Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
vrijdag 27 juli 2012
donderdag 26 juli 2012
woensdag 25 juli 2012
dinsdag 24 juli 2012
maandag 23 juli 2012
zondag 22 juli 2012
zaterdag 21 juli 2012
QR-code-zomerQoRts
QR-code-zomerQoRts
In Winterswijk zag ik voor het eerst de praktische toepassing. Cultuurhistorische
objecten zijn er voorzien van een klein bordje met een QR-code. QR-codes; bijna iedereen heeft ze vast
wel eens gezien: zwartwitte blokjes in een onregelmatig patroon die met elkaar
een vierkant vormen. Feitelijk tweedimensionale streepjescodes. QR staat voor
Quick Response; snelle reactie. Zo kon ik door
de lens van mijn slimme telefoon erop te richten extra informatie ophalen die
me meer vertelde, het linkte naar video’s waarmee de
gebouwen en de geschiedenis tot leven kwamen. De opkomst van de smartphone, een
mobiele telefoon met computermogelijkheden heeft de QR-code een grote vlucht
gegeven. Het is een middel geworden waarmee informatie kan worden toegevoegd. Bijvoorbeeld
in de supermarkt extra info over de voedingswaren die je wilt kopen. Als je
erop let kom je ze overal in allerlei formaten en kleuren tegen. Een flyer met
steekwoorden over activiteiten in de Cultuurzomer Achterhoek; een lachend
bloemenmeisje en verder alleen maar een QR-code. Via het magische vierkant komt
de smartphone terecht op de website waar alle informatie te vinden is. Een
handige schakel tussen papieren oude meuk en de nieuwe digitale media. Voortekenen dat dit de zomer van de QR-code gaat
worden?
Het omen werd bevestigd in de Drulftse SSP-hal bij Huntenkunst toen ik daar
zogenaamde QR-Code-Artworks zag. De Duitser Martin R. Becker deed me in eerste
instantie glimlachen; ik zag met wit canvas bespannen spieramen met daarop de
zwartwit QR-patronen. Dichterbij gekomen bleken de kunstwerken helaas niet echt
geschilderd. Bedrog. Fabrieksmatig geprinte ‘Artworks’ zoals je dat tegenwoordig
ook wel bij de vakfotograaf met je foto’s kunt laten doen. “‘t Lik jao net een
schilderij!” Feitelijk zagen mijn ogen moderne kitsch. Toch maar even de
smartphone gepakt, deze zag toen ik het cameraoog op de QR-code’s van de
‘kunstwerken’ hield www-adressen van bekende musea. De grap zat hem hierin dat
de codes je verwezen naar wereldberoemde kunstwerken, variaties op Da Vinci’s
Laatste avondmaal. Zag ik hier Andersens sprookje ‘De nieuwe kleren van de
Keizer’ opnieuw verteld?
Naar ik werkelijk hoop zal Louis het begrijpen. Van Gaal laat in
augustus een verbod uitgaan op tatoeages. Slechts een QR-code op
postzegelformaat op de rechterschouder wordt bij de voetbalspeler toegestaan.
Met de smartphone kan de toeschouwer, als het wil, een virtuele tatouage op het
scherm tevoorschijn toveren. Ik voorspel, dat gaat een rust op het veld geven.
We worden er wereldkampioen mee.
Iets voor de beeldende kunst in de openbare ruimte? Niet die deze zomer
bij het Doetinchemse Ruimzicht park staat. Een mooi overzicht dat aanraakbaar
mooi staat te zijn. De schatkist aan de boom geketend geeft zijn geheim
nog ouderwets prijs door het intikken van een url. Bedacht voordat de grote
ZomerQoRts een aanvang nam.
Hans Mellendijk, editie Achterhoek, de Gelderlander van vandaag
Uit de oude doos | Getetter voor de muziek uit
Getetter voor de muziek uit
Een
week voordat BOEM PAUKESLAG alles bij mijn letterendealer plat legt ten faveure
van de andere muzikale boeken tettert “Komrij's Kakafonie -oftewel-
Encyclopedie van de stront” nadrukkelijk om mijn aandacht. ‘Een machtig drukwerk’
zoals het in een advertentie werd aangekondigd. Het grote grijnzen was bij het
lezen van deze aanbeveling reeds begonnen. Eenmaal bij mijn boekhandelaar doe
ik het in mijn broek van het lachen als ik het drekboek in levende lijve zie
liggen. Niet het naslagwerk gekaft in een onbestemd bruine omslag, een nep stofstructuren
ondergrond met roodpaarse nagloed. Glasvliesbehang. Niet de hoofdtitel in
glanzend sanitair wit, de ondertitel en merknaam in lichtbruine melkchocolade
kleur gedrukt. Niet de houten wc-bril, met een heus gat uitgestanst, met
daarachter de diepte scheppende omgevouwen flap. Niet het kijkje langs de
schone schotel, de peilloze afgrond in. Niet de vlakspoeler met glanzend
plateautje -m’n lief zou trots zijn als ik hem zo zou achterlaten. Maar het
welbekende “De Bezige Bij”- logo, het gestileerde bijtje, op de plek waar bij
sommige wc-potten een nepstrontvlieg siert, om de naast de pot piesdwang bij
heren te beteugelen, is het, dat mijn kringspier doet trillen. Als sublimatie
van de lachspier? En waarom eigenlijk lachen? Een uiting van verlegenheid om
het aangebodene? De schaamte nog steeds niet voorbij? In ieder geval wekt het
mijn kooplust op nog voordat ik recht heb op het boekenweekgeschenk.
Kakafonie.
Het hoort wat mij betreft nu al tot de best vormgegeven boeken van dit jaar.
Die veer mag Piet Schreuders alvast in zijn kont steken. Het binnenwerk is al
even mooi opgemaakt, alsof het een
kookboek betrof. Wat het feitelijk ook is maar dan een omgekeerd. Zoals de
schepper van al dit moois, Gerrit Komrij, op de achterflap zo treffend
omschrijft. ‘Het maakt onafscheidelijk deel uit van een tweedelig gastronomisch
hoofdwerk. Het toont het ware gezicht van de mens.’
Is
er dan niets mis aan het boek? Tja,
wat extra onbeschreven vellen papier om zelf te bevuilen. Bijvoorbeeld met al
het geurige dat bij Normaal is afgescheden over dit
tot nu toe onontgonnen gebied in de Nederlandse cultuur.
Ik
weet niet of het te maken heeft met het feit dat de heren van Normaal net als
Gerrit Komrij de jeugd doorbrachten op het Achterhoekse platteland, in een tijd
toen de reuk van mest en gier, van stront en pies de gewoonste zaak van de
wereld was. Maar zeker is dat ook zij, de nachtspiegelende tegenpolen van
Komrij, de nodige drekverzen bij elkaar hebben geschreven. Dun op d’n mest, Ik
mos pissen, om maar een paar voorbeelden te noemen, maar bovenal, Drieteri-je
Blues. ‘Ik zat laatst te schijten op de plee / En ik persen as een idioot /
Maor ’t duren wel een uur of twee / Eindelijk kwam d’r een grote köttel stront / En die stonk
zo afschuwelijk / Ik sodemieterde bi-jnao, bi-jnao op de grond / Yeah, yeah,
da’s pas, da’s pas blues.’ Allemaal niet te vinden. Wel een Amerikaans
equivalent. Constipation Blues. Een tot gisteren voor mij onbekend nummer van
eveneens onbekende artiest. Screamin’ Jay Hawkins. Live bracht hij in 1969 de blues
ten gehore. ‘UMM-UMMMH, aeoh / UMM-UOOMH / OOH! / OH! / UH-UH / Aaah / UOH, aah
/ Let it go! Let it go! Let it go! /I don't believe I can
take much more (...) SPLASH!!!
SPSHHH .... / Feel, ah, I feel alright / Yeah, I feel alright / SPLASH!!! Shpsh
... / Yeah / I feel alright / SPLASH! / Flush // Phew / Phew / Phew... / Feel alright’
Of
Jolink en consorten het ooit al eens gehoord hadden toen zij met hun
verstoppingsklaagzang op Lochem Popmeeting 1975 hun duizelingwekkende loopbaan in
de amusementsindustrie startten. Ik denk het niet. Pas in 1983 volgde van Constipation Blues een uitgebreidere
studioversie op de plaat. Gisteren via een mp3-jacht op het wereld wijde web
kreeg ik het nummer te pakken. U
heeft vast wel een donkerbruin vermoeden hoe de altsax intro in dit nummer door
de nakende lentenacht klonk.
Hans Mellendijk | de Gelderlander | 25 maart 2006
vrijdag 20 juli 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)

