Zacht tikkend de tijd verslaan | Berichten over kunst, cultuur, de Achterhoek, de wereld en Mels eigen activiteiten ...
donderdag 14 juli 2022
woensdag 13 juli 2022
DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 28
Helma’s bed staat in Amsterdam en haar hart ligt in Hummelo.
Dat betekent een voortdurende rondreis.
rondreis Hummelo-Amsterdam
Dorpsstraat vol brocante
zinken gieter glazen stolp
Maria zonder rechterhand
ik maak een vers op maat
mijn brein werkt traag vandaag
iemand vraagt of ik troost verkoop
een vriend leende mij het boek
Als licht in donkere tijden
Beethoven speelde net zo lang piano
tot de moeder van t gestorven kindje
eindelijk huilen kon
ik geef alleen maar woorden weer
er vallen bussen uit
de chauffeur deelt mee dat hij
een andere route neemt
zo doen we Doesburg aan
ik denk aan wat je schreef
scheep me alleen maar in
dan vaart de boot vanzelf
op mijn bestemming aan
stoutmoedig ging je aan boord
mijn hart klopt in mijn keel
ik zou toch zweren dat ik jou
in de Meipoortstraat zie staan
in Lathum tussen Dreamfields
staat een man bij de halte
Maori tattoos in t gelaat
hij wacht tot hij wordt ontcijferd
mijn oude klasgenoot zei
ik graaf een station nabij het dorp
dan kun je wanneer je wilt
vanaf hier de wereld in
ik check overal in en uit
hoe ik ook wend of keer
mijn dierbare geboortegrond
ligt altijd aan het begin
dinsdag 12 juli 2022
maandag 11 juli 2022
zondag 10 juli 2022
zaterdag 9 juli 2022
Anningahof herbezocht
Begin juni en deze week afgelopen woensdag bezocht ik het prachtige beeldenpark Anningahof 👉 en hier het bezoek 👉
vrijdag 8 juli 2022
In herinnering Marijke Schellekens
donderdag 7 juli 2022
woensdag 6 juli 2022
dinsdag 5 juli 2022
DdA | Achterhoek Nieuws | DICHT | week 27
Hans reisde af naar Rotterdam en ervoer de vriendelijke mensen in de stad. Die in tegenstelling tot Amsterdammers zichzelf niet serieus nemen en grappen over henzelf maken. Met in gedachten Nijhoffs De moeder de vrouw schreef hij er het gedicht over.
De stad en de breedtegraad
‘k Ging naar Rotterdam om Depot te zien.
‘k Zag achter Winterswijkse spiegelzijden
De kunstverzameling niet te vermijden,
meer dan hondervijftigduizend en tien
dat ik daar liep, in 't spiegelkopje, dronken,
van kunstzin, van het landschap, wijd en zijd -
liet mij daar midden uit oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was Rotterdam de stad ik ervoer
‘t kwam langzaam bruisend mijn hoofd in gevaren.
Is het soms dezelfde, breedtegraad 't roer,
dat ik hoorde wat het zong als kussen waren.
O, dacht ik, o, stad daar mijn liefde voer.
Prijs ons, zong hand in hand kameraden.








