Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
maandag 28 mei 2012
Vanmiddag in Bredevoort
Toegoed Enghuizen
Toegoed Enghuizen
Hans Mellendijk
Telkens maar daar; schuivende schermen
of is het de dolende loper
die tussen bladerdek en lover
barre koude loopt uit te kermen?
Weeklagend de warmte tegemoet;
dartel voorjaar eindelijk proper.
Nog even en daar is het koper
slagmaals telkens weer. Het doet zo goed.
Zie daar het starend erfgoed blinken
in fasen, impressionistisch
schuift verleden caleidoscopisch
in het heden. In toegoed zinken
bosanemonenclusters. In feit
één groot tonenrijk blommentapijt.
zaterdag 26 mei 2012
Ondertussen in Zeeland
Wim van Til verraste me vanmiddag in Bredevoort met de nieuwste Ballustrada. Zeeuws Literair Periodiek, jaargang 26, nr. 1/2 2012, waarvoor hij op verzoek de rubriek Laaglandse Poëzie afl. 13 verzorgde; Poëzie uit de Achterhoek. Mooie verzameling, met elk twee gedichten zijn vertegenwoordigd: Wim van Til, Pim te Bokkel, Simon Dermijn, Piet Gerbrandy, Sander Grootendorst, Hans Mellendijk, Hanz Mirck, Louis Radstaak en Bert Scheuter. Kopen! (Los nummer, €12,50, Abonnement € 19,00 | avdveeke@zeelandnet.nl)
Uit de oude doos | Dichter
Gerrit Komrij loofde begin jaren zeventig vorige eeuw in een interview de dichter Staring vanwege zijn moderne methodes en technieken. “Dat hij daarbij Gelderlander is, is puur toeval. Nu achteraf blijkt dat ik zelf zulke ‘goede gedichten’ schrijf, is het helemaal niet verwonderlijk dat Staring en ik allebei uit Gelderland komen, maar nogmaals, dat is redenering achteraf.” voegde hij er niet van ironie gespeend aan toe. Je kunt inderdaad redetwisten of je kunt spreken van Gelderse dichtkunst. Maar een feit is dat er sinds september 2003 een driemaandelijks tijdschrift over Gelderse dichtkunst existeert.
Het kwartaalblad Poëziepuntgl presenteert Gelderse dichters, gevestigde en aanstormende talenten. En er wordt wat afgedicht in Gelderland! Meer dan honderdvijftien dichters publiceerden tot nu toe één of meerdere gedichten. Zowel gevestigde namen als aanstormende talenten en alles wat zich daartussen beweegt. Elk kwartaal duiken nieuwe dichters op. ‘De inktvlek breidt zich over Gelderland uit.’, constateerde de hoofdredacteur tevreden bij het verschijnen van het zesde nummer eind vorig jaar. Inmiddels drie nummers verder lijkt de vlek niet te stelpen door welk vloeipapier dan ook. Wat ook gezegd kan worden is dat het tijdschrift zich onderscheidt van de Nederlandse zeg maar Hollandse poëziebladen door zijn geheel eigen Gelderse klank. Er is ruime aandacht voor dialectdichtkunst. De in Algemeen Beschaafd Nederlands dichtende poëten staan broederlijk naast de Nedersaksische en Nederfrankische dichters. De periodiek wordt gelardeerd met zeer leesbare rubrieken over de dichtkunst. Mijn afwijking, het in een atlas noteren van literaire fragmenten en locaties, liet op een onbewaakt moment mijn ogen op de achterzijde van het orgaan steken bij het onderwerp ‘Poëzie en omgeving.’ De rubriek beschrijft bekende maar vooral minder bekende poëtische plekken in Gelderland die als inspiratie dienden voor een gedicht. Sindsdien lees ik het blad.
In elk nummer ook een interview over die poëzie en over mensen die daar op een bijzondere manier een band mee hebben. Bennie Jolink herhaalt er z’n, van zijn theaterprogramma bekende, stellingname over poëzie. Geheel volgens de wet van Willem Wilmink, dat je een songtekst nooit mag oplezen als gedicht staat hij op en declameert cabaretesk, met een serieus gezicht en weidse gebaren: ‘Mama, waor is mien pils?’ Maar eindigt nu genuanceerder en weet nu toch een song van zichzelf tot vers te bombarderen. “ies kan liehn//op een kolde winteraovond, as ’t vries as ’t bast/op de vievers en de bekken glimt ’t ies as glas/op de bulten van de Hummelse hei ligt een dik pak snee/op de losse plekken in het bos loopt sporen van een ree//d’n onbewolkten winterloch, die lik meer peers dan blauw/a-j buuten iets te doene hebt, dan doe je ’t bliksemgauw/de kniens en de fazanten die scharrelt deur ’t kruppelholt/de streupers die blieft binnen, ’t is eur völs te kold//ies kan liehn, ies kan liehn/margen gaot wi’j schaatsen riehn/ies kan liehn, ies kan liehn/ik heb der lange naor uutgezien//’t holt dat knetterd in de kachel, ’t is der lekker heit/nao de koffie kump de foezel, i’j krupt dichter bi’j ow meid/en as der goed gezoppen wurt, de verhalen die gaot in het rond/bi’j ’t fornuus, bunt ’t helden, allenig met den mond”
Ik herken hergebruik van ’n Huulenden waakhond’ het prachtig geschetste winterlandschap op de tweede lp. Breugheliaans van schoonheid. Waarbij Normaal wonderwel aansloot bij de traditie van meester Heuvel en co.
Vorige week vrijdag gleed het septembernummer van Poëziepuntgl in mijn brievenbus. Vol spanning bekijk ik het achterplat. Toch nog verrast zie ik mijn naam daar staan. Het dichtersdeel in mij debuteert erin met een drietal gedichten. Ik was gewaarschuwd, u nu ook! Tevreden bekijk ik resultaat. Niet gek. De volgende dag op het Doetinchemse Simonsplein lees ik in een ootmoedige bui ‘De dichter’ ernog eens op na. Het gedicht dat Komrij in al zijn bescheidenheid tot en met de twaalfde druk, als enige gedicht van hemzelf, opnam in zijn spraakmakende bloemlezing der Nederlandse poëzie. De dichter// Toen het letterkundig tijdschrift/Hem een briefje toe deed komen,/Waarin stond: ‘Mijnheer, uw verzen/Waren lang niet slecht, we zullen/Er eerdaags een paar van plaatsen,’/Zwol zijn borst tot slagschiphoogte./Heel zijn leven werd nu anders./Hij ging doen alsof hij grote/Mensen hoogstpersoonlijk kende./Hij zei stad wanneer jij blad zei./Hij zei held wanneer jij speld zei./Hij zei ach wanneer jij dag zei./En daarvan wilde hij leven! Tja, hij wel.
Hans Mellendijk, de Gelderlander, 9 oktober 2005, edities Achterhoek
vrijdag 25 mei 2012
Waar zijn André, Bert, Frans, Hans en Irene?
Maandagmiddag in de tuin van Huize Bernardus te Bredevoort, aanvang 14:00 u. samen met Louis Radstaak (gedichten) en Janine Hospes en Flavoured Ink. Dat gaat mooi worden!
Lees hier meer.
Lees hier meer.
donderdag 24 mei 2012
Kunstwandelroute Hummelo | Herbezocht 11
Els Kaper-Klaver | Gevleugelde cocon
Dankzij tijdgebrek, en materiaal tekort kwam dit beeld tot stand, hoorde ik de kunstenares vertellen. Mooie beslissing, om het aangetaste te laten zien. Jammer van de uitleg in de catalogus. De vorm spreekt voor zichzelf, ook titel was niet nodig geweest. Sterk beeld dat zelfstandig in het leven kan staan. En dat terwijl ik eigenlijk niks heb met textiele werkvormen.
woensdag 23 mei 2012
Kunstwandelroute Hummelo | Herbezocht 10
Vrij spel | Dries Olthof en Gebke Westra
Qua materiaal gebruik, herinneringen aan boerengereedschap, beweging (windkracht), beeldrijm met de omgeving, beeldende expressie blijft dit kunstwerk mijn favoriet. Een lijstje maak ik verder niet, kunst is geen wedstrijd. Een wedstrijd kan wel kunst zijn, dat hopen we de komende maanden te zien. Maar dit terzijde.
dinsdag 22 mei 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)














