dinsdag 19 januari 2021

DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 03

 


Momentopname

 

Uit de snoepzak letters die zich spelend vormen

in zinnen van snoepgoed, suikerzoet prikkelend. 

In de geglazuurde koekjes vooruitblikken.

 

Buiten twee kauwtjes trouw als altijd die het

kouwtje wind trotseren en het nieuwe 

normaal samen integen fladderen.

 

De kou wenst een sneeuwvlok, de dichter

herhaalt zijn eigen mantra: tabula rasa;

 

‘Wi-j viert 't ge-ulk en springt 

naor 'n zommers geluk. En zinkt

daornao met knikkende knies dat 

't snee'jen mag naor 
                      ónbeschraeven blad!’

 

De witte bladzij even een beschreven wens.

 

Het jaar vordert, de dagen lengen wakkerder

prikkend doemt het heil en zegen in de verte.

Au-gekrijs bij de vaccinvrezenden verstomt.

Hans Ebeling Koning herbezocht

Foto: Hans Mellendijk

Uitzicht Beukenlaan | Fleurs du Mal 👉

zondag 17 januari 2021

Snie | Meindert Talma


 Mister Noardewyn Willem de Vries kwam op 8-1-2021 langs in Noordhorn.

Voor de gelegenheid bewerkte Meindert Talma het gedicht 'Snie' van de jonggestorven (TBC) Friese dichter Pyt van der Burg (1983-1922) tot een lied en vertaalde de tekst in deze clip Winter lei de wrâld oan bannen Snie lei oer de lege lannen Diek de feale, keale greiden, Dêr’t de skiere skiep jit weiden. Blonk op beammen en op skuorren Op ‘e húzen fan ‘e buorren Wintersinne skynd’er oer Teek’ne ‘t tek fan hûs en toer. Wite wollen tekken lei Oer de lûden fan de dei Snie wie al in mylde seine As in wijing fan it reine Rûnom wie ‘t mei snie bedutsen ‘t libben like wol berutsen Krekt as wie in wite Jiske Sêft oer alles hinne wiske. Want it lûd fan trein en smidte Klonk sa fyn en ut de fierte En de lytse minskestimmen Wien’alhiel net te fernimmen.
REFREIN Lein oer hjerstich keale fjilden Dêr’t de wurge minsken tilden Oer har drusen en har lêsten Sunder lins en sûnder rêsten. Mar bij ‘t hege, kleare blinken Fielden hja har soarch fersinken. Inklen stienen bliid as bern Glimkjend foar har ut te sjen.

Mel's music mosaic


Fairport Convention | Dear Landlord (Dylan)

zaterdag 16 januari 2021

donderdag 14 januari 2021

Onland

de Gelderlander | 14 januari 2021

Fijn om door een collega dichter geciteerd te worden. 

Hier het gehele gedicht: 

Onland
5 februari 1970

Kwam neet terug van gymnastiek.
Oefening in Prinses Beatrix' zaal.
In de struuken ’t onteerde liek.
Gewurgd deur heur eigen sjaal.

Op de Kloosterlaan. Hoe wrang toch.
Waor 'j bescherming zol'n verwachten
onder 'n hemelse wolkenloch.
Gin doodslag toch en verkrachten.


Onopgelost
geklungel der
magistraten.


Langs de kant van het pad
rok 't vanaf dan naor onland.
Jao, asterto, moord en brand.
'n Kearl op de fietse deur 't lo.

'n Rammelende dynamo.
Elke nacht viel te vrezen
de wind fluustert deur het rad:
Rinie Wielheesen.


Hans Ebeling Koning

Hans Ebeling Koning

Het is dit schilderij dat ik voor het eerst zag bij een bezoek aan Hans Ebeling Koning 👉 begin jaren zeventig, vorige eeuw, dat ten grondslag ligt aan mijn verzameling sneeuwtjes, sneeuwbollen 👉

woensdag 13 januari 2021

DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 02




Het applaus dat klonk na de eerste prik was voor Eva als het volkslied na de wedstrijd; ze had het niet verwacht, maar toch was daar het stokken van de adem en de brok in de keel.

 

Mouwen opstropen

 

Ze zijn met minus tachtig

richting Achterhoek vervoerd,

in rammelende flesjes

voor wie moe is en beroerd,

richting blote, zomerarmen

die niet langer kunnen dragen,

om een zeepbel door te prikken

in dun vel en dikke lagen,

om aldaar met schietgebedjes

en grootscheeps vaccineren

de tentakels van een virus

preventief te amputeren.

 

Het Wilhelmus heeft geklonken

- in zacht applaus vermomd -

toen na de eerste spuit

de stilte werd verstomd,

en nu leef ik in de wetenschap

iets te hebben overwonnen,

willen mijn ongeprikte armen,

zonnig, onbezonnen,

om elk object gevouwen

dat ze tegenkomen gaan,

want in mijn hoofd maakt nu mijn lijf

al antistoffen aan.

 

Eva Schuurman


maandag 11 januari 2021

Ondertussen in Museum Belvédère

Hendrik Nicolaas Werkman (Leens, 29 april 1882 - Bakkeveen, 10 april 1945) schrijft in 1941: “Altijd denk ik, dat ik mijn beste werk nog moet maken. En dat is wat mij tegenhoudt om te zeggen: ik ben kunstenaar. Ik heb het gevoel dat ik geen aanspraak mag maken op die naam, omdat er nog meer en beter gedaan moet worden.”
Als zestiger heeft Werkman de vorm gevonden, om zich het beste in uit te drukken. Tijdens de oorlog schrijft hij daarover een opgetogen brief, overtuigd van de gedachte dat kunst iets goddelijks is: “Het zeker weten dat ik in sommige mijner uitingen dicht bij de waarheid ben geweest, heeft mij in mijn later leven als mens mijn eigenwaarde geschonken. Toen ik dat veroverd had, heb ik mij nooit meer ongelukkig kunnen voelen.”
Museum Belvédère heeft een kleine presentatie van zijn werk, stukken uit de collectie van Pleun en Mieke van Toledo.