vrijdag 14 april 2017

Column | Hans Mellendijk | Taaltoerisme


Taaltoerisme | Hans Mellendijk | de Gelderlander 13 april 2017 | edities Achterhoek


Brocante. Ik zag het voor het eerst in het chiquere deel van de Achterhoek. In Hoog-Keppel spreekt men van vlooienmarkt, in omliggende negorijen over antiek- of rommelmarkt. In het dorp Hummelo met als middelpunt De Gouden Karper niets van dit alles. In het clubhuis van de adel waar oud en nieuw geld elkaar ontmoet, gestoken in ribfluwelen of rode broek, spreekt men een andere taal.

Bij de bevolking ook wel bekend als de krent. Waarvan ik lang meende dat het te maken zou hebben met de gierigheid van de waard. Maar de bijnaam die de eigenaar kreeg had te maken met zijn afkeer voor de Franse les. Het is een verbastering van la crainte (de vrees). En inderdaad van krenterigheid was mij bij de bezoeken aan het etablissement nooit wat opgevallen. Maar ik dwaal af. Daar waar dus in omliggende plaatsen sprake is van vlooienmarkt als men rommelmarkt bedoelt, spreekt men hier van brocante. Van vrees voor de Franse taal is geen sprake meer.

Het woord kende ik voornamelijk van Remco Campert, die steevast in zijn columns verslag deed van zijn gedwongen bezoekjes aan de Franse afdragerijen alwaar zijn partner twaalfdelige serviezen wegsleepte, of overbodig oud speelgoed kocht. Het woord is inmiddels aan het reizen geslagen. Ik zag het ook al opduiken voorbij de grens van de gemeente Bronckhorst achter de Slangenburg. Googlend merk ik dat even niet had opgelet. In Winterwijk is er sprake van een heuse brocanteschuur. De VVV heeft zijn antiekroute omgezet in Brocanteritjes. Oude wijn in nieuwe zakken. Het taaltoerisme heeft zijn werk gedaan. Lang leve Europa dat onze taal vernieuwt.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten