maandag 31 oktober 2016

Ondertussen in Bredevoort | Opening Arcadië | Foto 21

Equinox | Bert Weevers | 30 oktober 2016



HiPP | Bert Scheuter

Bredevoort – Arcadië

Doet u mij maar een enkeltje,
ik zie wel hoe ik terug kom.

Reisadvies

"Vergeet niet uw camera mee te nemen
als u eerdaags nog eens naar Arcadië gaat"
en altijd als ik er ben valt dat advies mij in
en telkens denk ik: "komt alweer te laat".

Landgoed

Hendrik Jacob Carel Johan, terug uit Borodino,
liep ooit dit pad en hij, wandelaar op Enghuizen,
moet een Hummels Arcadië aanschouwd hebben.
Hendrik Jacob Carel Johan, nog vol van Borodino,
schiep guanogevuld, vruchtdragend, pachtrinkelend,
goed boerenland. Mens zoekt, mens is nooit tevreden.

Foto met tante Netty
Er staat voor altijd een oude foto in mijn hoofd,
in het contrastrijk zwart en wit van zomer -

het zal daar altijd zomer zijn - en warm.

Het zal daar tien zomers na de oorlog zijn
en nog juicht daar het woord 'bevrijding'.

De verbeelding ademt - de jonge vrouw,

de glimlach, de hoge bomen, de benzinepomp,
de bleke ronde kinderwagen, het dromend kind.
Dit beeld leeft en toont mij wat nog komen gaat.
De hoge bomen zien vooruit, nemen haar blik mee
voorbij aan de benzinepomp en de viswinkel op de hoek,
voorbij aan de straat daarachter, waaruit - zien zij -

een man komt rennen die zijn laatste trein moet halen.
De vrouw volgt zijn sporen terug, onder de bomen door,
de straat in. Ziet zij de Italiaanse koets, waaruit de prins,
met een bouquet, met sneeuwwitte fresia’s, in alle rust?
Ziet zij zichzelf, als een prinses, omhoog, de koets?

Ziet zij hoe zij nadien, onder bomen, koele schaduw?
De man haalt altijd zijn trein - de vrouw droomt altijd ...
Ik droom de glimlach van mijn tante, op die foto,

in die ronde kinderwagen, voor altijd in mijn hoofd.


HiPP | Hans Mellendijk

Pixelatie

Wicklow Mountains, Glendalough, 1994

Bij 't scannen van de dia's plots uit het grijs weer het beeld.
Zilverkorrels van film op chips omgezet in gigabytes. 
Langs de onstuimige kust klapperend de megakites.

Logeren in het bankbiljet van tien pond was voor niks.
Zicht op cycladen? Ithaca? Nu niet de baai op, want
zuidwaarts richting Wicklow Mountains. Wind mee fiks.

Beter kijken want het is per slot van rekening Ierland
als waar getoond. Er bommeldingen zwevend lopen
zich grillig lonen. Weerbarstig de wolken in hun sas

in vernevelende regenval. De hemel schuift de sluizen open
alles hier wordt van vervormend spiegelend vloeiend glas.
Kieuwachtige wezens druppen over de brilleglazen.

En zagen sindsdien het geloof in elfjes 
nieuwe sagen ingeblazen.

Tijdmachine

Kijkend naar een vers van
Sappho zes eeuwen voor
Christus geschreven de
Plejaden gezien aan
sterrenhemel bedicht
als groep sterren in Stier.

De maan is ondergegaan
en de Plejaden ook.
Het is middernacht de tijd
verstrijkt en ik slaap alleen.

Computer berekent
hoe de sterren stonden.

En het blijkt
tussen 25 januari
en 31 maart in
het jaar 570 v. Chr.
op de plek waar
zij woonde.

Het instituut Praktische
Poëzie zag het nu ook.
Het staat in de sterren
nooit waarder het cliché.


VERBANDWISSELINGEN


Wat is wat?
             Hoe? O ------------- een verbandwisseling

S    l    o    w         D    o    w    n          D      o      u      w      e         B     o      b
  
             kats in de biesterbolsbaan geraakt
het grindpad af, zandbak ingereden
   Wat 10 seconden kunnen doen

PATS van het perceel
   wat een bittere pil

    Ding-a-Dong uitgeteld

                                                                     Maar dan
    Yo hé. Yoho. Yo F*cking ho,
wat bizar

                                            MXVRSTPPN

Hoe 11 weer één werd

                             Nederland kreeg weer vleugels

Waar was jij toen Max zijn eerste Grand Prix won?

Op een mooie Pinksterdag
aan het wandelen in het woud
op zoek naar de wielewaal
met het verstand op nul

                                Yo hé

Dudeldjo klinkt zijn lied
Dudeldjo klinkt zijn lied
Dudeldjo en anders niet



HiPP | Louis Radstaak

Camera loopt
de westenwind gaat mee op de fiets
net als de stekend felle avondzon
die een gebruinde passant verblindt
gejaagd in de tegenwind door iets.
naast mij hoor ik een neuriën
een oudere vrouw in witte broek
gaat mij gemakkelijk voorbij met kuiten
in elektrisch ondersteunde kousen.
weer word ik ingehaald
nu door een paartje op een brommer
op de verkeersdrempel hikt het geluid
het meisje achterop zakt nog schever.
het jongetje valt van zijn fiets
de moeder troost het met de woorden:
"Oh, wat een zoute tranen proef ik!!"
gesproken uit een sensuele mond.
een magere gepensioneerde
passeert mij op een oude racefiets
zijn pezige dunne onderdanen
doen denken aan paardenbenen.
het fietsenrek staat bij een portiek
slordige parkeerders worden geweerd
met een pictogram op de stoep:
streng verboden voor rijwielen.
bij het suizen van noppenbanden
ga ik opzij voor een mountainbiker
de bergen zijn hier slechts heuvels
zijn bolletjestrui lijkt nogal overdreven.
een oud echtpaar kijkt ingespannen
maar elk vanaf een ander standpunt
naar de bosrand en de vossenburcht
die daar verborgen schijnt te zitten.
het knerpend grint op het tuinpad
doet de buizerd wegvliegen
mijn hoofd draait met de vogel mee
mijn camera, die altijd loopt.

Retourticket

Op het perron stond iemand met een stopbord, 
een spiegelei dat in de kern zwart was geschilderd.
Het treinkaartje was opgesierd met een vage foto 
van een oudere lachende blondine met teveel oogschaduw 
waardoor het gaatjes in haar hoofd leken.
Hij liep naar de treinbestuurder. 
Maar die was er niet, zijn plek was leeg, 
er was alleen maar apparatuur met lampjes.
Hij zat in een gerobotiseerde trein, 
die voortjoeg over een pad naast de rails.
De trein ontspoorde, de man deinsde achteruit,
beducht voor rondvliegende stukken en brokken.
Hij ontsnapte uit de coupé, er klonk melancholiek gezang:
            "Oh conducteur gaat deze trein nog terug,
            ik heb pijn in mijn hoofd en pijn in mijn rug,
            gaat deze trein nog wel terug…"
De man liep het bos in, rondom hem donkerde het,
hij zocht in het woud naar het geluid van het zingen,
maar de weemoedige stem zweeg, naar het leek voorgoed.

Intonarumori

Intonarumori: Lawaaimachines
Luigi Russolo zwoer de verf af
en ging schilderen met geluid
uit vreemde apparaten
         de wind stormt
         in het holst van de nacht
         naar het einde van de winter
Ululatori: Loeiers
         lijnvliegtuigen brommen zacht
         en onophoudelijk knipperend
         naar hun bestemmingen
Ronzatori: Gonzers
         het huis krimpt krakend
         of zet het juist uit
         de radiator suist
Sibilatori: Sissers
         de dieselauto bezorgt
         bij de buren De Krant
         Voor Wakker Nederland
Rombatori: Dreuners
         een brommertje komt langs
         ik hoor het kilometers later nog
         het is zich nergens van bewust
Crepitatori: Knetteraars
         een helicopter choppert
         boven een militaire oefening
         geweerschoten klinken
Scoppiatori: Ontploffers
         kreunend wakker geworden
         poets ik elektrisch mijn tanden
         en spoel ze vervolgens met Odol
Gorgogliatori: Gorgelaars
         "Futurisme is Lawaai"
         schreef Marinetti in 1909
         honderd later zijn ze overal
Intonarumori: Lawaaimachines.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten