Middewinterstappen door de tijd
Vandaag de
jaarlijkse inspectie van het Achterhoekse landschap. Een goede gewoonte die al
veertien jaar gestand doet. Een zeer uitgebreide vriendengroep komt de
dertigste december op een van te voren afgesproken plek bijeen. Onder de noemer
Middewinterstappen wordt er gewandeld. Telkens elk jaar door een ander wordt
een vijftien kilometer lange route uitgezet, die steevast eindigt met een
eenvoudige doch voedzame maaltijd. Vaak blijft het daarna nog lang onrustig in
het horeca-etablissement. Ik herinner me vooral de jaren die het meest leken op
de uitnodiging. Elk jaar een kleine variatie op steeds hetzelfde winterlandschap.
Traditie. Het ziet ernaar uit dat dat dit jaar niet meer zal lukken. Wat een
rare winter toch. En dan hoor je toch nog mensen dat het niets te maken zou
hebben het broeikaseffect. Behalve dat we de winters zagen veranderen zagen we
de kleine en grote veranderingen in het landschap. De terugkeer van het
carbidbusschieten. Boerenschuren werden gesloopt en veranderden in grote
landhuizen of karakterloze boerderettes. Dan de verpaarding van het landschap. Deze
valt samen met de ontkoeing. Sinds begin jaren negentig is het aantal paarden
toegenomen. Een wildgroei van springweiden, paardenbakken en stallen ontstond. Witte
linten en hekjes op plaatsen waar dat een historisch gegroeid landschapsbeeld
geweld aandoet, vinden sommigen. Tja. Ik meen op sommige plekken de verlama-ing,
ja zelfs, de verkangeroeing te ontwaren. Zijn deze dieren beter bestand tegen
de te verwachten hogere temperaturen. Struisvogelpolitiek?
Tot nu toe zijn we
elke keer gestart vanaf een treinstation of bushalte. Nog nooit een Toeristisch
Overstap Plaats (TOP) gebruikt of onderweg gezien. Logistiek gezien een mooi
systeem. Over de hele Achterhoek is voor de toerist en de eigen bewoner een
netwerk van overstappunten uitgezet. Waar allerlei nieuwe toeristische routes bij
elkaar komen. Prachtig allemaal. Over de inrichting van deze overstappunten is
in het novembernummer van Den Schaorpaol het kwartaalblad van het Staring
Instituut een knuppel in het hoenderhok gegooid. Vormgever Loek Kemminga beschrijft in zijn rubriek
Beeldspraak, waarin hij Beelden uit de Achterhoek en Liemers nader beschouwt, de sculptuur
bij de zogenaamde TOP’s. Ik ben het met zijn betoog wel eens. Het komt er in
het kort op neer dat de mooiste plekken van de Achterhoek er niet mooier op geworden zijn door de
plaatsing van de nadrukkelijk vormgegeven TOP. Inderdaad de
ruimtelijke vertaling van het idee vind ik ook niet zo gelukkig. Men heeft het
begrip top iets te letterlijk genomen. Overal in het Achterhoekse landschap
verschenen askegeltjes. Zwerfkeien door een kooiconstructie in een kegelvorm
geduwd. Telkens denk ik aan Bretagne als ik er met mijn auto langsrij. Tja,
smaken verschillen.
Wellicht
zien we vandaag de Slinge nog slingeren. Ik las voor de kerst dat de Groenlose
Slinge dat weer gaat doen. De in de vorige eeuw gekanaliseerde beken houden het
water niet vast. Waardoor er verdroging optreedt. Een meanderende vliet doet
dat niet. Een Slinge die weer slingert, hoe idyllisch. De dichter J. Jac.
Thomson schreef er in een tijd toen de beek in de atlassen topografisch bekend
stond als Slingerbeek een gedicht over. Een tinteling in mijn grote teen zegt
dat we er in het komende jaar meer over zullen horen. Een kleine revival ligt
volgens mij in het verschiet van deze in Bredevoort geboren en onterecht in de
vergetelheid geraakte poëet. Helemaal
te lezen in ‘Op de pedalen van het woord’ het boek behorende bij een van die nieuwe
toeristische routes. ‘slingerbeek//het water glijdt en glijdt onder de brug/het
is hier zacht en donker en toch speels/maar verderop wordt het deels zon en
deels/de schaduw van geboomt dat kaatst terug’ klinkt het in de eerste strofe,
het laatste eindigt met: o stille beek mij reeds gezel als kind/zoals gij
glijdt is ’t dat mijn leven gleed/door zon en schemer noem het lief noem ’t
leed/nu sta ‘k en peins en om mij is de wind.
Een
mooi gedicht voor het einde van het jaar. Voor oud en nieuw. In ieder geval ook
de beste wensen en “veel heil en zeven.”