dinsdag 17 november 2015

Ondertussen in ICER bij BREEKijzer


Tot half januari in ICER: Joya Nelissen schildert de wereld aan elkaar.



Haar werk heeft ritme en kleur als grondtoon. Soms vrije motieven die vanzelf ontstaan met als basis het vierkant. Vandaar uit improviseert ze verder. Nooit bedacht van te voren, of het zou een kleur moeten zijn die haar bekoort, waarmee ze dan begint. Of het materiaal, bijvoorbeeld een potlood, oliebar, penseel met inkt. Tijdens het werk ontstaat er een ritme met kleur. In haar handen zit de  kennis waar ze zelf nauwelijks weet van heeft.

Toch gebeuren er ook dingen waar ze wel haar hoofd bij nodig heeft. Als ze ineens een patroon neemt van lang geleden uit Azerbeidzjan en dat vermengt met de nagetekende merklap uit Gendringen.
Of gedeeltes van een kelim uit Afghanistan met de paarden van een sjaal uit Thailand, met de motieven van een schoteltje uit haar keuken.

Op die manier schildert ze de wereld aan elkaar en brengt het individuele naar een groter geheel.

Uiteindelijk zou je kunnen zeggen is ze op zoek naar de opluchting die ontstaat bij het samenvallen van het betekenisvolle met het betekenisloze tegelijkertijd.


Tweeëntwintig jaar geleden kwam Joya in de Achterhoek wonen. Eerst in Haarlo na drie jaar verhuisde ze naar Voorst in de Oude IJsselstreek. Daarvoor had ze in verschillende andere delen van land en wereld gewoond. Hoe totaal anders werd het hier. Ze zette anderhalf boerenland om in natuurland. Een verwilder tuin met niveauverschillen, een vuurplaats en water. In de zomer werd er buiten geleefd in het geluid van de honderden kikkers, onder maan en sterren in de opkomende zon. Er werd buurt gemaakt. Alle regels van ’t naoberschap werden gevolgd, maar er is een ongeschreven regel te overwinnen. Zij is niet van hier. Die van hier wachten op zij die niet van hier is. Zij die niet van hier is gaat bij die van hier op bezoek. En zij die niet van hier is wacht maar er komt niemand die van hier blijven thuis en nodigen uit.

Langzamerhand ontstaat er ook een antropologische kijk op het sociale leven om haar heen, tijdens verjaardagen, bruiloften en begrafenissen. Een enkele keer lukt het haar in de dichtbijheid en intimiteit van mensen van haar buurtschap te komen.

Ze schrijft: ‘Ik zal je missen land en je bewoners, … de rust, in de winkel als je haast hebt de stilte, als je ’s avonds buiten zit, de warmte, dat je ‘s avonds veel langer buiten kunt zitten, de ruimte, dat je heel lang, als je fietst niemand tegen komt de vriendelijkheid en ’t geduld, als je in je auto rijdt en iemand even voor je moet wachten. De schoonheid van de taal, de verlegenheid van de mensen, de vanzelfsprekendheid waarmee dit alles er is … dank je wel.”

Na 22 jaar gaat Joya terug naar de zee en de duinen, naar het open land van de 1000 winden.

Andere gebeurtenissen in haar leven; de zorg voor en het onafwendbare afscheid van haar dementerende moeder, deed haar besluiten uit de Oude IJsselstreek te vertrekken. Het afscheidsproces is vastgelegd in een collage dat te bezichtigen is in de werkplaatsen van Kunstenaarscollectief BREEKijzer.

Het overige werk op de tentoonstellingspanelen in de giethal van ICER. Allemaal te bezichtigen tijdens de openingstijden.

Zie ook Handeling 19 | 22 april 2015 | Paul van der Lee | Plan Radix> 

zaterdag 14 november 2015

Paris | 13-11-2015


Parijs ontwaakt | NOS >

Volkskrant>

Ondertussen in Lichtenvoorde



HiPP zal optreden op zondag 15 november in Galerie Lodiek te Lichtenvoorde.
Galerie Lodiek opent binnenkort een nieuwe expositie in het nieuwe Sociaal Cultureel Centrum Den Diek in Lichtenvoorde. De galerie brengt kunstenaars met en zonder beperking samen. Te zien is werk van fotograaf Patrick Peters, beeldend kunstenaar Hennie Wieland en schilder Krijn Buchly. De expositie wordt zondag 11 oktober geopend. Toegang is gratis en de openingsuren zijn van 14.00 tot 17.00 uur. De exposanten zijn zelf ook aanwezig om een nieuw kunstwerk te creëren of om uitleg te geven over hun werk.

donderdag 12 november 2015

Column | Hans Mellendijk | Dennen waren we



Dennen waren we | Hans Mellendijk, de Gelderlander, edities Achterhoek, 12 november 2015.

Als je maar genoeg tijd van leven hebt dan wordt je vanzelf geschiedenis. Het overkomt me dit jaar tweemaal. Begin herfst een telefoontje uit Hilversum. Een researcher bezig met een programmaserie over de jaren 60, stuit googlend naar het verschijnsel luisterkorps op een column van mij, waarin ik het fenomeen van uitwisseling beschreef. Je adres kwam in het blad Hitweek op een lijst te staan van muziekliefhebbers die dan een afspraak met je konden maken om samen naar je langspeelplaatcollecie te luisteren. In mijn geval een leeg kippenhok dat als jeugdhonk, repetitieruimte dienst deed. Ik vertel de onderzoekster enthousiast over het initiatief en voordat ik het weet staat er een cameraploeg drie zestigers te filmen in een stoffig kippenhok irgendwo op Sinderen. Luisterend naar oude meuk en bladerend in vergeelde Hitweeks en fotoalbums. Dennen waren we, maar wel aardige dennen.

In de zomer een e-mailtje of ik mee wil werken aan een fotoboek dat op stapel staat over de jaren 65-85 uit de collectie Hugo Jaartsveld. Maar natuurlijk. En weldra struin ik in mijn eigen verleden en volgt een uitwisseling van gegevens en zet ik wat op papier over de periode dat ik samen met hem in de redactie van de roemruchte Anhangerschapbode zat. De beginjaren van Normaal, veertig jaar geleden. 

Dan zondag de langverwachte presentatie, het valt niet tegen. Een caleidoscopisch tijdsbeeld is door de samenstellers neergezet. In mooi zwart wit die de te jong gestorven fotograaf als geen ander beheerste zien we de Achterhoek wakker worden.

Ik bekijk het publiek in de overvolle zaal. Inderdaad, dennen waren we. Eiken zijn we geworden.

Later die middag op de terugweg naar huis zie ik de decemberverlichting in de Hamburgerstraat. Ik besef dat met het kloeke boek een tijd is beschreven waarin het niet nodig was om de kerstverlichting te duiden als Sfeervol Doetinchem. Dat was het ‘vaneigens’ al.