Vandaag zou mijn lief 64 zijn geworden als niet ....
Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
vrijdag 16 december 2022
donderdag 15 december 2022
Klassiekers
In het Erfgoedcentrum Achterhoek Liemers scoorde ik tweedehands bovenstaande klassiekers uit de Nedersaksische literatuur.
woensdag 14 december 2022
dinsdag 13 december 2022
DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 50
Deze dichter voelde zich dichter bij de natuur, omgeven door de temperaturen die richting het vriespunt zakken. Naast dat het warme weer deze dichter ook wel zint, zorgt die vrieskou ook wel voor mooie beelden.
Koelte
De kou is in mijn botten gekropen
Gevestigd en genesteld
IJskristallen verspreid over weides
In de weidse omtrek glanzend veld
De kou heeft mij als een vriend omarmd
Zeer verwelkomend, maar haast bloedstollend
In het licht van een volle maan op een heldere nacht
Glimmende autoruiten, verkleumde handen
De kou is bij mij beroemd en berucht
Een dunne lijn tussen haten en houden van
Schouders opgetrokken, in winterjassen dieper weggedoken
Handen met handschoenen weggestoken
De kou is in mijn botten geslopen
Bijna ongemerkt is het bijna winter
maandag 12 december 2022
zondag 11 december 2022
zaterdag 10 december 2022
vrijdag 9 december 2022
donderdag 8 december 2022
woensdag 7 december 2022
DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 49
De Achterhoek is een heel aangenaam landje om in te leven. Ook omdat het gelukkig niet achter een ijzeren gordijn ligt en zich niet achter een muur laat zetten. Een wolf liet ons dat afgelopen week nog weer eens fijn zien.Wat is de natuur dan toch een leerzaam instituut - ‘lao-w d’r wies met waene’.
Natuurcontrasten
Een wolf kent geen grenzen,
blijft niet dolen door Rusland
en weet niets van Achterhoek.
Die wolf toont mens dat
mens natuur toebehoort
en niet andersom.
Zij die menen dat niets moet,
zeker weten dat alles kan en
zwelgend achter roze brillen
land en dieren kneedbaar achten,
zij verachten land en dieren.
Drogredenaren prijzen mantra’s
vol drogvrijheid in elke takt:
ik moet niks, ik moet niks,
ik moet niks, ik moet niks ...
Zij trachten naar godstatus,
verheffen mens boven natuur,
en tonen pijnlijk dom niets te kennen
over leven met wat onvermijdbaar is.
dinsdag 6 december 2022
maandag 5 december 2022
Ondertussen in PcN | Nijmegen
Nederland kent een diversiteit aan talen en dialecten, maar in een bloemlezing tref je ze zelden. Tsead Bruinja besloot als (voormalig) Dichter des Vaderlands om een inclusieve bloemlezing samen te stellen: De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie.
‘(..) Als zoon van Antillen/Heb ik een boekenkast vol met Nederland/En ben ik het verzwegen bloed in het zand/Vervreemd van mijn eigen eiland,’ dicht Jörgen Gario (UNOM) in Mi Ta perdona. Hij voelt zich een buitenstaander, ook in de poëzie: Nederlandstalige bloemlezingen bevatten vooral geijkte namen als Remco Campert, Ilja Leonard Pfeijffer en M. Vasalis.
Bloemlezingen worden samengesteld op basis van het principe van uitsluiting. Bracht Nederlands bekendste bloemlezer Gerrit Komrij (1944-2012) een bloemlezing uit dan waren alle dichters in rep en roer: 1. Had je de selectie gehaald? 2. Met hoeveel gedichten? (statusbepalend!). Een echte opvolger van Komrij is er niet, althans geen opvolger met dezelfde statuur en gewicht, wat ook iets over de tijdsgeest zegt, waarin een dergelijke autoriteit niet past. De meeste bloemlezingen die de afgelopen jaren verschenen zijn thematisch (liefde, dood, natuur, spoken word, etc.) en zeggen weinig over de Nederlandse poëzie an sich.
Tsead Bruinja (48) keert het selectieprincipe om: dichters die vaak werden overgeslagen of buitengesloten, krijgen een plek in zijn bloemlezing, bestaande uit 101 gedichten uit het Koninkrijk der Nederlanden van 1945 tot nu.
Naast bekende (anderstalige) poëzie van dichters als Astrid Roemer, Michaël Slory, Tsjêbbe Hettinga, Albertina Soepboer en Willem Wilmink, bevat de bundel veel relatief onbekende namen van dichters uit de Antillen, Indonesië en Suriname, maar ook gedichten van Friezen, Drenten, Limburgers en ‘nieuwe Nederlanders’ uit het Midden-Oosten. De meeste gedichten zijn in het Nederlands vertaald.
Verrassende selectie
Het is goed dat Bruinja de oorspronkelijke gedichten naast de vertaling plaatst, want in vertaling wil nog wel eens rijm en metrum verloren gaan, zoals in het gedicht bro (rust) uit 1957 van de Surinaamse Trefossa, pseudoniem van Henri Frans de Ziel, die ook een belangrijke rol in de Surinaamse onafhankelijkheidsstrijd speelde.
Het eindrijm in het oorspronkelijke gedicht is in vertaling verdwenen: ‘(..) vandaag stuwt mijn hart mij om te gaan/tot aan een stille kreek, ver weg (..) als ik ben teruggekeerd zal ik wellicht geworden zijn/, een beetje beter mens,/die kan lachen, slaag kan dragen.’ Een verontrustende slotzin, die tevens uitnodigt om meer te achterhalen over de context waarin het gedicht is ontstaan.
Door de brede selectie is er niet echt sprake van een thematiek binnen de bloemlezing, hoewel huiselijke beslommeringen, arbeid en streekgebonden zaken of taal de boventoon lijken te voeren. Niet alle taal is voor alle lezers te doorgronden, maar dat hoeft geen belemmering te vormen: goede poëzie biedt wel vaker ruimte voor interpretatie.
Dat laat Esther Porcelijn mooi zien in Taal van Tilburg (2013): ‘Iemand ‘liked’ een filmpje op internet./Hamasleider als een natte dweil uit een auto gesleept./Ik trek mijn pèkske aan voor de carnaval, het is een bananenpèkske.’ Er volgt een carnavalstocht door de stad. Ze besluit: ‘Begin ik weer over Hamas. (..) En ik: “mwa, ik begrijp het niet”/En jij: “niet alles is te begrijpen, dènk”/Dan rommel ik in de nootjes/En terwijl jij toekijkt/Vinden we daar onze subtekst.’
De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie is naast een verrassende selectie ook een uitnodiging om opnieuw naar (de Nederlandse) taal te kijken.
De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie: 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu
Samengesteld door Tsead Bruinja
Uitgeverij Querido, €22,99
279 blz.









