dinsdag 21 mei 2013

Even wuiven misschien?


Beeld: © Beatrix - Thea Zweerink | 2013



-Topografie van de glimlach-

Zee in een flits de volen.

Op precies dee dag dat mien moder zaliger negenennegentig 'eworden zol waen 

löp daor de dochter van heur aevenbeeld. De kersverse prinses. Grimlachen

was haar lot de laatste jaren als koningin. Vouwen in gezicht wanen 

ons in het landschap van Mondriaans jongensjaren. Gelukzalige tijd op Zonnebrink.
Jeugdjaren van Piet en wat daarna vooraf ging en zie hier nu ook waarom.

In Winterswijk eindelijk weer uit het strakke keurslijf. 

Een schuivend gordijntje en prinses glimlach breekt weer door.


KOLD IS DE WOORHEID | toedicht


In mijn gedichtenblog 'Hoe vliegt de tijd' is een gedicht van Robert Blanco geplaatst. 
Kenners dichten het toe aan Robert Gesink. KOLD IS DE WOORHEID>

Toedicht is voor het eerst gemunt door HiPP-venoot Louis Radstaak.

Opmerkelijk | Dagboeknotitie van Nico Berkelaar 01-12-1971


Verrassend mailtje, kreeg ik van Rijk v.d. Krol, hij struinde vorig jaar in de archieven van de Chr. H.B.S. te Aalten. Zijn ogen vielen op bovenstaand dagboekaantekening van de leraar Frans. De betreurde Nico Berkelaar. Bij velen nu nog bekend, een legende bij leven. Ik herdacht hem vorig jaar indirect in een gedicht dat in het kader van 'Met nog een geeuw op steen' schreef met de regels: 'dan schuurt niet meer taai de hand langs het oor/om uitspraak achterhoek in te wrijven.'

De aantekening betreft een opmerking over een tekst in de catalogus van Sonsbeek buiten de perken | project Enschede. Deze had ik met enige trots gestuurd naar tekenleraar Harry Derksen, wiens advies om de kunstacademie niet te volgen, in de wind was geslagen. We schrijven 1 december 1971.

In 1970 trad ik er op tijdens een feestelijke schoolavond, in de gymnastiekzaal met een zogenaamde totaalsjo.: Popgroep Puddingh (voorloper van later Normaal) samen met tejatergroep Waar De Wetenschap Faalt Zegenviert De Kunst; de verbeelding van Johannes de Doper, zijn hoofd rolde als voetbal door het gymlokaal, werd niet op prijs gesteld. Daarbij opgeteld de lichtsjo De bedrukte Moeder Gods van Varsseveld die hallucinerende in stroboscopisch licht vallende dansers bewerkstelligde. Vanaf het podium zie ik nu soms nog directeur de Vries vertwijfeld in de deuropening staan. Woedend met vuur uit zijn ogen en rook uit zijn neusgaten en ik weet eigenlijk niet meer precies hoe het is afgelopen. Met de mantel der Liefde en een sisser of de stekker eruit voor deze onschuldige dansavond. Voor de goegemeente in de kronieken als weinig verheffend. 


maandag 20 mei 2013

Laatste dag Kunstwandelroute Hummelo 2013 | Enghuizer dialogen

Het poëziemeubel van Rolf Wolters staat met Pinksteren op de Bergweg in Lonneker, alwaar vandaag een ontmoeting tussen twee DIE-Dichters en De Omsmeders is gepland tijdens de manifestatie KunstEnLandschap>




Toegoed Enghuizen - Hans Mellendijk

Telkens maar daar; schuivende schermen
of is het de dolende loper
die tussen bladerdek en lover
barre koude loopt uit te kermen?

Weeklagend de warmte tegemoet;
dartel voorjaar eindelijk proper.
Nog even en daar is het koper
slagmaals telkens weer. Het doet zo goed.

Zie daar het starend erfgoed blinken
in fasen, impressionistisch
schuift verleden caleidoscopisch

in het heden. In toegoed zinken
bosanemonenclusters. In feit
één groot tonenrijk blommentapijt.


zondag 19 mei 2013

Maanziek

Ontdekte bij zowel Louis Radstaak als bij Bert Scheuter een gedicht waarbij gespeeld wordt met de klankovereenkomst van Maan (Morgen in het Achterhooks Butengewoon Nederlands, het Nedersaksisch dialect van Varsseveld) en Maan (Maan in het Algemeen Beschaafd Nederlands). Tegen de Maan zeggen de Varssevelders Maon. 

Maan - Bert Scheuter

Maan - Louis Radstaak

Maan stao'de wi-j met de Umsmeders an de Bergweg 216, te Lonneker, in 't Poëziemeubel van Rolf Wolters samen met dree dichters van DIE (Dichters in Enschede)

DdA


Verspreid het blijde nieuws, de goddelijke inspiratie: 


Op initiatief van dagblad De Gelderlander en met medewerking van het Poëziecentrum Nederland, wordt op 31 mei 2013 de eerste Dichter des Achterhoeks ...

Vurige tongen | Pinkstergedichten

Enghuizer dialogen I | O-Traum


Gedichten rond de IJssel | Gerrit Pleiter | 17 mei 2013>




Film: © Louis Radstaak | O-Traum - Hans Mellendijk en toevallige geest in de bós | 2010

Zondagclip | Tom Waits & The Rolling Stones | Little Red Rooster

Oracle Arena | Oakland | California | USA | 6 mei 2013

zaterdag 18 mei 2013

Intussen KunstEnLandschap | Lonneker - Roombeek

Rolf Wolters | PoëzieKlinkPlek | Bergweg | Lonneker


DdA | De stemlokalen blijven open | dag en nacht



En als jij, lezer van dit bericht mij een stem gunt aarzel niet en klik op deze link> naar het dossier Dichter des Achterhoeks van regionaal dagblad de Gelderlander>

Je kunt daar tot 3o mei stemmen. Ook op de andere kandidaten natuurlijk. Per I.P.-adres, per huishouden kan je 1 maal stemmen, heb ik begrepen. Dus wees slim en verdeel de stemmen over je verschillende mogelijkheden. De uitslag wordt 31 mei 'savonds bekend gemaakt in café Luther te Doetinchem. Lees hier verder>

Uit de oude doos | Floribós



Floribós

Terwijl ik ter voorbereiding van een verhuizing over de vliering sluip, slingert Achterbergs gedicht Werkster poëtisch door mijn kop: “Zij kent de onderkant van kast en ledikant, / ruwhouten planken en vergeten kieren, / want zij behoort al kruipend tot de dieren, / die voortbewegen op hun voet en hand.

M’n rug protesteert lichtjes. Ik open het dakraam en een frisse wind vult de bedompte bergruimte, die het hier en nu niet kent, maar het voorbije grijpbaar maakt. Maar vooral voelbaar. De dozen met tijdschriften en ander belegen papier zijn écht te zwaar ingepakt. Verhuisdozen die na de vorige verplaatsing nooit meer zijn geopend. Hoe heb ik ze toen ooit via de smalle vlizotrap naar boven gekregen? En hoe vliegt de tijd? Het lijkt nú wel héél ver weg. Ergens in de vorige eeuw. Ja, m’n rug was toen beduidend minder stram. Maar kom op, tanden op elkaar! Hier dient rigoureus ingegrepen te worden.

Ik schuif en trek de te zware dozen naar het midden van het zoldertje. Daar waar ik nog redelijk gebukt kan werken. Hurkend volgt de grote opruiming. Het kaf dient van het koren gescheiden. Soms wordt de keus wát weg te doen en wát te bewaren wel heel gemakkelijk gemaakt. Spullen met waterschade, als gevolg van een lekkage, gaan direct de oud papierbak in.

Maar dan komen de twijfelgevallen. Uit een doos met gemengd graan -oude studieboeken, agenda’s, notulen van vergeten vergaderingen en meer van die in de floribós geraakte curiositeiten- pak ik een Atlas der gehele wereld in 48 kaarten uit 1958. Een uit de band gescheurde Bos-Zeeman, waaruit de kaart van Gelderland dreigt te vallen. Waarop de Slinge nog slingert als Slingerbeek. Nooit opgenomen in mijn bescheiden verzameling naslagwerken, vanwege ruimtegebrek of dubbel. Of vanwege de deplorabele staat waarin het verkeert. Een grote twijfel overmeestert me. Een herfstdepressie is nabij.

Terugblikgewijs biesterbaan ik naar afgelopen zomer, naar het Zieuwentse Schoolpad. Vreemd hoe gedachtestromen soms kunnen slingeren. Een fietstocht langs de Kunstroute Beeld en Landschap brengt me in een cirkelvormige schuilplaats. De constructie, gevormd door zeven glasheldere golfplaten wanden, herbergt op elke zijde een overvolle boekenplank. De titels lijken op het eerste gezicht willekeurig gerangschikt. Chaos, net als nu in mijn hoofd. Bij nadere beschouwing doemt een thematische ordening op. Het verhaalt over de omgeving en de mensen die er wonen en leven. Zicht op Zieuwent meldt de catalogus.

Toon Kortooms’ Laat de dokter maar schuiven en het boek Een bioloog verwijzen naar twee leden van het bestuur, dat het kerkpadenstelsel zo prachtig herstelde. Het boerenleven wordt geïllustreerd door En de boer hij ploegde voort, Lente rozen in bloei, Buiten waait de zomerwind, De geur van herfst en Het seizoen is voorbij. Streekromans, dat soort werk. Dan een rijtje over historie en economie met als vreemde eend in de bijt Gedichten! Lees ik dat goed? Toch niet het verzamelde werk van ons aller Staring? Verdomd de volksuitgave uit 1820! Daar waar ik al jaren naar op zoek ben. Ik wil het pakken, en zie dan pas hoe alle boeken zielloos zijn vastgepind en doorboord door een lange staaf. Mijn aanvankelijke bewondering slaat om in afschuw. Liepend van verdriet, om het onrecht de boeken aangedaan, fiets ik verder.

Prozaïsch landen mijn gedachten op de vliering. Ter voorkoming van meer leed besluit ik de atlas te bewaren.

Toen ik de laatste verhuisdoos uit de achterbak van mijn auto laadde, zie ik het op de hoedenplank liggen. Maar dan gebeurt het onvermijdelijke. De losliggende kaart valt ten prooi aan de verwoestende storm. Een rukwind slingert het hoog de lucht in. Veroordeeld tot zwerfvuil, voorgoed de floribós ingejaagd.

Hans Mellendijk, de Gelderlander, 2 november 2002