Mantelzorg | Hans Mellendijk en Marijke Schellekens
Nog zes dagen is de Kunstwandelroute Hummelo te bezichtigen. Marijke Schellekens maakte een prachtige reportage in ontelbare tinten groen. Mantelzorg wordt door de klimop overwoekerd. Vorige week kregen we het bericht dat Mantelzorg, maar ook Groei en verval van Henk Winkelman en de Omsmeders hierna op Hackfort een zomers tweede leven krijgen. Tot en met monumentendag in september zijn de kunstwerken ook te bezichtigen op het landgoed Hackfort te Vorden. Zie hier Marijke's paradijsfoto's>
Het Hootchie Koe-festival, dat voor het eerst drie dagen plaatsvond, weet zichzelf opnieuw te overtreffen met ruim tweeduizend betalende bezoekers.Regio8 vat het hierboven samen.
Normaal en het standbeeld, mooi en scherp samengevat door Erik Hagelstein in 'Hagelstenen'
Gisteren drie artikelen op dezelfde pagina, waar ik op één of andere manier bij betrokken ben- of ben geweest in een ver verleden. HooTchieKoe-festival, Poëzieklinkplek enNormaal.
Juliëtte Hofman, Peter van de Wardt en Liesbeth Schepers
v.l.n.r.: Marco van der Aar, Joost de Gier, Peter van de Wardt en Liesbeth Schepers.
Gisteren opende wethouder Peter van de Wardt van gemeente Oude IJsselstreek namens de deelnemende zeven gemeenten met schone woorden de CultuurZomer Achterhoek. Na een korte toelichting van Juliëtte Hofman en de presentatie van de CultuurZomergids 2018 door Liesbeth Schepers vertelden de organisatoren Marco van der Aar en Joost De Gier een en ander over de opzet van het 'vroleukste' festival, ook over de bijdrage van de dichters die inspeeelden op het thema Achterhoek 350 jaar. Daarna zette de huisband Old Ni-js in met Ojadasawa, o nae toch 'n ander deuntje eh Deerntje van de modesjo.
v.l.n.r.: Marco van der Aar, André Manuel, Jan Kolkman, Ferdi Joly en Willem ter Horst.
En plots stond hij daar voordeDichterskoets van HiPP, kameraad Gertjan Tuenter, hobbyboer op Sinderen en uitvinder van de stankovaal. Naar aanleiding van wat politieke zaken declameerde hij het belangrijkste fragment uit het hekeldicht dat Willem Elsschot in 1934 schreef Aan Van der Lubbe. In De parelduiker -met dank aan Google- las ik in de columnserie Peillood een beschouwing over de zaak Marinus van der Lubbe door H.J.H.Hofland | lees hier verder>
AAN VAN DER LUBBE Jongen, met je wankel hoofd aan den beul vooruit beloofd, toen je daar je lot verbeidde stond ik wenend aan je zijde. De operette duurde lang: van het wraakhof naar ’t gevang, van ’t gevang weer naar het hof in de boeien van den mof. Veertig haarden dorst je ontsteken, duizend haarden zou men wreken, maar je beulen stonden paf toen je zweeg tot in je graf. Dokters, rechters, procureuren, allen zijn je komen keuren, allen vonden je perfect, en toen heeft men je genekt. ’t Had de Koningin behaagd dat je gratie werd gevraagd, maar voor zulk een viezen jongen wordt meestal niet aangedrongen. Lang heeft men geprakkezeerd wat een mens het meest onteert, hangen, branden, vierendelen of gewoon als varken kelen. Toen heeft men het mes gekozen om je toch eens te doen blozen, want zo’n gala met wat bloed doet een hakenkruizer goed. Jongenlief, zoals je ziet. Leiden krijgt je resten niet Hitler laat zich niets ontrukken want hij houdt van die twee stukken. Holland vraagt nu onverdroten of je niets werd ingespoten, maar die vuige, laffe moord vindt het minder ongehoord. Laat het stikken in zijn centen, in zijn kaas en in zijn krenten, in zijn helden, als daar zijn: Tromp, De Ruyter en Piet Hein. Moog je geest in Leipzig spoken tot die gruwel wordt gewroken, tot je beulen, groot en klein, door den Rus vernietigd zijn. Willem Elsschot