Dries Olthof en Gebke Westra herhalend op het thema Zwerm. Zie ook vorige editie> Opdezelfde plek als vorig jaar maar dan anders. Weer zeer geslaagd. Helma Snelooper schreef er een gedicht bij.
DE ZWERM | Helma Snelooper
[gedicht bij het kunstwerk van Dries Olthof en Gebke Westra]
In het kader van de Enghuizer dialogen trad vanmiddag WimvanTilop samen met Maarten Buser beide werden indrukwekkend afgewisseld door Julia von der Fuhr.
Draai | Hans Mellendijk, de Gelderlander, 8 mei 2004
Genietend
van ‘t niet voorspelde oranjezonnetje, maar niet van de in mijn hand geduwde
borrel. Ik ‘sloek’ meer vanwege de traditie dan omdat ik het zo lekker vind,
het bittere oranje bocht door m’n keelgat. Het als ‘pleebekgebeuren’
aangekondigde kinderfestijn kan me ook al niet bekoren. Geen feest van
herkenning, en het geluid verwaait en is slecht te horen. De door een bloemist
versierde podiumwagen veroorzaakt bij mij vanwege anachronisme een glimlach.
De
avond ervoor had me de Varsseveldse Koninginnenacht ook al niet echt geboeid.
Menig ‘aevenolder’ van mij keek elkaar vertwijfeld aan. In welke kakofonie
waren we nu dan toch weer terechtgekomen? Op het tot dan toe gezellige en
rustig keuvelende Kerkplein brak een pandemonium los van vette Vlaamse rock uit
het ene café dat zich maar niet liet mengen met Jordaanese draaiorgel
gezelligheid en andere Hazes ongein uit het andere dranklokaal. Ik besloot de
avond, de avond te laten en verliet het strijdtoneel.
Zou
dan dit het moment zijn dat ’t stamcafé, je stamcafé niet meer is? Dat
heimelijk een ander jonger publiek de boel heeft over genomen? Ongemerkt een
andere sfeer is ontstaan, de jaren tellen gaan?
Ik
besluit het genieten te verplaatsen naar m’n achtertuin. Eenmaal lui gezeten
gaan m’n gedachten naar het Silvoldse Pakhuus. Twee weken geleden was het
gevoel daar, anders. Onder de funkende symfonische klanken van Epic Forest
kocht ik daar de derde uitgave van het Poparchief Achterhoek Liemers.
‘Popmuziek in Dinxperlo, Gendringen en Wisch’. Nadat de werkgroep van het
Staring Instituut het licht had laten schijnen over Doetinchem waren nu deze
gemeenten aan de beurt met een greep uit vijftig jaar pophistorie. Het is weer
een buitengewoon mooi boek geworden. Met prachtige verhalen en ontroerende
foto’s. Om puur nostalgisch zwelgen haal ik het boek van de plank en blader het
nog eens door. Af en toe wat op pikkend. Over
hoe in Ulft kapelaan Steerneman aan de wieg heeft gestaan van jongerensociëteit
’t Hemeltje. Het brengt bij mij herinneringen naar boven aan mij roomse
leerjaren (twee jaar katholieke middelbare technische school). Aan een andere
kapelaan die bij het vak levensbeschouwing en maatschappijleer de lp Sergeant
Pepper’s Lonely Hearts Club Band nummer na nummer analyseerde en er niet voor
terugdeinsde het werk van Frank Zappa uitvoerig te bespreken. Het sterkte mij
toen in mijn muzikale smaak, die bij mijn medeleerlingen beduidend anders
lag.
Fraaie
schets van de Dinxperlose jeugdcultuur in de zestiger jaren door de ex-zakelijk
leider van Introdans. Het ontbreken van een popscene in de late jaren vijftig
was er weer debet aan dat Hans Keuper zijn muzikale opvoeding bij Psalm 150
genoot. In een uitgebreid interview komen de onbekende jaren van Keuper tot
leven. De tijd voordat hij doorbrak als troubadour en als zanger,
tekstschrijver en trekzakpiloot bij Boh Foi Toch.
Interessant is het om te lezen hoe in de jaren
zeventig rondom de groep Palace Flophouse allerlei andere activiteiten
ontstonden. Een bedrijvigheid van heb ik jou daar. Onder andere de organisatie
van muziekworkshops. Het deed de toenmalige directeur van de Doetinchemse
muziekschool verzuchten: ”Dat zij liever zelf de cursussen wilden organiseren,
maar dat zij nog niet zover waren.” Over ivoren torens gesproken, het ligt nu
ver achter ons. Toch? Ook geweldig dat de redactie de periode voordat
popmuziek, popmuziek was heeft aangepakt. Het leidt tot een indrukwekkend
verhaal over de loopbaan van de drieënnegentig jarige Gradus Brugman. Onder
andere in 1947 oprichter van de huidige Spitfires. Maar ook het Strijkjen Hofs
komt uitvoerig aan de orde. Het geeft een fraai beeld van de
amusementsmuziekpraktijk in de Achterhoek.
Ik krijg weer kippenvel op m’n rug als ik lees over
het legendarische concert van Van Morrison in 1967, met Cuby’s Blizzards als
begeleidingsband in sporthal de Paasberg in Terborg. Nee, een echte uithoek kon
je de Achterhoek toen al niet meer noemen.
Dan word ik uit mijn heimwee wakker geschud door
neerdalende geluidsgolven.
Het komt uit de richting van ‘t dorpscentrum. In de
tuin klinkt het nogal monotoon. Ja, ik herken de kaboenkkaboenkklanken. Het
vervelende is dat de herrie even snel weer wegzakt om dan onverwachts weer met
een draai op te duiken uit een geheel andere hoek.
Ik vlucht verbitterd het huis in. Neen. In tegenstelling
tot de muziek kan ik op deze Koninginnedag m’n draai niet vinden.
De verschrikking van de Grote Oorlog naar Enghuizen gebracht. Hannah Blom ijzersterk aanwezig op het Landgoed met Monument voor de vluchteling. P.B. Kempe bracht middels een gedicht de verbinding.
Is dat effen verbazen. Kom ik daar zo maar twee grote Achterhoekse denkers tegen op de Pick-nick bank voor het Drawing Centre te Diepenheim. Bernhard Harfsterkamp 👉 en Hans Jungerius als onderdeel in het project Eet je uitzicht 👉
Een werk dat bij mij vanaf de opbouw respect afdwong is Waterspiegels. In de zwarte brei van een dode arm van de machtige Rijn bouwde Pim van Arkel twee waterspiegels één met helder water de andere met vervuild. Nooit eerder zag ik Ying-Yang op een nuchterder wijze verbeeld.