Een Hart onder de Bretels
Hans Mellendijk bezongen ter gelegenheid van zijn zeventigste naamdag op de éen-en-twintigste van de Louwmaand in het jaar 2021
Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
Een Hart onder de Bretels
Hans Mellendijk bezongen ter gelegenheid van zijn zeventigste naamdag op de éen-en-twintigste van de Louwmaand in het jaar 2021
Nu de Poëzieweek (28 januari tot en met 3 februari) ook al deels in het water lijkt te gaan vallen door de lockdown, heb ik een idee. Ik heb het idee niet zelf bedacht want ik las erover op de website van de bibliotheek van Pima County https://www.library.pima.gov/blogs/post/poetry-in-the-wild/.
Op deze website in een bericht uit 2017 staat informatie over een project van de Urban Poetry Pollinators over poëzie in het wild. Eigenlijk bedenk ik nu, me sluit dit heel goed aan bij bijvoorbeeld straatpoëzie en gedichten op vreemde plekken, ware het niet dat de poëzie in dit project van vluchtige aard is. Elizabeth Salper van de Urban Poetry Pollinators kreeg het idee omdat ze zulke mooie herinneringen had aan de tijd dat ze haar gedichten met krijt op stoepen schreef. De reacties van de mensen die haar gedichten lazen op straat waren de reden om dit project ‘Poetry in the wild’ te starten.
Er werd door de UPP bekendheid gegeven aan dit project en er was een instagrampagina waar je een foto van je gekrijtte gedicht naar toe kon sturen. Bibliotheken adopteerde dit project en onder het motto Chalk it UPP! werd dit project een succes.
Mijn idee is dan ook om dichters van Nederland op te roepen om in de Poëzieweek een gedicht naar eigen keuze (van jezelf, van een ander, een klassiek gedicht, een nieuw gedicht, kort of lang, alles mag) op een stoep of straat te krijten, hier een foto van te maken en deze aan mij te mailen (woutervanheiningen@yahoo.com). Ik zal al deze foto’s plaatsen op het Instagram account @krijtpoezie2021
Op die manier kan de Poëzieweek toch nog (meer) een actief tintje (op bescheiden schaal) krijgen.
ONLAND | 5 | zus 👉
Ik werd donderdagmiddag 21 januari aangenaam verrast toen de HiPP-leden Louis Radstaak en Bert Scheuter een aubade brachten met gedichten van collegadichters uit de dichterscollectieven De Omsmeders en Kopwit. Bij deze de bijdrage van Bert Bevers:
De promotie van een tankstation
Ik sloeg op weg naar een ziekenbezoek
in het hospitaal ginder regelmatig af bij
de spie van Lindendreef en Middelheimlaan,
en lette bij dat afslaan nooit echt goed op.
Volgens mij stond daar altijd alleen maar
een oud tankstation te verkommeren. Het
beeldenpark benaderde ik immer langs de
andere kant en nooit langs deze hoek, die
ik dan ook nog nooit als beeldenkijker had
bereikt. Toen ik met Hans eens naar het
Nachtegalenpark fietste herkende hij mijn
verkommerende tankstation op afstand reeds
als een creatie van John Körmeling. Van hem
had ik zelfs nog nooit gehoord. Weer iets van
Mel geleerd. Industrieel ruïnetje werd aldus
tot kunst, Artiesteningang, gepromoveerd.
Bert Bevers
Momentopname
Uit de snoepzak letters die zich spelend vormen
in zinnen van snoepgoed, suikerzoet prikkelend.
In de geglazuurde koekjes vooruitblikken.
Buiten twee kauwtjes trouw als altijd die het
kouwtje wind trotseren en het nieuwe
normaal samen integen fladderen.
De kou wenst een sneeuwvlok, de dichter
herhaalt zijn eigen mantra: tabula rasa;
‘Wi-j viert 't ge-ulk en springt
naor 'n zommers geluk. En zinkt
daornao met knikkende knies dat
't snee'jen mag naor
ónbeschraeven blad!’
De witte bladzij even een beschreven wens.
Het jaar vordert, de dagen lengen wakkerder
prikkend doemt het heil en zegen in de verte.