vrijdag 27 januari 2012

Gedichtendag 2012 | DRU Cultuurfabriek


Hans, Louis en Bert | HiPP in DRU Cultuurfabriek | Gedichtendag 2012

De Gedichtendag stroomde voorbij; 's morgens nam Het instituut Praktische Poëzie zijn jaaragenda door, 's middag trad het op in de Basisbibliotheek Achterhoekse Poort te Ulft, en 's avond  aldaar in de Grote zaal van de DRU Cultuurfabriek in een wervelend muzikaal programma met o.a. Harmonie Ulft. Na afloop werd er links en rechts in de nazit gesproken over een vervolg. Een nieuwe traditie lijkt geboren. Thuisblijvers hadden ongelijk. Joop Boerstoel dank voor dit initiatief.

Stroom

mijn vliegtuig landde op Schiphol
ik vloeide bijna vanzelf naar buiten
liep naast een zeer bekende dichteres
zij werd duchtig geknuffeld, niet ik

wij kwamen aan bij de uitgang
we kregen een fleurig visitekaartje
van een dame in mooie bloemen
maar nergens waren ze te koop

stroom, stroom, stroom,

er was geen trein of bus of taxi
geen buitenlandse riksja fiets
alleen maar een wijdse verte
van groen, groen, groen land

ik zag een smal voetpaadje
het liep dwars door een weide
in de richting van wat boerderijen
daar zaten enkele zonderlingen

stroom, stroom, stroom,

ik vroeg waar de weg liep
kreeg antwoord van een man
die sprak vanachter 'n mombakkes
dat weinig goeds voorspelde

zijn route voerde langs een camping
de gasten dreven weg op een boot
zij gingen spelevaren op de plas
er was voor mij geen plaats

stroom, stroom, stroom,

ik zocht en zocht en zocht
er leek geen uitweg mogelijk
ik maakte een lelijke doodsmak
de veters haakten in prikkeldraad

tenslotte wist ik te ontsnappen
maakte me los uit deze benauwenis
ik slingerde mij op een groot wit paard
ging spoorslags naar 'Gedichtendag'

stroom, stroom, stroom.

© Louis Radstaak

Vormzand

Op het strand van Audresselles sta ik 
in het gereedschap van tijd en wind, 
zeggen mij de stenen die ik opneem. 
Kun je de wind zien, de tijd voelen?
Vormzand is klaar, fluisteren de stenen, 
hoedt ons voor de wind, zet de tijd stil 
en neem ons mee naar de luwte. 
Het is de steen die de beeldhouwer 
maant zijn beitel nu neer te leggen.

Onder het asfalt van de Idinkweg, 
in de Binnenheurne onder Varsseveld, 
rust jong zand, de odalisk van Aeolus. 
Zij pauzeert tussen eskop en eskop. 
Schilder, toon glooiing en ronding, 
verbeeld de wind en de lieftalligheid. 
Maar bejubel dit tegenvormzand, 
bedding voor het leven, het water, 
dat later, veel later, zal stromen naar zee.

© Bert Scheuter


Jij I-j

Poging tot paard
uit zich in kribbe.
Verse nieuwigheid
springt van haverkist.

Przewalskipaarden? Polka
in de uiterwaarden, weldra
mijn ziel overstroomt.
Mijn hart komt op stoom.

Verstruiking weggeknipt.
Heb het vers zodanig vertimmerd,
dat onder ogen tranen lopen.
Niet voor verdriet gezwicht.

Haronder löp ’t water,
liepend van vreugd.
Schakel oaver op andere deugd.
Mien harte bonst, ja batert.

Poging töt peerd
uut zich in kribbe.
Verse ni-jegheid
sprunk van haverkiste.

’n Spróng haperingen
rólt aover de lippen.
En ’t bli-je liepen
geet aover in zingen.

I-j, mi-j, wi-j
köttelt naor wieter doornopper.
Stikke bli-j
streumt wi-j in mekare aover.

© Hans Mellendijk

Geen opmerkingen:

Een reactie posten