Uiteindelijk thuis gekomen van mijn quarantaine-adres in Cortona lag daar een spiksplinter nieuwe uitgave van Kleinood & Grootzeer⇲op tafel. Eindelijk weer eens een bundel van Wim van Til⇲ Al bladerend, in een eerste verkenning, kwam ik twee Enghuizer dialogen tegen | Ik zoek mijn moeder⇲ en De Levensboom (locatie 08). Ook ander werk ontstaan tijdens een Omsmeders-project: Thorvald Beeldenroute Bredevoort | Voor de wind⇲. Maar niets daarover in de verantwoording. Van 'de boekhouder' van het Poëziecentrum Nederland⇲zou je iets anders verwachten. Het zal bescheidenheid zijn. Over de interpuncties, wel of niet gebruik daarvan, moet zich iemand anders maar eens buigen. : - ). In ieder geval zag ik wel een eindpunt bij de slotstrofe. Dus dat betekent waarschijnlijk weer vijf jaar wachten op een volgende bundel? Of... ?
Poëzieklinkplek | Landgoed Enghuizen | P.B. Kempe leest Wim van Til | De Levensboom | 21 april | 2013
De postbode bracht al eerder deze maand enige troost in de brievenbus. De nieuwe bundel van Sander Grootendorst⇲ De bestanddelen⇲ waren zeer werkzaam. Helaas dit jaar in augustus geen Beltman-dichterspodium op deAchterhoek Spektakel Toer⇲, anders wist ik het wel.
"Time of the Season" is a song by The Zombies, featured on their 1968 album Odessey and Oracle. It was written by keyboard player Rod Argent and recorded at Abbey Road Studios in August 1967.
Mijn verzameling uit een Varssevelds huishouden is aangekomen in Antwerpen en wordt inmiddels vertoond⇲ op de onvolprezen webstee GEEF OND HEDEN⇲ van de onvermoeibare post-Barbarberist en -Dadaïst Bert Bevers⇲
Een aangename verrassing op de deurmat: Maarten Rots⇲stuurde zijn huisvlijt op. Letterlijk want vanwege corona-virus verbleef hij voor zijn foto-expeditie thuis. Het werden bijna foto's die we gewend zijn van Dinie Wikkerink⇲
Het nieuwe album ”Hoogriet” van De Kift komt 15 mei uit! Veertien spiksplinternieuwe, schetterende dans-, wals-, en treurnummers om op rond te springen door de huiskamer of naar te luisteren in een hoekje van de bank. “Hou mijn hoofd helder en mijn hersens bij elkaar.”
Samen met oude en nieuwe vrienden vormt dit twaalfde album een markering in de tijd waarin alle inspiratiebronnen van de afgelopen drie decennia samenkomen. Tegelijkertijd wordt er met opgetogen dissonanten grimlachend naar de toekomst gekeken.
Frontman Ferry Heijne heeft in de aanloop van het schrijven meters multomappen doorgebladerd met verzameld maar nog ongebruikt inspiratiemateriaal. Oude liefdes, zoals regisseur Aki Kaurismäki (o.a.The man without a past) en trompettist Louis Armstrong, keken tijdens het maakproces over zijn schouder mee.
Maar ook zijn ditmaal voor het eerst bevriende gastmuzikanten uitgenodigd mee te schrijven aan de muziek, onder wie Rocco Ostermann & Wout Kemkes, (Donnerwetter) en Marc Koppen & Onno Kortland (Stuurbaard Bakkebaard).
En volgens de onnavolgbare Kiftiaanse letterenlogica is weer onvervalst geciteerd uit teksten van schrijvers en dichters van wereldformaat, onder wie W.H. Auden, Jan Arends, Paul van Ostaijen, Rodaan Al Galidi, Joseph Brodsky, Anton Tsjechov, W.F. Hermans, en Armando.
Engelenkoor
Donauboot
Beguine serenade voor Jan Heijne | Verpleeghuis Rosarium
dan de dag voorbij gevlogen de trouwfoto's het gemeentehuis de ringen aangeschoven in haar ogen gekeken het bekende cliché eeuwige trouw die liebe und das weh dat kon nog vuurwerk geven de huwelijksbeuk d'r in
gedachten bij het ijs terwijl het fonteintje sprankelend spetterde
het geluk in zijn lief haar buik
dan de volgende ochtend als hij uit het raam staart restanten van bruidstaart het nieuws uit roombeek
dan tien jaar later het bericht in de krant er zijn sterke aanwijzingen dat ijsfonteintjes de oorzaak zijn van de fatale explosie van de vuurwerkramp in enschede dit onschuldig lijkend vuurwerk dat in de horeca wordt gebruikt
om ijs en taart te versieren bestaat voor 90 procent uit rookzwak buskruit
nitrocellulose in combinatie met zwaarder vuurwerk gedraagt dit zich als de vernietigende springstof die op 13 mei 2000 om 15.35 uur de woonwijk roombeek wegvaagde en 23 inwoners doodde
hoe betrekkelijk weer
dat geluk kan beklijven
Over de gebeurtenissen schreef de dichter toentertijd in de Gelderlander de column Rozengeur⇲ en tien jaar later bovenstaand gedicht⇲.