
gezelligheid en andere Hazes ongein uit het andere dranklokaal. Ik besloot de
avond, de avond te laten en verliet het strijdtoneel.
Zou
dan dit het moment zijn dat ’t stamcafé, je stamcafé niet meer is? Dat
heimelijk een ander jonger publiek de boel heeft over genomen? Ongemerkt een
andere sfeer is ontstaan, de jaren tellen gaan?
Ik
besluit het genieten te verplaatsen naar m’n achtertuin. Eenmaal lui gezeten
gaan m’n gedachten naar het Silvoldse Pakhuus. Twee weken geleden was het
gevoel daar, anders. Onder de funkende symfonische klanken van Epic Forest
kocht ik daar de derde uitgave van het Poparchief Achterhoek Liemers.
‘Popmuziek in Dinxperlo, Gendringen en Wisch’. Nadat de werkgroep van het
Staring Instituut het licht had laten schijnen over Doetinchem waren nu deze
gemeenten aan de beurt met een greep uit vijftig jaar pophistorie. Het is weer
een buitengewoon mooi boek geworden. Met prachtige verhalen en ontroerende
foto’s. Om puur nostalgisch zwelgen haal ik het boek van de plank en blader het
nog eens door. Af en toe wat op pikkend. Over
hoe in Ulft kapelaan Steerneman aan de wieg heeft gestaan van jongerensociëteit
’t Hemeltje. Het brengt bij mij herinneringen naar boven aan mij roomse
leerjaren (twee jaar katholieke middelbare technische school). Aan een andere
kapelaan die bij het vak levensbeschouwing en maatschappijleer de lp Sergeant
Pepper’s Lonely Hearts Club Band nummer na nummer analyseerde en er niet voor
terugdeinsde het werk van Frank Zappa uitvoerig te bespreken. Het sterkte mij
toen in mijn muzikale smaak, die bij mijn medeleerlingen beduidend anders
lag.
Fraaie
schets van de Dinxperlose jeugdcultuur in de zestiger jaren door de ex-zakelijk
leider van Introdans. Het ontbreken van een popscene in de late jaren vijftig
was er weer debet aan dat Hans Keuper zijn muzikale opvoeding bij Psalm 150
genoot. In een uitgebreid interview komen de onbekende jaren van Keuper tot
leven. De tijd voordat hij doorbrak als troubadour en als zanger,
tekstschrijver en trekzakpiloot bij Boh Foi Toch.
Interessant is het om te lezen hoe in de jaren
zeventig rondom de groep Palace Flophouse allerlei andere activiteiten
ontstonden. Een bedrijvigheid van heb ik jou daar. Onder andere de organisatie
van muziekworkshops. Het deed de toenmalige directeur van de Doetinchemse
muziekschool verzuchten: ”Dat zij liever zelf de cursussen wilden organiseren,
maar dat zij nog niet zover waren.” Over ivoren torens gesproken, het ligt nu
ver achter ons. Toch? Ook geweldig dat de redactie de periode voordat
popmuziek, popmuziek was heeft aangepakt. Het leidt tot een indrukwekkend
verhaal over de loopbaan van de drieënnegentig jarige Gradus Brugman. Onder
andere in 1947 oprichter van de huidige Spitfires. Maar ook het Strijkjen Hofs
komt uitvoerig aan de orde. Het geeft een fraai beeld van de
amusementsmuziekpraktijk in de Achterhoek.
Ik krijg weer kippenvel op m’n rug als ik lees over
het legendarische concert van Van Morrison in 1967, met Cuby’s Blizzards als
begeleidingsband in sporthal de Paasberg in Terborg. Nee, een echte uithoek kon
je de Achterhoek toen al niet meer noemen.
Dan word ik uit mijn heimwee wakker geschud door
neerdalende geluidsgolven.
Het komt uit de richting van ‘t dorpscentrum. In de
tuin klinkt het nogal monotoon. Ja, ik herken de kaboenkkaboenkklanken. Het
vervelende is dat de herrie even snel weer wegzakt om dan onverwachts weer met
een draai op te duiken uit een geheel andere hoek.
Ik vlucht verbitterd het huis in. Neen. In tegenstelling
tot de muziek kan ik op deze Koninginnedag m’n draai niet vinden.
6e Erbarmen Festival|o.a. Easy Eddie & Blues Brothers | Palace Flophouse | Onder voorbehoud | Alles streumt(Hans Mellendijk en Bert Scheuter) toneelstuk in vier bedrijven door Jong Gelre
Stopera | Amsterdam SEE YOU-tours 1986 | Tocht door de bebouwde omgeving | Rotterdam-Amsterdam
Bontebrug | Hans Mellendijk | de Gelderlander | edities Achterhoek | 24 november 2016
In mijn atlas van topografische
literaire fragmenten had ik al de lp Bontebrug van Palace Flophouse. Ook het
gedicht ‘Gezicht op Bontebrug’ van de Zutphense dichter P.B. Kempe. Hij mijmert
daarin als hij het dorp tijdens een wandeling ziet liggen: “had hier Vermeer toch ooit zijn oog op
laten lichten, / was men op Bontebrug in plaats van Delft gaan dichten…”
Nu dan ook een heuse roman van de
debutant Jonah Falke vol auto-biografische verwijzingen in een omgeving die ik
ook goed ken. Daar liet ik me eerst door afleiden. Maar eenmaal op gang het
boek toch in één ruk uitgelezen. Hij schildert letterlijk een tijdsbeeld vanuit
het oog van de opgroeiende kunstschilder in spé. Ook in de voortschrijdende
tijd, het volwassen worden van de hoofdpersoon en zijn maten. Over de
cultuurverschillen van stad en platteland. Ik kan me zo snel niet een schrijver
herinneren die zo goed de sfeer en strapatsen op de dansvloer beschrijft als
Jonah dat doet. Knap of het nu een carnavalsbal in Bontebrug is of een hardcore
dancefloor in London-town. Grote klasse. En dan heb ik het nog niet eens over
de sexscénes die net niet dreigen te verzanden in harde klunzige porno. Al moet
ik zeggen dat ik al heel lang dat soort natuurfilms niet heb gezien. Het
beeldrijm op de hoofdstedelijke Dam met het Nationale monument en de
opvliegende duiven zal me lang blijven heugen. Rijp om verfilmd te worden.
Jammer dat Toots niet meer leeft hij zou er vast en zeker een passend melodie
onder hebben gezet. Zijn de filmrechten al verkocht? De betreurde Wolkers heeft
zijn opvolger gevonden. Ook benieuwd naar zijn vervolgstappen? Zondagmorgen wordt
hij er door uw scribent van dienst en mijn collega columnist Bert over aan de
tand gevoeld in de DRU-Cultuurfabriek.